De Circulaire van 13 augustus 2008 strekt ertoe de richtlijnen inzake de al dan niet aftrekbaarheid van boeten te verduidelijken in het licht van de evolutie in de rechtspraak. We bekijken de krachtlijnen.
Voor “geldboetes met inbegrip van transactionele geldboetes, verbeurdverklaringen en straffen van alle aard” in de zin van art. 53, 6° WIB 92 geldt een specifiek aftrekverbod.
In principe zijn verkeersboetes niet aftrekbaar als beroepskost. Uitzondering op deze regel zijn door de werknemer betaalde verkeersboetes die hem als loon worden terugbetaald, alsook een parkeerretributie.
Het Hof van Beroep heeft recent geoordeeld dat een administratieve boete geen strafrechtelijk karakter heeft. Ook de fiscus gaat hier nu mee akkoord. De Circulaire maakt duidelijk dat het strafrechtelijk karakter geen belang heeft.
Als norm geldt het principe van ‘bijzaak volgt hoofdzaak’. Als de belasting aftrekbaar is, dan is de belastingverhoging ook aftrekbaar.
Proportionele BTW-boetes met een strafrechtelijk karakter en boetes aangaande het eurovignet of registratierechten blijven aftrekbaar.
Volgende eigenlijke boeten zijn in ieder geval van de aftrek als beroepskost uitgesloten :
- alle in het WIB 92 vermelde vaste geldboeten, zowel de administratieve geldboeten (art. 445 WIB 92) als de strafrechtelijke geldboeten (o.a. art. 449, 450, 452 en 456, WIB 92);
- de niet-proportionele of vaste BTW-boeten (o.a. art. 70, § 4, BTW-Wetboek);
- verkeersboetes (maar b.v. niet de belastingverhoging opgelegd wegens het niet tijdig betalen van de verkeersbelasting);
- de gerechtelijke transactionele boeten;
- boeten die werknemers oplopen en ten laste van de werkgever vallen;
- boeten opgelegd overeenkomstig art. 129bis van het Wetboek van Vennootschappen wegens de niet of laattijdige neerlegging van jaarrekeningen;
- boeten wegens inbreuk op de reglementering van de prijzen of de kwaliteit, op de milieuwetgeving, op de reglementering inzake mededinging.
Kartelboetes kunnen voortaan niet meer afgetrokken worden als beroepskost want het gaat hier over ‘echte’ boetes. Ook in andere EU-lidstaten kan dit niet worden afgetrokken. Het legaliteitsprincipe krijgt hier voorrang op het behoorlijk bestuur.
Deze wijziging geldt met terugwerkende kracht.


