en | fr
Alaska wenst u een gelukkig nieuwjaar

De opschortende voorwaarde: fiscus wijzigt standpunt

Traditioneel is de fiscus van mening dat bij een verbintenis onder opschortende voorwaarde, op fiscaal gebied enkel rekening dient gehouden te worden met de datum waarop die voorwaarde is vervuld.

De terugwerkende kracht tot op de dag waarop de verbintenis is aangegaan, overeenkomstig art. 1179 BW, blijft in fiscale zaken zonder invloed (Com. IB 92 nr. 42/6 en 24/7).

Deze interpretatie heeft echter geen enkele specifieke fiscale wettelijke basis. Verheugend is dan ook de recente voorafgaande beslissing (nr. 800.280) van 7 oktober 2008 waarin de rulingdienst afwijkt van deze visie.

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (hierna CBN) heeft zich in haar advies nr. 148/6 uitgesproken over de boekhoudkundige verwerking van verbintenissen onder opschortende voorwaarde.

De CBN onderscheidt de volgende toestanden bij het opmaken van de jaarrekening door het bestuursorgaan:
1) de opschortende voorwaarde is vevuld;
2) het is onzeker of de opschortende voorwaarde al dan niet vervuld zal worden; of
3) het staat vast dat de opschortende voorwaarde zal – of niet zal – vervuld worden.

Wanneer het zeker is dat de voorwaarde niet vervuld zal worden, dan staat het tevens vast dat de overeenkomst geen uitwerking zal hebben. Zij mag derhalve niet in de jaarrekening tot uitdrukking worden gebracht. Staat het integendeel vast dat de voorwaarde wel vervuld zal worden, dan moet de verrichting wel aan het afgelopen boekjaar worden toegerekend.

Bij nummer 2 zal de verrichting niet aan te rekenen zijn aan het boekjaar tijdens hetwelke zij werd afgesloten.

Wanneer bij het opmaken van de jaarrekening door het bestuursorgaan, de opschortende voorwaarde die bedongen was in een tijdens het boekjaar afgesloten overeenkomst, vervuld is, dan heeft de retroactieve werking voorzien in art. 1179 BW tot gevolg dat de verrichting – en de opbrengst of de kost die er uit voortvloeit – aangerekend moeten worden aan het boekjaar tijdens hetwelk de verrichting afgesloten is, ook al is de voorwaarde in vervulling gegaan na de afsluitingsdatum van het boekjaar.

Een belastingplichtige (onderworpen aan het boekhoudrecht) die zich bevond in de eerste toestand, wetende dat de voorwaarde werd vervuld tussen het einde van het boekjaar (boekjaar 2007) en voor het opmaken van de jaarrekening door het bestuursorgaan (in 2008), heeft in een voorafgaandelijke beslissing aan de rulingdienst gevraagd of de geboekte meerwaarde op aandelen (boekjaar 2007) ook fiscaal als verwezenlijkte meerwaarde in het boekjaar 2007 in aanmerking komt voor de vrijstelling van meerwaarde op aandelen.

Op basis van de advies van de CBN en de primauriteit van het boekhoudrecht op het fiscale recht (tenzij er een uitdrukkelijke afwijkende bepaling bestaat), besliste de rulingdienst dat een beperkte retroactiviteit van het boekhoudrecht kan worden toegestaan in het fiscale recht.

 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Dendermonde | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm