en | fr
Alaska wenst u een gelukkig nieuwjaar

Inkomsten uit octrooien: hoe worden ze belast ? (deel 2)

De belastbaarheid in de vennootschapsbelasting van inkomsten uit octrooien, het logisch vervolg op onze eerste bijdrage.

1. Belastbaarheid van de inkomsten uit de uitbating van een octrooi

Hoe was het tot en met aanslagjaar 2007?

Alle inkomsten zijn voor een vennootschap ‘bedrijfsinkomsten’. Bijgevolg waren de inkomsten uit de uitbating van een octrooi aan te geven in de vennootschapsbelastingen en waren ze belastbaar aan een tarief van – in principe – 33,99 %. Onder bepaalde voorwaarden konden de inkomsten wel genieten van de verlaagde tarieven in de vennootschapsbelastingen. Uiteraard was het afhankelijk van het fiscaal resultaat van de vennootschap of deze inkomsten ook effectief belast werden.

Hoe is de regeling sedert aanslagjaar 2008?

Met ingang van aanslagjaar 2008 werd er een verregaand gunstregime ingevoerd voor inkomsten uit octrooien in de vennootschapsbelasting (artikel 205/1tot 4, WIB 92, zoals ingevoegd door artikel 87 en volgende van de Programmawet van 27.04.2007 – B.S. van 08.05.2007). De belastingdruk op inkomsten uit octrooien zal aldus zakken van maximaal 33,99 % naar maximaal 6,8 %.

Onder een octrooi verstaan we ‘een patent over een product of een procédé (artikel 205/2 § 1 WIB 92) dat door de vennootschap ontwikkeld werd of dat door de vennootschap aangekocht en verder ontwikkeld werd in onderzoekscentra die een bedrijfsafdeling of een tak van de werkzaamheid vormen van de betrokken vennootschap’. De vrijstelling beoogt enkel inkomsten uit octrooien in de strikte zin van het woord, met uitsluiting van andere intellectuele rechten zoals auteursrechten of merkenrechten.

De regeling staat dus alleen open voor inkomsten uit de door de vennootschap zelf ontwikkelde octrooien, waardoor de vrijstelling niet geldt voor gekochte octrooien. Het is de uitvinder zelf die de vrijstelling krijgt, en niet de exploitant. Tenzij de exploitant ook de uitvinder is. De octrooien moeten niet noodzakelijk uit België afkomstig zijn; ze mogen ook afkomstig zijn van een bedrijfsafdeling van een vennootschap in het buitenland. Krachtens artikel 205/2, § 1, tweede lid, WIB 92 geldt de vrijstelling ook voor “doorontwikkelde” octrooien. Dit zijn octrooien waarvoor een licentie gekocht werd, maar die de vennootschap verder ontwikkend heeft.

Onder de inkomsten uit octrooien kan men twee categorieën onderscheiden :

- de royalty’s : de houder van het octrooi staat aan fabrikanten gebruiksrechten (licenties) toe om het octrooi uit te baten. Hij krijgt hiervoor vergoedingen, ‘royalty’s’ genaamd. Bij de verkoop van het octrooi kan hij meerwaarden realiseren;

- en de exploitatie-inkomsten : dit zijn de inkomsten die een uitvinder ontvangt uit de uitbating van zijn uitvinding. Het gaat dan om inkomsten uit de verkoop van producten of het verlenen van diensten die hij op basis van zijn door een octrooi beschermde knowhow binnenkrijgt.

Wanneer de vennootschap het octrooi zelf exploiteert is het allerminst eenvoudig om uit te maken wat nu inkomsten zijn die toe te schrijven zijn aan het octrooi. Daarom wordt het in aanmerking te nemen bedrag vastgesteld op een bedrag dat een onafhankelijke derde zou moeten betalen voor een dergelijk octrooi. Het gaat dus om een fictief of notioneel octrooi-inkomen. Voor de praktische uitwerking zal een grote rol weggelegd zijn voor de rulingcommissie.

In toepassing van artikel 205/1 WIB 92 worden de inkomsten uit octrooien in de nieuwe regeling voor 80 % vrijgesteld, waardoor er op deze inkomsten nog een belastingdruk heerst van 6,8 %. De basis van het vrij te stellen bedrag zijn de ontvangen royalty’s. In geval van doorontwikkelde octrooien, worden de door de vennootschap betaalde royalty’s en de ten laste genomen afschrijvingen afgetrokken van het vrij te stellen bedrag. De regeling geldt vanaf aanslagjaar 2008, en enkel voor nieuwe octrooien. Dit zijn octrooien die voor 01.01.2007 geen inkomsten hebben opgebracht.

2. Belastbaarheid van de inkomsten uit de verkoop van een octrooi

De inkomsten uit de verkoop van een octrooi zijn bedrijfsinkomsten, die onderworpen zijn aan het basistarief van 33,99 %. Deze inkomsten dienen beschouwd te worden als meerwaarden op immateriële vaste activa. Net zoals in de personenbelastingen komen enkel meerwaarden op immateriële vaste activa in aanmerking voor gespreide taxatie indien er op die activa afgeschreven werd. Dit betekent dat meerwaarden die voortkomen uit zelf in de onderneming opgebouwde immateriële vaste activa (cliëntèle, goodwill, zelf ontwikkelde octrooien,…) geen gespreide taxatie kunnen genieten.

Investeringsaftrek

Wanneer een vennootschap een nieuw octrooi aanschaft, mag deze een verhoogde investeringsaftrek toepassen van 13,5 % op de aanschaffingsprijs. Krachtens artikel 47 bis KB/WIB 92 is een octrooi of een recht tot exploitatie van een octrooi ‘nieuw’ wanneer het nooit door een onderneming voor het uitoefenen van haar beroepswerkzaamheid in België is gebruikt. Dit is nog één van de weinige activa waarvoor een vennootschap nog de investeringsaftrek kan krijgen. Voor de meeste activa is de investeringsaftrek afgeschaft naar aanleiding van de invoering van de notionele intrestaftrek.

Over de auteur
 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Dendermonde | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm