Sedert de Wet van 28 juni 2009, die in werking is getreden op 31 augustus 2009 kan de schuldenaar van financiële tegoeden (zeg maar de banken en de daarmee gelijkgestelde instellingen) overgaan tot de zogenaamde bevrijdende betaling.
Dit wil zeggen dat deze schuldenaar een deel van de tegoeden mag uitbetalen aan de langstlevende echtgeno(o)t(e) of de langstlevende wettelijk samenwonende partner (zie “Versoepeling blokkering van de banktegoeden bij overlijden“). Dit kan gebeuren zonder dat een attest of akte van erfopvolging voorgelegd moet worden.
Het attest waarvan sprake, is het attest of de akte van erfopvolging dat we vinden in artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel is ingevoerd door de Wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad 19 mei 2009). De akte van erfopvolging vervangt de vroegere akte van bekendheid.
Een bankinstelling zal enkel tot vrijgave van het saldo van de banktegoeden, na voormelde bevrijdende betaling, aan de erfgenamen van een overleden cliënt kunnen overgaan, na de voorlegging van hetzij het attest van erfopvolging dat afgeleverd wordt door de ontvanger van successierechten, hetzij een attest of een akte van erfopvolging dat afgeleverd wordt door de notaris.
De door de vrederechter of het gemeentebestuur opgestelde ‘akte van bekendheid’, kan bijgevolg niet meer gebruikt worden.
In bepaalde gevallen zal het echter enkel de notaris zijn die bevoegd is om het attest af te leveren. Dit zal met name het geval zijn indien de erfenis niet exclusief vererfd wordt via de wettelijke erfrechtelijke regels; indien er onbekwame erfopvolgers zijn; indien er een uiterste wilsbeschikking is; indien er een contractuele erfstelling is (dit is een gift tussen echtgenoten met betrekking tot toekomstige goederen, die opgenomen wordt in het huwelijkscontract) of indien er een huwelijkscontract voorhanden is.
Met betrekking tot buitenlandse erfgenamen, legatarissen of begiftigden geldt een andere regeling. Bankiers mogen pas tot uitbetaling van banktegoeden overgaan, dan na het voorleggen van een attest, afgeleverd door de ontvanger van successierechten waaruit blijkt dat de in het buitenland wonende erfgenaam voor de nodige borgstelling heeft gezorgd. Indien deze erfgenaam niet voor een zakelijke of persoonlijke borg heeft gezorgd, kan er niet overgegaan worden tot: zegellichting door de vrederechter; verkoping van de nagelaten goederen door een openbaar ambtenaar; akte van verdeling van nagelaten goederen; of de vrijgave van de banktegoeden, effecten op naam of aan toonder of de opening van een safe.


