Een vennoot (of een bedrijfsleider) kan zowel geld lenen van als aan de vennootschap, vaak worden deze leningen geboekt op een rekening courant of lopende rekening.
Hoe zit het nu met de rente hierop ?
Wanneer een vennoot geld leent van de vennootschap (via rekening-courant op de debetzijde) en hiervoor geen interest wordt betaald, zal, op grond van art. 18 §3, 1 d) KB/WIB ’92, de vennoot fictief belast worden via een voordeel van alle aard. De referentierentevoet voor deze niet hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd wordt elk jaar door de Staat vastgelegd. Voor het inkomstenjaar 2008 bedraagt deze maar liefst 11,20%.
De vraag is gerezen of deze rentevoet kan worden toegepast wanneer de vennootschap leent van een vennoot of bestuurder. De minister van financiën heeft in zijn antwoordt hierop gesteld dat de interesten van die lening slechts in aanmerking komen als beroepskosten in zover zij niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenstemt met de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet rekeninghoudend met de bijzondere gegevens eigen aan de beoordeling van het aan de verrichting verbonden risico en inzonderheid met de financiële toestand van de schuldenaar en de looptijd van de lening (art. 55 WIB ’92).
Volgens de minister kan er bijgevolg niet worden aangenomen dat de marktrentevoet die van toepassing is inzake beroepskosten ipso facto gelijk is met de rentevoet die wordt weerhouden op het vlak van de voordelen van alle aard.
Bron: PV nr. 151 dd. 14 januari 2009 van de heer Maingain, Vr. en Antw., Kamer 2008-2009, nr. 050, 194-195.


