De jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders is bevoegd om te beslissen over de bestemming van het resultaat van het boekjaar en eventueel een deel van de winst als dividend uit te keren.
In de loop van het boekjaar, voor goedkeuring van de jaarrekening, kan echter ook al tot een dividenduitkering overgegaan worden. Het is namelijk toegestaan om tijdens het boekjaar een interimdividend en/of een tussentijds dividend uit te keren. De voorwaarden en de boekingswijze van beide dividenden werden recent opgenomen in een advies van De Commissie voor Boekhoudkundige Normen.
Beide vormen van dividenduitkering mogen absoluut niet verward worden. Wat is het onderscheid ?
Tussen de twee soorten dividenden dient volgend onderscheid gemaakt te worden:
Interimdividend
Een interimdividend betreft een dividenduitkering op de winst van het lopende boekjaar, verrekend met het overgedragen resultaat op het passief. De voorwaarden voor de uitkering zijn vervat in art. 618 W.Venn.:
- de uitkering is enkel toegelaten in een naamloze vennootschap en een commanditaire vennootschap op aandelen;
- in de statuten moet aan de raad van bestuur bevoegdheid verleent zijn om dergelijk dividend uit te keren;
- de toekenning moet gebeuren op basis van een staat van activa en passiva, in voorkomend geval nagezien door een commissaris, waaruit blijkt dat er voldoende uitkeerbare winst is. Het bedrag moeten tevens voor uitkering vatbaar zijn overeenkomstig art. 617 W.Venn.;
- de toekenning moet gebeuren binnen twee maand na opmaak van de tussentijdse staat;
- de uitkering mag niet vroeger gebeuren dan zes maand na het afsluiten van het vorig boekjaar en slechts nadat de jaarrekening van het vorig boekjaar is goedgekeurd;
- een tweede interim dividend mag slechts drie maand na het eerste worden uitgekeerd.
Een interimdividend is een voorschot op de dividenduitkering op het einde van het boekjaar. Indien zou blijken dat het uitgekeerde interimdividend groter is dan het later op de algemene vergadering goedgekeurd dividend, dient het meerdere als voorschot op een volgend dividend beschouwd te worden. Behoudens strijdigheid met art. 617 of art. 618 W.Venn. kan de vennootschap het saldo niet terugvorderen. Het teveel uitbetaalde dividend dient in mindering gebracht te worden van het eigen vermogen van de vennootschap via het overgedragen resultaat.
Tussentijds dividend
De toekenning van een tussentijds dividend wordt, in tegenstelling tot het interimdividend, niet expliciet door een wettelijke bepaling geregeld. Binnen de perken van art.617 W.Venn (voldoende uitkeerbare winst) kan op elk ogenblik tijdens het boekjaar door een bijzondere algemene vergadering beslist worden een tussentijds dividend uit te keren.
Bijkomend verschil met een interimdividend is dat bij de uitkering van een tussentijds dividend enkel kan geput worden uit de reeds gereserveerde winsten van de afgelopen boekjaren. De winst van het lopende boekjaar kan hiervoor niet aangewend worden.
Om geen discrepantie te krijgen tussen de werkelijke toestand en de voorgestelde toestand in de jaarrekening, en om te kunnen voldoen aan art. 617 W.Venn., is het aangewezen om geen tussentijds dividend uit te keren tussen de einddatum van het boekjaar en de datum van goedkeuring van de jaarrekening.
De toekenning is definitief en kan niet als een voorschot op de resultaatverwerking beschouwd worden.
Bron: Commissie Boekhoudkundige Normen, CBN advies 133-5 van 14 januari 2009, www.cnc-cbn.be.


