Volgens het artikel 444 van het WIB 92 wordt een belastingverhoging berekend op het niet aangegeven inkomstengedeelte. Volgens de fiscus is een verhoging bijgevolg mogelijk telkens wanneer de verschuldigde belasting hoger is dan wat uit de aangifte blijkt. De fiscus is hierbij reeds bijgetreden door het Hof van Cassatie in een arrest van 10 mei 2002.
In antwoord op een parlementaire vraag van 25 september 2009, laat de minister nu echter weten dat er geen belastingverhoging kan opgelegd worden als de fiscus het tarief in de vennootschapsbelasting optrekt van het verlaagd opklimmend tarief naar het normale tarief. Als men in de aangifte enkel het verkeerde tarief aankruist maar voor de rest alle inkomsten correct aangeeft, is er geen sprake van een niet-aangegeven inkomstengedeelte.
Bijgevolg kan men volgens de minster bezwaar indienen indien er in dit geval toch een belastingverhoging wordt opgelegd.


