In het eerder genoemde voorstel van de Commissie wordt nu onder bepaalde voorwaarden wel in een hoofdelijke aansprakelijkheid voorzien.
De hoofdelijke aansprakelijkheid zal worden gesteld bij intracommunautaire (IC) leveringen, in de hiernavolgende gevallen:
1. niet-indiening van de IC listing
2. de IC listing bevat niet de nodige gegevens
Wanneer de IC listing niet alle benodigde gegevens bevat of niet of laattijdig wordt ingediend, dan kan de leverancier hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de BTW op de intracommunautaire verwerving die de afnemer niet heeft aangegeven.
Er zijn echter twee ‘verschoningsgronden’.
Een eerste, indien de afnemer in zijn land een BTW aangifte heeft ingediend voor de periode waarin de BTW op die intracommunautaire verwerving opeisbaar is geworden en “die alle gegevens bevat van de handeling”.
Dit is logisch daar in dit geval de BTW zal voldaan worden.
Een tweede verschoningrond is wanneer de leverancier voldoende zijn “tekortkoming” kan rechtvaardigen. Deze is minder duidelijk, allicht wordt bedoeld dat de leverancier moet beschikken over een geldig btw nummer van de afnemer, en dat hij bij de verzending van de goederen naar de andere EU lidstaat kan aantonen op grond van een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelstukken (bestelbons, vervoerdocumenten, etc. Circ nr 38/2006 28 augustus 2006). Kortom, allicht gaat men moeten kunnen aantonen dat het om een louter materiële vergissing gaat.
Dit is een gebruik (probleem) dat vele ondernemers nu al kennen.
Hoe dikwijls wordt er een bestelling genoteerd van een nieuwe klant uit een ander EU lidstaat, na de deelname aan een buitenlandse beurs, waarbij de leverancier slechts een bestelbon binnenkrijgt (met een BTW identificatienummer erop). Wat moet de leverancier in dit geval, nu al, doen teneinde zichzelf veilig te stellen?
Vooreerst dient de leverancier na te gaan of dit BTW-nummer effectief geldig is en overeenstemt met de gegevens van de klant. Dit kan door deze website te consulteren. Hier kan men zowel de geldigheid als de structuur van het BTW nummer verifiëren.
Het liefst maakt men gebruik van de mogelijkheid om rechtstreeks de informatie te vragen bij de BTW administratie. Dit kan door te faxen naar een centraal nummer met de vraag of het BTW identificatienummer overeenkomt met de buitenlandse klant en zijn adres. U kunt dit doen op volgende dienst:
Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen
Zaveltoren – 24ste verdieping
Stevensstraat 7
B – 1000 Brussel
Tel.: (+32) 2 552 59 33 of 34
Fax: (+32) 2 552 55 51
U krijgt een fax antwoord waarbij men op 3 vragen antwoordt: 1. Geldig BTW nummer 2. Overeenstemming naam klant 3. Overeenstemming met gekend adres.
Krijgt men een ja op de eerste 2 vragen, dan mag men handel drijven met die klant. Immers de derde vraag is niet steeds relevant, u kunt te maken hebben met een klant met meerdere vestigingen.
In de andere gevallen dient u bijkomend onderzoek te doen naar de klant zelf. Is er recentelijk een nieuw BTW nummer aangevraagd of is er een naamswijziging doorgevoerd?
Nu deze stap achter de rug is, wordt de bestelling uitgevoerd en vervolgens vervoerd naar het buitenland. Zolang het transport door de leverancier zelf wordt uitgevoerd stelt zich geen bijkomend probleem, u weet immers dat de goederen naar de klant verstuurd worden.
Indien de klant zelf de goederen komt afhalen of door een transportfirma op vraag van de klant, dan dient u bijkomend te verifiëren of diegene wel degelijk de klant is. Immers een persoon met malafide bedoelingen kan een bestelbon vervalsen van een buitenlandse firma, de goederen komen ophalen en contant betalen onder toepassing van IC levering. Doch later zal blijken dat de buitenlandse firma nooit enige handel met u gevoerd heeft. Hoe bewijst u een dergelijk verrichting?
Een pasklaar antwoord wordt voor deze situatie niet door de wetgever gegeven doch de aangehaalde circulaire kan enig soelaas bieden: als u kunt bewijzen dat u alle middelen uitgeput heeft (bestelbon, factuur, verificatie van het BTW nummer, de afgetekende leveringsnota, indien mogelijk kopie van de identiteitskaart of rijbewijs van diegene die de goederen kwam ophalen, de factuur laten tekenen door de afnemer bij contante betaling …) dan zult u wellicht op basis van de tweede verschoningsgrond de hoofdelijke aansprakelijkheid ontlopen. Doch dit is op heden nog niet 100 % zeker.
De tweede voorgestelde maatregel gaat over de invoer gevolgd door een intracommunautaire levering van de ingevoerde goederen.
Het betreft hier een wijziging betreffende de vrijstelling van de btw op de invoer van goederen, wanneer deze invoer gevolgd wordt door een vrijgestelde IC levering of overbrenging. (artikel 143, d BTW richtlijn, artikel 40,§ 1, 1° d BTW wetboek)
Empirisch werd vastgesteld dat fraudeurs hun invoer van goederen draineren naar EU lidstaten die minder strenge voorwaarden opleggen voor de voormelde regel (vrijstelling).
Net daarom stelt de Commissie het belang dat de voorwaarden voor deze vrijstelling op Europees niveau wordt vastgelegd:
- de invoerder moet voor de BTW geïdentificeerd zijn in de Lidstaat van invoer of een fiscaal vertegenwoordiger hebben;
- de invoerder moet op het tijdstip van de invoer het geldige BTW-nummer van zijn afnemer in de andere Lidstaat (de IC verrichting) waarnaar de goederen worden verzonden, of in het geval van een overbrenging zijn eigen BTW nummer in die Lidstaat op te geven;
- de invoerder dient op het tijdstip van de invoer het bewijs te leveren dat de goederen van uit de Lidstaat van invoer naar een andere Lidstaat vervoerd zullen worden.
Deze voorwaarden zijn op heden reeds van toepassing in België en zullen in de toekomst ook in alle andere EU Lidstaten van toepassing zijn.
Het ontwerp van de Richtlijn, dat nog door de Lidstaten moet worden goedgekeurd, zegt dat de Lidstaten tegen uiterlijk 31 december 2009 deze regels zullen moeten toepassen.
De krijtlijnen zijn als het ware uitgezet, nu nog de concrete nationale wetgevingen.



newnomad
15 July, 2009
Dus kortweg, momenteel wordt je als verkoper niet verantwoordelijk gesteld als blijkt dat je europese klant een geldig BTWnr van een willekeurige andere zaak in zijn land heeft gebruikt om zo geen 21% onrechtmatige korting te verkrijgen? Maar indien deze nieuwe wet er komt ben je wel verantwoordelijk en dien je dus een paper trail van btw met naam en adrescontrole bij te houden en elke keer te bellen naar brussel?
Ik denk vooral aan het ecommerce scenario waar vaak de enige controle voor btw vrije levering de geautomatiseerde verificatie via VIES is, en verder geen matching van btw nr en address gebeurt.
Bij ecommerce is impulsaankoop- en dus het volautomatsich afhandelen- belangrijk. Met het verplichte bellen naar brussel wordt dit onmogelijk…