Niemand staat er bij stil, tot het er is: het pensioen is niet wat je verwacht dat het was. Een financiële crisis doet de pensioenfondsen en spaarproducten dalen, maar welke pensioenmogelijkheden zijn er eigenlijk en is het de moeite om eraan mee te doen?
De zogenaamde eerste pijler is het wettelijke pensioen.
Onmogelijk om hier niet aan mee te doen. Werknemers, zelfstandigen, bedrijfsleiders, … allen betalen we sociale bijdrage die we tegen pensioenleeftijd terugvorderen onder vorm van een maandelijks pensioen. Een berekening kan gemaakt worden op de volgende site: http://www.kenuwpensioen.be/.
Een tweede pijler is het aanvullend pensioen en is gelinkt aan de beroepsactiviteit.
Een werknemer of bedrijfsleider met arbeidsovereenkomst krijgt van de werkgever een groepsverzekering of een bedrijfleidersverzekering. De inlagen van de werkgever zijn vrij van sociale bijdragen.
Een zelfstandige sluit een zogenaamd Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (het VAPZ), de bijdragen zijn aftrekbaar als beroepskost.
Een derde pijler is het fiscaal vriendelijke sparen en is onafhankelijk van de werksituatie.
De overheid stimuleert het pensioensparen door een korting te geven op de personenbelasting ten belope van 30 à 40 % van het jaarlijks aanpasbaar maximumbedrag (dit jaar 830 euro).
Naast het rendement van het fonds waarin belegt wordt, geeft de overheid al meteen een voordeel.
Voor jonge mensen wordt aangeraden om in een aandelenfonds te stappen en later over te stappen naar een veiliger fonds (met obligaties en kasbons …). Dit zijn hoofdzakelijk de TAK21 verzekeringsfondsen die volgens recente berichten gewaarborgd worden door het Garantiefonds van de overheid.
Een tweede manier om fiscaal vriendelijk te sparen is langetermijnsparen door middel van een levensverzekering. Het fiscale voordeel is hier tussen de 30 en 40%.
Het fiscale voordeel heeft wel een keerzijde. Opnames van fiscaal vriendelijke spaarproducten voor de wettelijke pensioenleeftijd worden belast tegen 33%. Hebt u het geld niet dringend nodig dan laat u het het best staan en haalt u het ten vroegste op uw 60ste af. Dan wordt het belast tegen 10%. U hebt altijd de keuze of u in het betreffende jaar stortingen doet of niet.
Het meest voordelige is om na uw 60ste nog stortingen te doen. Deze worden niet meer belast bij het opvragen van de som. Spaart u dus tot uw 65ste, dan wordt u belast op de inlagen tot uw 60ste en kan u 5 jaar sparen zonder erop belast te worden.
De vierde pijler is onafhankelijk van de werksituatie en wordt ook niet gestimuleerd. Hier zitten allerlei spaarverzekeringen (TAK23) en beleggingsfondsen in gegroepeerd en behelzen uw eigen vermogen. Professionals stellen dat ‘de regel van 25′ het benodigd kapitaal bepaalt.
Men gebruikt het verschil tussen het nettoloon en het bedrag van het maandelijkse pensioen. Dit vermenigvuldigd u met 12 (op jaarbasis) en dan met 25. Het kapitaal dat u dan uitkomt is het benodigd aanvullend kapitaal en houdt rekening met 3% inflatie.
Gesteld dat het verschil tussen het nettoloon en het pensioen 300 euro bedraagt is volgens bovenstaande regel uw benodigd kapitaal: (300 x 12 x 25) 90.000 euro.


