Middels het economisch herstelplan van de regering werd het systeem van de maandelijkse BTW-teruggave uitgebreid.
In het verleden kon enkel een vergunning voor maandelijkse teruggaaf worden aangevraagd wanneer 30% van de omzet van het voorgaande kalenderjaar bestaat uit exportverkopen of intracommunautaire leveringen, uit handelingen verricht binnen een BTW-entrepot of handelingen vrijgesteld door art. 40, 41 en 42 W.BTW (bv. handelingen verricht aan zeeschepen). Tevens moest in het vorige jaar het ‘belastingoverschot’ minstens 12.390 EUR bedragen.
Dit systeem wordt nu aangepast en uitgebreid naar de belastingplichtigen die activiteiten ontwikkelen die een ‘structureel belastingoverschot’ doen ontstaan.
De eerste uitbreiding heeft betrekking op situaties waarin de
levering van goederen en diensten die men verricht, aanleiding geven tot verlegging van de heffing naar de medecontractant op grond van art. 51 §2, 5° en 51, § 4 W.BTW.
Zijn bedoeld (a) de handelingen verricht door de buitenlandse belastingplichtige die in België is geïdentificeerd en die plaatsvinden in België en waarvan de afnemer een in België gevestigde belastingplichtige is dan wel een andere buitenlandse belastingplichtige die een Belgisch BTW-nummer heeft met erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger (algemene verlegging van heffing) (art. 51 §2, 5° W.BTW), (b) gevallen waarin de Koning een verleggingsregeling heeft opgelegd. De meest courant regeling is de regeling medecontractant bij werken in onroerende staat (art. 20 KB nr. 1).
Een tweede uitbreiding geldt voor situaties waarin de levering van goederen en diensten vallen onder het verlaagde BTW-tarief van 6% dat van toepassing is in de bouwsector. Voorbeelden van deze uitbreiding zijn: de verbouwingen van woningen ouder dan vijf jaar (tot 31 december 2010) of ouder dan 15 jaar (art. 1 bis KB nr. 20 of Tabel A rubriek XXXI), werken aan privéwoningen van gehandicapten (Tabel A rubriek XXXII).
Een derde uitbreiding is van toepassing voor ‘de levering van goederen en diensten die in het buitenland plaatsvinden binnen de door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen beperkingen en voorwaarden’. Voorbeelden hiervan zijn de levering van goederen met installatie in het buitenland (art. 15, §2, 2° W.BTW), diensten die geacht worden plaats te vinden waar de buitenlandse afnemer gevestigd is (art. 21 §3 7° W.BTW). Welke van deze handelingen aanleiding geven tot maandelijkse teruggaaf is niet direct duidelijk.
Het bedrag van het ‘belastingoverschot’ wordt verlaagd van 12.390 EUR naar 12.000 EUR.
De aanvraagprocedure blijft behouden, wat inhoudt dat belastingplichtigen die wensen gebruik te maken van de maandelijkse teruggaaf procedure eerst een vergunning dienen aan te vragen.
Deze uitbreiding is, in tegenstelling tot de verlaging van de BTW naar 6% in de bouwsector, niet beperkt in de tijd.


