Versoepeling van de regels bij inbreng in natura en quasi-inbreng

In een aantal gevallen kan een inbreng in natura voortaan gebeuren zonder dat daarvoor een revisoraal verslag wordt aangebracht.

Deze versoepeling geldt eveneens bij de verkoop van een vermogensbestanddeel aan een vennootschap, en dit binnen de twee jaren na oprichting van die vennootschap, door een oprichter, bestuurder of aandeelhouder tegen een vergoeding van ten minste één tiende van het geplaatst kapitaal, de zogenaamde quasi-inbreng.

Deze gevallen zijn evenwel beperkt tot situaties waar er reeds een duidelijk referentiepunt bestaat voor de waardering van de inbreng :
1) ofwel worden effecten of geldmarktinstrumenten ingebracht die worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde koers waartegen zij gedurende 3 maand voorafgaand aan de inbreng op een of meer gereglementeerde markten zijn toegelaten
2) ofwel worden andere vermogensbestanddelen ingebracht die reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een waardering. Deze waardering moet dan wel door een revisor gebeurd zijn, mag maximaal 6 maand oud zijn en moet gebeurd zijn met inachtneming van de algemeen aanvaarde normen en beginselen voor de categorie vermogensbestanddelen die de inbreng vormen.
3) ofwel worden andere vermogensbestanddelen ingebracht waarbij de waarde in het economisch verkeer is afgeleid uit de jaarrekening van het voorgaande boekjaar mits de jaarrekeningen door de commissaris gecontroleerd werden en een verklaring zonder voorbehoud bevat. Deze uitzondering kan dus enkel toepassing vinden bij vennootschappen waar een commissaris benoemd werd.

Dezelfde regels gelden mutatis mutandis in geval van quasi-inbreng met dien verstande dat aandeelhouders die gezamelijk 5% van het geplaatst kapitaal bezitten, een revisorale waardering kunnen eisen.

Wordt in bovenvernoemde gevallen geen waarderingsverslag geëist, dan is het wel nodig om via de griffie een verklaring openbaar te maken (neerlegging ter griffie én publicatie in het Belgisch Staatsblad in de vorm van een mededeling) met volgende gegevens :
1. beschrijving van de inbreng in natura /quasi-inbreng
2. naam van de inbrenger /eigenaar van het goed dat de vennootschap wil verkrijgen
3. waarde van de inbreng/quasi-inbreng, herkomst van de waardering en waarderingsmethode
4. nominale waarde van de aandelen of bij gebreke aan nominale waarde, het aantal aandelen die tegen elke inbreng in natura zijn uitgegeven.
5. een attest dat bepaalt of de verkregen waarde ten minste met het aantal en de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, de fractiewaarde van de tegen de inbreng uit te geven aandelen overeenkomt./attest dat de vergoeding bepaalt die werkelijk als tegenprestatie voor de verkrijging wordt verstrekt.
6. een attest dat er zich geen nieuwe bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan ten opzichte van de oorspronkelijke waardering die deze kunnen beïnvloeden.

De revisorale controle zal dan wel weer nodig zijn wanneer wordt overgegaan tot herwaardering. Indien de koers van de effecten is beïnvloed door uitzonderlijke omstandigheden die zouden leiden tot een aanzienlijke wijziging van de waarde van het vermogensbestanddeel op de effectieve datum van inbreng/quasi-inbreng of indien nieuwe bijzondere omstandigheden zouden leiden tot een aanzienlijke wijziging van de waarde in het economisch verkeer van het vermogensbestanddeel op de effectieve datum van inbreng ervan.

Tags: , , ,

Laat je reactie achter