Hét kenmerk van een VZW is de afwezigheid van ‘winstoogmerk’. Een VZW wordt immers opgericht met een belangeloos doel waarbij geen winst voor de leden wordt nagestreefd.
Het stellen van nijverheids-of handelsdaden met de bedoeling winst te maken en vermogensvoordelen aan haar leden toe te kennen, kan onder geen enkel beding het hoofddoel van de VZW uitmaken.
Het valt dan ook te betreuren dat de grootste ondernemersorganisatie de VZW als mogelijk alternatief voor een VOF (vennootschap onder firma) voorstelt en beide zelfs als ‘ondernemingsvormen’ (?) naast elkaar afweegt. Dit is appelen met citroenen vergelijken.


