Sommige accountants en boekhouders kiezen ervoor om zo snel mogelijk op veilig te spelen en hun klant liever wat te veel te laten voorafbetalen dan te weinig.
Zo komt de klant aan het einde van het boekjaar niet voor verrassingen te staan. Daarnaast is het ‘plezanter’ om aan de klant uit te leggen dat hij belastingen terugkrijgt in plaats van bijbetalen.
Veel voorafbetalen heeft echter ook zijn nadelen.
Grote overschotten van voorafbetalingen zijn een knipperlicht waarop men dossiers selecteert voor een controle. Hiernaast moet er maar tegen het einde van het jaar genoeg voorafbetaald worden. U kan dus ook gerust wachten en maar voorafbetalen naar het einde van het boekjaar toe.
Op schadevergoedingen dienen geen voorafbetalingen te gebeuren, ook niet in vennootschappen. Op afzonderlijk belastbare inkomsten dienen in de personenbelastingen evenmin voorafbetalingen gestort te worden.
Als u naar het einde van het jaar toe merkt dat er teveel voorafbetaald werd, dan kunt u nog steeds vragen om het overschot over te dragen naar het volgend jaar of om een gedeelte terug te vragen. Zo vermijdt u aan de staat een renteloze lening te geven.
Dit verzoek moet dan wel schriftelijk gebeuren bij de Dienst Voorafbetalingen en in principe tegen het einde van de tweede maand die volgt op het belastbare tijdperk m.a.w. meestal 28 februari (einde boekjaar 31 december). Er is echter nog een tweede termijn: vanaf de verzending van het rekeninguittreksel van de voorafbetaling, beschikt de belastingplichtige over een termijn van één maand indien deze eindigt na de toepassing van het eerste principe. In dit geval moet het rekeninguittreksel worden teruggezonden aan de Dienst Voorafbetalingen.


