en | fr
Alaska wenst u een gelukkig nieuwjaar

Over “de gezinswoning” en het eten van twee walletjes.

pionHet kan interessant zijn om als wel verdienende burger uw fiscale woonplaats te hebben in een gemeente die geen of slechts een beperkte aanvullende belasting vestigt op de personenbelasting.

Zo is het genoegzaam bekend dat de inwoners van sommige kustgemeenten (bv. Knokke, Koksijde, voor aanslagjaar 2009 ook De Panne) volledig vrijgesteld zijn van de gemeentelijke opcentiemen. Dit kan een flinke duit schelen, wetende dat deze aanvullende belasting in andere gemeenten vaak een tarief kent van om en bij de 6 à 8 %, soms nog meer.

Naar aanleiding van een overlijden, kunnen de kaarten evenwel anders liggen …

Zo was er een West-Vlaams gezin dat benevens hun (in verbouwing zijnde) eigendom in het binnenland, een woning huurde in Knokke, en daar haar fiscale domicilie heeft genomen. De echtgenote komt te overlijden en in de aangifte van nalatenschap wordt Knokke als sterfhuis opgegeven. Er wordt in de aangifte ook vermeld dat de fiscale woonplaats van de erflaatster al meer dan 5 jaar in Knokke-Heist gevestigd was.

De woning in Knokke is een huurwoning en dient niet te worden aangegeven in de aangifte van nalatenschap. De eigendom in het West-Vlaamse binnenland valt wel in de nalatenschap en dient dus als aktief in de aangifte van nalatenschap te worden opgenomen.

Uiteraard wil men voor deze eigendom graag gebruik maken van de vrijstelling van successierechten voor de langstlevende m.b.t. de rechten die deze ingevolge de nalatenschap verwerft in de gezinswoning. Deze fiscale vrijstelling kan sedert 1 januari 2007 genoten worden voor “de woning die de erflater en zijn echtgenoot of samenwonende tot gezinswoning diende op het ogenblik van het overlijden”.

De Ontvanger der successierechten weigert evenwel de vrijstelling voor successierechten op de woning in het binnenland, op grond van het feit dat de gezinswoning volgens hem feitelijk in het huurhuis te Knokke is gevestigd. Hij krijgt gelijk bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge (Rb. Brugge, 30 maart 2009)

De erfgenamen leggen namelijk geen bewijs voor dat hun eigendom in het binnenland “de gezinswoning ten dage van het overlijden” was. 

Dat zouden ze vooreerst kunnen doen door voorlegging van een uittreksel uit het bevolkingsregister dat een (weerlegbaar) vermoeden vormt. In deze was het gezin wellicht officieel ingeschreven in Knokke en bracht dergelijk uittreksel geen aarde aan de dijk.

Feitelijke elementen zoals kostennota’s voor verbruik van water, electriciteit, gas, telefoonverkeer etc. zouden in principe eveneens dienstig kunnen zijn voor de langstlevende om,- bvb. ondanks de inschrijving in het bevolkingsregister te Knokke-, aan te tonen dat de echtgenoten wel degelijk hun gewoonlijke verblijf hielden in hun eigendom in het binnenland en niet in het huurhuis te Knokke. Wellicht was dit op het ogenblik van het overlijden spijtig genoeg ook niet het geval.

Zo kon men in dit concreet geval op fiscaal vlak niet eten van twee walletjes.

De Rechtbank van Brugge heeft met zijn vonnis duidelijk gemaakt dat, ingeval de echtgenoten beschikken over meerdere eigendommen of verblijven, deze echtgenoten niet zomaar de keuze hebben om een eigendom aan te duiden als hun gezinswoning met het oog op vrijstelling van successierechten. Als vrijgestelde gezinswoning wordt enkel aanvaard, de woning waar de partners op het ogenblik van het overlijden “gewoonlijk” samenleefden. Dit staat niet met zoveel woorden vermeld in het huidige art. 48 van het Vlaamse wetboek successierechten, maar is wel aldus in de Memorie van Toelichting toegelicht.

Over de auteur
 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Dendermonde | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm