Cash flow – veelgebruikt maar niet altijd begrepen (deel I)

cashNet als elke particulier moet ook een onderneming tijdig haar leveranciers en andere schuldeisers betalen.

Een correcte bewaking van de financiële rekeningen moet binnen een onderneming absolute prioriteit genieten. Het geld dat beschikbaar is, kan zowel op een financiële rekening staan als in kas zijn. Men heeft het dan over de ‘beschikbare cash’ in de onderneming.

Doorgaans gebruikt men hiervoor de term ‘cashflow’. Een courante term, maar vaak weet men niet wat hij precies inhoudt. Daarom enige verduideling.

1. Cash in een onderneming

De beschikbare cash is terug te vinden op de bankrekening(en) en eventueel in de kas van de onderneming. Beide zaken zijn op de balans van de onderneming herkenbaar onder de post ‘liquide middelen’ op de actiefzijde.

De balans is echter slechts een momentopname, een weergave op het ogenblik dat men ze opmaakt. De cashpositie zegt dus eigenlijk niet zoveel. Het kan immers zijn dat de onderneming de volgende dag aanzienlijke betalingen moet verrichten en misschien te weinig middelen beschikbaar heeft.

Het omgekeerde kan uiteraard ook: de balans kan op de dag dat men ze opmaakt weinig liquide middelen vertonen, terwijl de dag erna een aanzienlijke storting door een klant gebeurt. Het maakt duidelijk dat de beschikbare middelen op een gegeven ogenblik maar een uiterst beperkt deel van de cashflow uitmaken.

Op basis van de beschikbare middelen moet een diepgaander analyse van de resultatenrekening volgen.

2. Componenten van de cashflow

Het gaat met name om de inkomsten en uitgaven van een onderneming. Die kunnen nogal verschillen van de opbrengsten en kosten. De eerste zijn kasstromen, de tweede zijn componenten van het resultaat. Voor de cashflow houden we rekening met de werkelijke kasstromen.
Als we de onderneming beschouwen als een ‘money machine’, rijst de vraag: waar haalt zij haar geld vandaan?

De geldstroom verloopt via diverse kanalen: ‘cashbronnen’. Deze kunnen zowel inkomsten als uitgaven genereren.

Wat zijn mogelijke cashbronnen in een onderneming ?

Bron 1 : Financiering van de onderneming
Een bedrijf kan de hoeveelheid beschikbare middelen verhogen door externe financieringsbronnen aan te trekken. De onderneming heeft twee mogelijkheden om liquide middelen aan te trekken : via een stijging van het eigen vermogen of via een stijging van het vreemd vermogen. Deze stijging omvat zowel inkomende als uitgaande geldstromen.

Bron 1 a : Inkomsten door het aantrekken van vers geld
De inkomsten verkregen uit het eigen vermogen zijn middelen die door de aandeelhouders ter beschikking worden gesteld. Belangrijk zijn deze twee factoren: het geld hoeft niet terugbetaald te worden en er is geen vaste vergoeding voorzien. Bij inkomsten verkregen door stijging van het vreemd vermogen, is er wel een terugbetalingsschema evenals een interestvergoeding.

Bron 1 b : Uitgaven door terugbetaling van de aangetrokken gelden
Enkel in het geval van vreemde middelen moet het aangetrokken geld worden terugbetaald.

Bron 1 c : Uitgaven door de vergoeding aan het eigen vermogen
Onder ‘vergoeding betaald aan het eigen vermogen’ verstaat men ‘dividenden’. Zij zijn terug te vinden in de resultaatverwerking bij de jaarrekening.

Bron 1 d : Uitgaven door de vergoeding aan het vreemd vermogen
De rentebetalingen vinden we terug in de resultatenrekening onder de post ‘financiële lasten’.

Bron 2 : Cash door de bedrijfsactiviteit van de onderneming
Het bedrijfsresultaat – terug te vinden in de resultatenrekening – weerspiegelt voor een bepaalde periode alle opbrengsten en kosten die aan de bedrijfsactiviteit verbonden zijn.

Niet alle componenten hiervan zorgen voor inkomsten/uitgaven :
- Bepaalde verkopen genereren geen ontvangsten: verkopen aan het einde van het boekjaar zijn niet alle effectief ontvangen; sommige zullen pas in het volgende jaar worden verrekend en andere zullen, jammer genoeg, nooit worden betaald. Er moet dus een correctie gebeuren op basis van de nog openstaande klanten. LET WEL: in het boekjaar gebeuren ook nog betalingen van openstaande klanten van het vorige boekjaar.
- Ook bedrijfskosten dienen onder de loep te worden genomen: bij aankopen zullen per einde boekjaar evenmin alle leveranciers betaald zijn. Dit is ook het geval met betaling van openstaande leveranciers van het vorige boekjaar.
- Daarnaast zijn er ook kosten die nooit een uitgave zullen worden :

1. Afschrijvingen
Afschrijvingen tonen het effect van de economische en technische slijtage op de investeringen. Naast de goederen en diensten zijn ook activabestanddelen (gebouw, rollend materieel, computers …) nodig om de bedrijfsactiviteit te kunnen uitoefenen. Het zijn middelen die gedurende langere tijd ter beschikking van de onderneming staan. Om de kost hiervan weer te geven, worden deze activabestanddelen afgeschreven over hun vermoedelijk dienstige levensduur.

2. Waardeverminderingen
Een waardevermindering volgt dezelfde logica als bij afschrijvingen. Er kan een waardevermindering worden geboekt als blijkt dat een bepaald activabestanddeel niet gerealiseerd kan worden.
Bijvoorbeeld: een klant die niet betaalt, voorraad die minder waard blijkt te zijn …
Het gaat hier louter om een boekhoudkundige transactie die geen uitgaande geldstroom creëert.

3. Voorzieningen
Voorzieningen zijn voorziene kosten, maar ze zijn nog niet betaald. Het is best mogelijk dat er een lange periode ligt tussen het ogenblik van de aanleg van de voorziening en de effectieve betaling.
Eén van de meest toegepaste voorzieningen is deze voor grote onderhoudswerkzaamheden.

Bron 3 : Investeringen
Het feit dat een onderneming investeert in bedrijfsmiddelen heeft uiteraard impact op de beschikbare liquide middelen van een ondernemingen. (bron van uitgaven). De verkoop van bedrijfsmiddelen is uiteraard ook een bron van inkomsten. (desinvestering)

Bron 4 : Kasstromen die verband houden met het financieel resultaat
Het financieel resultaat van een onderneming bestaat uit financiële kosten en opbrengsten zoals:
- financiële opbrengsten: opbrengsten uit geldbeleggingen, dividenden van verbonden ondernemingen, wisselkoerswinsten;
- financiële kosten: wisselkoersverliezen

Bron 5 : Kasstromen vanuit het uitzonderlijk resultaat
Deze zijn meestal verwaarloosbaar klein.

Bron 6 : Kas besteed aan belastingen

Tags: , ,

Laat je reactie achter