Een bestuurder, zaakvoerder of aandeelhouder (of hun echtgenoot of hun kinderen) – natuurlijk persoon – die aan zijn vennootschap een geldlening verstrekt, kan de interesten die hij op de geldlening verkrijgt, zien geherkwalificeerd worden in een dividend.
Het gevolg is dan dat hierop een roerende voorheffing dient ingehouden te worden van 25% i.p.v. 15%.
Niet zelden wordt zo een geldlening geboekt op de rekening-courant van de betrokken persoon.
Er is sprake van herkwalificatie wanneer één van de volgende grenzen overschreden wordt:
- ofwel is de toegekende interest hoger dan een bedrag dat overeenstemt met de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet, rekening houdend met de bijzondere gegevens eigen aan de beoordeling van het aan de verrichting verbonden risico en inzonderheid met de financiële toestand van de schuldenaar en met de looptijd van de lening.
- ofwel is het totaal bedrag van de rentegevende geldleningen hoger dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestorte kapitaal bij het einde van dit tijdperk. (art. 18, 4° WIB ’92)
Bij de fiscale administratie bestaat de neiging om deze bepaling ook toe te passen op alle creditbedragen vermeld op de lopende rekening van de aandeelhouders en bestuurders/zaakvoerders – natuurlijke personen. Kan dit zo maar in alle gevallen?
Aangezien de fiscale wetgeving geen omschrijving geeft van het begrip ‘geldlening’, dient hiervoor teruggegrepen te worden naar het gemeen recht (artikelen 1892, 1895 en 1905 BW). In het gemeen recht wordt het begrip ‘geldlening’ omschreven als een verbruikslening waarbij de ene partij gelden aan de andere partij afgeeft, onder de verplichting voor deze om aan de eerste partij evenzoveel gelden terug te geven en waarbij het geoorloofd is interest te bedingen. Een geldlening veronderstelt dus een materiële afgifte van geld (zeg maar een effectieve overhandiging van gelden). Zolang er geen overdracht is gebeurd, is er geen contract van geldlening.
Wanneer dus de schuldvordering uitgedrukt in het creditsaldo van de rekening-courant niet ontstaan is ingevolge de overhandiging van gelden aan de vennootschap door de natuurlijke persoon- aandeelhouder/bestuurder/zaakvoerder, maar door bijvoorbeeld de toekenning van een uitstel van betaling van een prijs bedongen voor de verkoop van aandelen, is er geen sprake van een geldlening en zal de administratie niet kunnen overgaan tot de herkwalificatie van de interest in een dividend. (Gent 4 september 2007, Luik 16 januari 2008, Rb. Hasselt 11 juni 2008)


