Niet meer samenlevende ouders kunnen voor hun gemeenschappelijke kinderen opteren voor co-ouderschap. Het ouderlijke gezag kan op deze wijze blijvend door beide ouders samen uitgeoefend worden.
Daarenboven biedt de fiscale regeling met betrekking tot het co-ouderschap de betrokken belastingplichtigen de mogelijkheid de belastingsvoordelen, verbonden aan de kinderlast, onder elkaar te verdelen.
Vanaf aanslagjaar 2008 ondergaat de fiscale co-ouderschapsregeling enkele wijzigingen. Bij keuze voor de nieuwe fiscale regeling worden nu zowel de toeslag op de basisbelastingvrije som voor kinderen ten laste, als de toeslag voor kinderen van minder dan 3 jaar over de beide ouders verdeeld.
Overzicht belastingvrije sommen (inkomstenjaar 2007 – aanslagjaar 2008)
Basissom voor elke echtgeno(o)te of alleenstaande: 6.040,00 euro
Toeslagen
- voor 1 kind: 1.280,00 euro
- voor 2 kinderen: 3.310,00 euro
- voor 3 kinderen: 7.410,00 euro
- voor 4 kinderen: 11.980,00 euro
- voor elk volgend kind: 4.570,00 euro
- voor elk kind jonger dan 3 jaar: 480,00 euro
- voor belastingplichtige die alleen wordt belast
en aan wie bij toepassing van de co-ouderschapsregeling
de helft van de toeslagen op de belastingvrije som wordt toegerekend: 1.280,00 euro
Er dienen echter enkele voorwaarden vervuld te zijn opdat het belastingvoordeel (toeslag op de belastingvrije som waarop de kinderen recht geven), over beide ouders mag verdeeld worden:
1) de ouders mogen geen deel van hetzelfde gezin uitmaken
2) de ouders dienen gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun gemeenschappelijke kinderen uit te oefenen
3) de huisvesting van de kinderen moet gelijkmatig verdeeld zijn over beide ouders
Praktisch bepaalt men – bij de ouder die de kinderen fiscaal te laste heeft – eerst de toeslag op de belastingvrije som met betrekking tot de gemeenschappelijk kinderen waarvoor de toepassing van de co-ouderschapsregeling is gevraagd. Er wordt bij deze bepaling geen rekening gehouden met eventuele andere kinderen die de belastingplichtige ten laste heeft. De helft van de bekomen toeslag wordt van zijn/haar totale belastingvrije som afgetrokken en overgeheveld naar de andere ouder.
Daarenboven heeft elk van de ouders die alleen wordt belast recht op een bijkomende toeslag, ook al heeft de andere ouder de kinderen eigenlijk “fiscaal” ten laste. De eventuele aftrek voor kinderoppaskosten is eveneens niet meer exclusief voorbehouden voor de ouder die het kind ten laste heeft, maar mag geschieden door de ouder die de kosten werkelijk betaald heeft.
Voorbeeld
Peter en Inge zijn gescheiden en hebben samen 2 kinderen (ouder dan 3 jaar). Beide kinderen hebben hun domicilie bij Inge. Inge is hertrouwd en heeft nog 2 andere kinderen ten laste bij haar nieuwe echtgenoot. Peter is niet hertrouwd en woont niet wettelijk samen. Voor hun gezamenlijke kinderen opteren Peter en Inge voor de co-ouderschapsregeling.
1) Belastingvrije som Inge:
Basis belastingvrije som: 6.040,00
4 kinderen ten laste: 11.980,00
- 2 (gemeenschappelijk) kinderen ten laste: 3.310,00/2=1.655,00 (overgeheveld naar Peter)
TOTAAL = 16.365,00
2) Belastingvrije som Peter:
Basis belastingvrije som: 6.040,00
Alleen belast met kinderen ten laste: 1.280,00
+ 2 (gemeenschappelijk) kinderen ten laste: 3.310,00/2=1.655,00 (overgeheveld van Inge)
TOTAAL = 8.975,00
Met de ingang van de vernieuwde fiscale regeling dient er niet langer elk jaar opnieuw een gezamenlijke, schriftelijke aanvraag voor het co-ouderschap ingediend te worden. De keuze kan nu via de aangifte kenbaar gemaakt worden. De ouder die het kind fiscaal ten laste heeft vult hiertoe in vak II de code [1034-1035] in, de andere ouder gebruikt hiervoor code [1036-1037]. De fiscus kan vragen de nodige verantwoordingsstukken voor te leggen.
Bovendien is er ofwel een rechterlijke beslissing, ofwel een geregistreerde of door een rechter gehomologeerde overeenkomst vereist waarin de gelijkmatige verdeling van de huisvesting wordt opgelegd en men zich uitdrukkelijk bereid verklaard de toeslagen onder elkaar te verdelen.
Wordt er gekozen voor de fiscale co-ouderschapsregeling dan heeft dit tot gevolg dat betaalde onderhoudsuitkeringen niet meer als besteding afgetrokken kunnen worden. Een combinatie tussen beide is immers uitgesloten.


