In principe is het niet mogelijk om uw kinderen te onterven. Zij zijn beschermd door de wet als reservataire erfgenamen.
In de praktijk is een courante manier om één van de kinderen (deels) te onterven het werken met een levensverzekering. Meestal wordt er gebruik gemaakt van een gemengde leverzekering , een spaarverzekering (tak 21) of verzekeringsfonds (tak 23). Deze producten voorzien in een mogelijkheid om ook nog een bijkomende overlijdensdekking af te sluiten, maar dit wordt meestal niet gedaan.
In de rechtsleer wordt steeds meer en meer verdedigd dat deze producten dienen aangemerkt te worden als een rechtsgeldige levensverzekering. Op grond van art. 124 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst dienen de betaalde premies in principe niet ingebracht te worden in de nalatenschap en zijn de regels van inkorting niet van toepassing. Bijgevolg kan het kind dat via deze techniek werd onterft, zijn reserve op de betaalde premies niet inroepen, tenzij deze kennelijk buiten verhouding staan tot de vermogenstoestand van de verzekeringnemer.
Het Grondwettelijk Hof heeft in een recent arrest van 26 juni 2008 op een prejudiciële vraag bevestigend geantwoordt dat art. 124 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst art. 10 en 11 van de Grondwet schendt , in zoverre het ertoe leidt dat, ingeval van een spaarverrichting door de erflater in de vorm van een gemengde levensverzekering, de reserve niet kan worden aangevoerd ten aanzien van het kapitaal.
Alhoewel dit antwoord slechts enkel geldt tussen de partijen, kan men hier toch uit besluiten dat de spaarverzekeringen en verzekeringsfondsen, die aangemerkt moeten worden als een spaarverrichting die in een verzekeringskleedje werden gestopt, de wettelijke regels inzake de reserve niet opzij zetten.
We moeten dus vaststellen dat deze techniek niet gebruikt kan worden voor de onterving van één of meer van de kinderen.


