Kosteloze verkrijging van opstallen door vennootschap: volgens rechter in Leuven onbelast

spookEen vennootschap A was eigenaar van een stuk industriegrond en verleende hierop in januari 1990 een recht van opstal aan een vennootschap B voor een periode van 9 jaar. Er dient een jaarlijkse opstalvergoeding van 2.500.000 BEF betaald te worden. Het contract voorziet dat er geen vergoeding moet betaald worden voor de opstallen bij de afloop van het contract.

In 1995 wordt het stuk industriegrond door vennootschap A ingebracht in een vennootschap C. Op 1 januari 2000 loopt het recht van opstal af en komen de opstallen kosteloos in het bezit van vennootschap C.

Deze gebouwen werden door vennootschap C niet in de boekhouding opgenomen. In 2002 belaste de fiscus vennootschap C op de waarde van de gebouwen tengevolge een onderwaardering van het actief, zich hierbij steunend op een advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen.

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven is het hiermee niet eens. Het gaat om een verkrijging zuiver om niet door vennootschap C, die in de opstalovereenkomst zelf geen partij was. De rechtbank distantieert zich volledig van het standpunt van de CBN. Ook de grief dat de jaarrekening van vennootschap C een getrouw beeld moet weergeven van haar bezittingen wordt van tafel geveegd. Wanneer de gewone waarderingsregels niet volstaan om een getrouw beeld te geven, dan moet men dat getrouw beeld proberen zo dicht nodig te benaderen via een uitleg in de toelichtingen.

Dit is terug een ondersteuning van het standpunt dat een gratis verwerving van de opstallen niet belastbaar is in hoofde van de verkrijger van de opstallen, inzonderheid als deze een vennootschap is. Ook voor natuurlijke personen is er rechtspraak die stelt dat de kosteloze verkrijging van de opstallen niet belastbaar is.

Interessante en pragmatische invalshoek. Het is echter zeer de vraag of dit standpunt zal standhouden. Fingers crossed.

Tags: , ,

Laat je reactie achter