In het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2010 werd de nieuwe wettelijke intrestvoet voor het jaar 2010 meegedeeld, van toepassing in burgerlijke en handelszaken: deze bedraagt 3,25 %.
Jaarlijks deelt de federale overheidsdienst Financiën, in de loop van de maand januari, deze wettelijke intrestvoet mee. In 2009 en 2008 bedroeg de wettelijke intrest respectievelijk nog 5,5% en 7%.
Sedert 1 januari 2007 wordt deze wettelijke rente gekoppeld aan een marktrente, vastgesteld als volgt:
- gemiddelde van de Euribor-rentevoet op 1 jaar (gemiddelde tijdens de maand december van het voorafgaande jaar)
- afgerond naar hoger gelegen veelvoud van 0,25 %
- vermeerderd met 2%
Er kan hierbij ook even aan herinnerd worden dat er sedert de wet van 2/8/2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties ook een “bijzondere intrestvoet” is ingesteld die van toepassing is op elke transactie tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en aanbestedende overheden of aanbestedende diensten die leidt tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding.
De “referentie-intrestvoet” is daarbij gelijk aan de intrestvoet die door de Europese Centrale Bank wordt toegepast voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie vóór de eerste kalenderdag van het betreffend half jaar. Er is dus een halfjaarlijkse aanpassing van de intrestvoet, die ook telkens in de maanden januari en juli worden meegedeeld via een bericht in het Belgisch Staatsblad. Voor het eerste semester van 2010 is deze op vandaag nog niet gepubliceerd.
De laatst gepubliceerde intrestvoet, van toepassing ingeval van betalingsachterstand bij handelstransacties bedroeg voor het 1e en 2e semester van 2009, respectievelijk 9,5% en 8%. Deze intrestvoet is dus hoger dan de gewone wettelijke intrestvoet van toepassing in burgerlijke en handelszaken.
Tot slot: in fiscale zaken en sociale zaken geldt een wettelijke intrestvoet van 7%. Deze intrestvoet van 7% geldt, zelfs als de sociale of fiscale bepalingen verwijzen naar de ‘wettelijke intrestvoet in burgerlijke zaken’, en voor zover er niet uitdrukkelijk wordt vanaf geweken in de sociale of fiscale bepalingen. Deze intrestvoet kan worden gewijzigd bij K.B. na overleg in de Ministerraad.

