Op de Ecofinraad van 5 juni 2008 hebben de Ministers van Financiën de Europese Commissie verzocht voorstellen betreffende enkele btw-regelingen verder te onderzoeken. Het resultaat van deze oefening was het zgn. “VAT package”, een pakket van ontwerprichtlijnen waarvan de wijziging inzake de plaatsbepalingregels voor diensten de meest ingrijpende zijn.
Zij die betrokken zijn in grensoverschrijdende dienstverlening moeten op de hoogte zijn van de draagwijdte van de VAT package.
Om de vereenvoudiging van de btw-behandeling van grensoverschrijdende diensten te bewerkstelligen, zal de btw-heffing op diensten verstrekt tussen ondernemers onderling (zgn. B2B diensten) verlegd worden naar het land waar de afnemer van de dienst is gevestigd. In de huidige btw-regelgeving geldt deze verleggingregel slechts voor bepaalde dienstverrichtingen (bv. intellectuele diensten).
Indien de dienst wordt verstrekt aan een particulier (zgn. B2C diensten) blijft in principe als hoofdregel gelden de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd.
Daarnaast bestaan er enkele uitzondering op bovenstaande regels. Voor bepaalde categorieën van diensten verstrekt aan zowel ondernemers als aan particulieren wordt het land van consumptie als criterium genomen. Het betreft enerzijds diensten met betrekking tot cultuur, sport, wetenschap en onderwijs, restaurantdiensten, verhuur van transportmiddelen en anderzijds, aan particulier verstrekte diensten van telecommunicatie, radio- en televisieomroep en elektronische diensten.
De inwerkingtreding van deze nieuwe plaatsbepalingregels is voorzien op 1 januari 2010 met uitzondering van de (in vorige paragraaf vermelde) aan particulieren verstrekte diensten waarvan de inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2015.


