Tewerkstelling in tijden van crisis
In huidige tijden van economische crisis heeft de overheid zich gebogen over maatregelen om de tewerkstelling te ondersteunen teneinde zoveel mogelijk ontslagen te voorkomen.
De Wet van 19 juni 2009 “houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis” (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 25 juni 2009) voorziet drie uitzonderlijke en specifieke crisismaatregelen die verder werden uitgewerkt in diverse Koninklijke Besluiten.
De maatregelen gelden van 01 juli 2009 tot en met 31 december 2009, maar kunnen één keer verlengd worden tot 30 juni 2010.
1. Tijdelijke crisisaanpassing van de arbeidsduur
Deze maatregel kan worden toegepast in alle ondernemingen uit de privé-sector en de autonome overheidsbedrijven. De onderneming in kwestie hoeft derhalve niet aan te tonen dat zij in moeilijkheden verkeert.
De tijdelijke crisisaanpassing van de arbeidsduur houdt in dat de arbeidsduur kan verminderd woren met 1/5 of 1/4 en dit op basis van een CAO gesloten op het niveau van de onderneming welke van toepassing is op alle of een bepaalde categorie werknemers in de onderneming.
De werkgever komt hierbij in aanmerking voor een forfaitaire doelgroepvermindering, te weten een vermindering van de werkgeversbijdragen ten belope van 600 EUR per kwartaal ingeval van arbeidsduurvermindering met 1/5 en ten belope van 750 EUR ingeval van arbeidsduurvermindering met 1/4. Voormelde bedragen zijn te verhogen telkens met 400 EUR indien de arbeidsduurvermindering gecombineerd wordt met een tijdelijke invoering van de 4-dagenweek in de onderneming. Deze vermindering van werkgeversbijdragen dient minstens voor 3/4 aangewend te worden voor de compensatie van het loonverlies van de werknemers.
Niettegenstaande de vermindering van de arbeidsduur, behouden de werknemers het statuut van voltijds werknemer.
2. Vermindering arbeidsvolume voor ondernemingen in moeilijkheden
In tegenstelling tot de eerste maatregel, zijn de overige twee maatregelen enkel bestemd voor ondernemingen uit de privé-sector die als “onderneming in moeilijkheden” kunnen gekwalificeerd worden.
Een onderneming in moeilijkheden beantwoordt minstens aan één van volgende criteria:
1/ tijdens één van de vier kwartalen voorafgaand aan de eerste toepassing van de vermindering van de arbeidsprestaties is er een daling van minstens 20% van de omzet of van de productie in vergelijking met hetzelfde kwartaal van het voorgaande jaar
2/ tijdens het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de werkgever voorstelt om de arbeidsprestaties tijdelijk te verminderen, is er voor minstens 20% van het totaal aan de RSZ aangegeven dagen gebruik gemaakt van de regeling van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor werklieden
3/ tijdens één van de vier kwartalen voorafgaand aan de eerste toepassing van de vermindering van de arbeidsprestaties is er een daling van minstens 20% van de bestellingen in vergelijking met hetzelfde kwartaal van het voorgaande jaar.
De onderneming in moeilijkheden dient bovendien gebonden te zijn door hetzij een sectorale of een ondernemings-CAO, hetzij door een ondernemingsplan goedgekeurd door een speciaal hiertoe opgerichte commissie.
De wetgever voorziet voor ondernemingen in moeilijkheden twee maatregelen om het arbeidsvolume tijdelijk te verminderen.
Crisistijdskrediet
De werkgever kan aan elke voltijds tewerkgestelde werknemer een voorstel doen van arbeidsduurvermindering met 1/5 of 1/2 voor een periode tussen 1 en 6 maanden.
Indien de werknemer hiermee akkoord gaat, wordt schriftelijk een tijdelijk addendum bij de arbeidsovereenkomst opgemaakt.
Tijdens de duur van dit crisistijdskrediet maakt de werknemer aanspraak op een RVA-uitkering.
Bovendien zal ingeval van ontslag gegeven door de werkgever in deze periode, onder “lopend loon” begrepen worden het loon waarop de werknemer aanspraak had kunnen maken indien hij voltijds was blijven werken.
Economische werkloosheid voor bedienden
Deze economische werkloosheid voor bedienden wordt door de RVA aangeduid als de “crisis-schorsing-bedienden”.
Deze maatregel geldt enkel voor bedienden en betreft een collectief stelsel waarbij de werkgever de keuze heeft uit twee formules:
1/ een volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst voor maximaal 16 weken tijdens het tweede semester van 2009 (ingeval van verlenging van de maatregel: nog eens maximaal 16 weken tijdens het eerste semester van 2010)
2/ een gedeeltelijke vermindering van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tot minstens 2 werkdagen per week voor maximaal 26 weken tijdens het tweede semester van 2009 (ingeval van verlenging van de maatregel: nog eens maximaal 26 weken tijdens het eerste semester van 2010).
Deze regelingen worden toegepast per kalenderweek.
Een combinatie van beide regelingen is tevens mogelijk.
De werkgever moet de bedienden en de RVA minstens 7 dagen op voorhand op de hoogte brengen van de volledige of gedeeltelijke schorsing van hun arbeidsovereenkomst. Op deze zelfde dag dient de werkgever ook aan de ondernemingsraad (bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging) mede te delen welke redenen die het gevolg zijn van de crisis, de schorsing verantwoorden.
De bediende maakt aanspraak op een RVA-uitkering van 75% (voor samenwonenden met gezinslast en voor alleenwonenden) of 70% (voor samenwonenden zonder gezinslast) van het begrensde loon.
Daarnaast ontvangt de bediende ook nog een supplement ten laste van de werkgever.
Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt vóór of tijdens de schorsing van de arbeidsovereenkomst in het kader van economische werkloosheid voor bedienden, houdt de opzeggingstermijn op tijdens de schorsing.
Cindy Dhondt
Tags: crisis, economische werkloosheid, ontslag, tewerkstelling, vermindering arbeidsduur