De verhuur van een onroerend goed is – zoals geweten – vrij van BTW (zie art. 44 §3,2° BTW-Wetboek).
Volgens de BTW-Administratie geldt eveneens dat ‘als de verhuurder zich verbindt bijkomende diensten te verlenen, de handeling in regel volledig is vrijgesteld’. Op de bijkomende diensten is dus geen BTW verschuldigd.
Het gaat hierbij om de volgende bijkomende diensten: verwarming en airconditioning, verlichting, watervoorziening, bewaking, reiniging en glazenwassen, onderhoud van de lift, telefoon en andere telecommunicatiediensten.
Op deze basisregel staat de BTW-Administratie wel een afwijking toe: de bijkomende diensten moeten aan BTW onderworpen worden als ze door de verhuurder zelf aan de huurder worden verleend en er een afzonderlijke prijs voor werd bedongen.
In een arrest van 11 juni 2009 heeft het Europees Hof van Justitie nu beslist dat wanneer de verhuurder ook bijkomende diensten verricht voor de huurder, de vrijstelling van BTW niet geldt voor deze bijkomende diensten. De verhuur en de bijkomende diensten kunnen volgens het Hof niet aanzien worden als één enkele prestatie.
Door dit arrest wordt de afwijking van de BTW-Administratie voortaan dus de regel.


