Openbare werken (lange werven) zijn een zware last voor ondernemers die hinder ondervinden van deze werken. De ondernemers lijden vaak een ernstig inkomensverlies omdat hun zakencijfer omwille van de langdurige openbare werken daalt.
Op 3 december 2005 kwam een eerste wetgevend initiatief en konden ondernemers die voldeden aan zeer strikte voorwaarden (14 dagen sluiten, geen andere beroepsinkomsten, lange procedureweg) een inkomenscompensatievergoeding verkrijgen van 44,20 euro per dag dat de onderneming moest sluiten. Deze regeling was niet bepaald een succes.
De programmawet van 22 december 2008 (BS 29 december 2008) brengt nu een versoepeling in deze regelgeving.
Wie komt in aanmerking voor compensatie?
De zelfstandige ondernemer die aanspraak wil maken op een inkomenscompensatievergoeding moet aan volgende criteria voldoen:
- de inrichting die hinder ondervindt en waarin de zelfstandige werkt, moet minder dan 10 werknemers tellen;
- de jaaromzet en het jaarlijks balanstotaal van de onderneming mogen de 2 miljoen euro niet overschrijden;
- de voornaamste activiteit strekt tot de rechtstreekse verkoop van producten of het verlenen van diensten aan gebruikers of kleine gebruikers, waarvoor persoonlijk en direct contact met de klanten vereist is, dat in normale omstandigheden plaatsvindt in een gebouwde inrichting.
Wanneer kan de vergoeding verkregen worden?
De ondernemer kan een vergoeding krijgen wanneer hij geen andere beroepsinkomsten heeft dan de inkomsten uit zijn werkzaamheden in de inrichting die hinder van de werken ondervindt en de hinder als gevolg heeft dat de opening van de gehinderde inrichting waarin hij werkt, nutteloos is vanuit operationeel oogpunt tijdens een periode van minstens zeven kalenderdagen. De inrichting die hinder ondervindt en waarin de zelfstandige werkt, moet gesloten zijn.
Wettelijk wordt er onder ‘hinder’ verstaan “de toestand als gevolg van werken die de toegang tot de inrichting waarin de zelfstandige werkzaam is, belemmert, verhindert of in de praktijk bemoeilijkt”.
De wet voorziet zelf in gevallen waarin er hinder aanwezig is (de gemeenten worden verplicht om een attest af te leveren) ongeacht de beoordeling ten gronde door het Participatiefonds. De gemeente en het Participatiefonds behouden in andere gevallen een appreciatiebevoegdheid met betrekking tot de aanwezigheid van hinder.
De gemeente zal verplicht een attest dienen uit te reiken in volgende gevallen:
- geen enkele van de reglementair aangelegde openbare parkeerplaatsen van de straat waarin de inrichting is gelegen kan benut worden;
- geen enkele reglementair aangelegde openbare parkeerplaats kan benut worden binnen een straal van 100 meter rond enige toegang tot de inrichting;
- een toegangsweg tot de inrichting wordt voor doorgaand autoverkeer in één of twee richtingen afgesloten;
- de toegang voor voetgangers tot de inrichting is onmogelijk.
Bedrag van de vergoeding
De vergoeding voor nieuwe aanvragen wordt opgetrokken tot 70 euro per dag. De vergoeding is pas verschuldigd vanaf acht dagen volgend op de sluitingsdatum, maar is verschuldigd voor heel de sluitingstermijn. De maximumperiode is 30 kalenderdagen, met mogelijkheid tot verlenging.
Procedure
De ondernemer dient bij de gemeente een attest van hinder aan te vragen zodra hij op de hoogte is gebracht van de werken. De ondernemer zal samen met het attest een aanvraag tot vergoeding indienen bij het Participatiefonds. Het Participatiefonds zal binnen de wettelijke termijn de ondernemer in kennis stellen of hij in aanmerking komt voor een vergoeding.


