Over jaarlijkse en tussentijdse winstuitkeringen
Winstuitkeringen zijn uitkeringen waardoor het vennootschapsvermogen verarmt t.v.v. het vermogen van één of meerdere aandeelhouders, bestuurders of zaakvoerders zonder wijziging van het maatschappelijk kapitaal, louter gebaseerd op een recht op deelname in de winst dat de betrokkenen toekomt in hun hoedanigheid van aandeelhouder, bestuurder of zaakvoerder en zodoende geen vergoeding vormt voor specifieke prestaties door hen geleverd.
Klassiek denkt men aan de jaarlijkse winstuitkering onder de vorm van een dividend (aan aandeelhouders) of een tantième (bestuurders en zaakvoerders).
Andere vormen van uitkeringen zijn de uitkering van een interimdividend (op basis van winst van het lopende boekjaar), een tussentijds dividend (op basis van een eerder goedgekeurde jaarrekening). Verder zijn er de zogenaamde ‘oneigenlijke’ uitkeringen, m.n. inkoop eigen aandelen, kruisparticipaties, financiering door de vennootschap voor de verwerving van haar aandelen.
Artikel 617 Wetboek van vennootschappen bepaalt de grens waaronder geen uitkeringen mogen gebeuren:
“Geen uitkering mag geschieden indien op datum van afsluiting van het laatste boekjaar het netto-actief zoals dat blijkt uit de jaarrekening, is gedaald of ten gevolge van de uitkering zou dalen beneden het bedrag van het gestorte of, indien dit hoger is, van het opgevraagde kapitaal , vermeerderd met alle reserves die volgens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd. Onder netto-actief moet worden verstaan : het totaalbedrag van de activa zoals dat blijkt uit de balans, verminderd met de voorzieningen en schulden.
Voor de uitkering van dividenden en tantièmes mag het eigen vermogen niet omvatten :
1° het nog niet afgeschreven bedrag van de kosten van oprichting en uitbreiding
2°behoudens in uitzonderingsgevallen, te vermelden en te motiveren in de toelichting bij de jaarrekening, het nog niet-afgeschreven bedrag van de kosten van onderzoek en ontwikkeling.”
Daarbij dient opgemerkt dat wanneer uitkeringen gebeuren tussen datum van afsluiting van het boekjaar en goedkeuring van jaarrekening over dit boekjaar (cfr. hierna) de uitkeerbare ruimte moet worden vastgesteld aan de hand van de laatst goedgekeurde jaarrekening.
Over het tijdstip waarop mag worden uitgekeerd bepaalt de wetgever niets.
Het staat evenwel sedert het Cassatie-arrest van 23 januari 2003 vast dat tussentijdse dividenduitkeringen mogelijk zijn. Het Hof heeft in voornoemd arrest duidelijk gesteld dat de algemene vergadering op elk ogenblik in de loop van het boekjaar kan beslissen om een dividend uit te keren op basis van beschikbare reserves. De bindende kracht van de jaarrekening of althans het definitief karakter van de daarin vervatte winstbestemming wordt hiermee sterk onderuit gehaald.
Schuldeisers mogen zodoende niet meer vertrouwen op de gepubliceerde jaarrekening voor wat het eigen vermogen betreft en moeten er rekening mee houden dat de beschikbare reserves misschien al werden uitgekeerd.
Over de mogelijkheid van een tussentijdse tantième is de rechtsleer bijzonder zwijgzaam. Vermits een tantième een toekenning van een deelname in de winst is aan een bestuurder of zaakvoerder die losstaat van enige prestaties, moet m.i. ook hier de algemene vergadering tot een tussentijdse tantième-uitkering kunnen beslissen.
Tags: algemene vergadering, dividend, tantième, tussentijds