en | fr
Alaska wenst u een gelukkig nieuwjaar

Aansprakelijkheid van het bestuur van vennootschappen : meer en meer oppassen geblazen

doodlopendNaar aanleiding van een vonnis van de rechtbank van de rechtbank van koophandel in Tongeren waarbij een zaakvoerder mocht opdraaien voor de RSZ-schulden van zijn failliet gegane bvba brengen wij nog even de principes in herinnering die de wet van 20 juli 2006 heeft ingevoerd op het vlak van aansprakelijkheden van het bestuur van een vennootschap voor fiscale en sociale schulden.

Eigenlijk moeten bedrijfsleiders zich voortdurend bewust zijn van hun aansprakelijkheden. Bonafide bedrijfsleiders moeten zich o.a. hoeden voor de gevaren verbonden aan het te lang talmen met het neerleggen van de boeken. Malafide bedrijfsleiders moeten zich daarenboven bewust zijn dat het zich wegstoppen achter een vennootschap en te schermen met de beperkte aansprakelijkheid meer en meer tot het verleden behoort.

Voor deze laatste soort “bedrijfsleiders” kan men deze evolutie alleen maar toejuichen. Het is in dit land al te gemakkelijk om het schip slagzij te laten maken en een paar weken later weer te varen met een andere boot.

Sedert 2006 zijn dagelijkse bestuurders hoofdelijk en ondeelbaar (elk van hen kan worden aangesproken voor het volledige bedrag) voor niet-betaalde btw en bedrijfsvoorheffing. Er dient volgens de wet een fout te worden aangetoond maar deze voorwaarde is slechts een doekje voor het bloeden : indien een kwartaalaangever tweemaal vervallen schulden binnen het jaar niet heeft vereffend of een maandelijkse aangever laat na tenminste drie vervallen schulden binnen het jaar te vereffenen dan wordt die fout gewoon vermoed en moet de bedrijfsleider aantonen dat er geen fout werd gemaakt. Meestal niet zo evident en aanleiding voor heel wat kopzorgen en slapeloze nachten. Om dan nog maar te zwijgen over de gevolgen als het slecht afloopt (lees : het tegenbewijs leveren lukt niet).

Wat met de andere bestuurders, zij die niet bezig zijn met het dagelijks beleid of zij die gewoon pro forma een mandaat hebben opgenomen ? Ook zij moeten op hun tellen letten : hoofdelijke aansprakelijkheid valt ook op hun hoofd maar hier blijft de voorwaarde van de bestuursfout wel overeind, voorwaarde die namelijk door de overheid dient aangetoond. Het zal u dus maar overkomen dat u als pro forma bestuurder of als niet-actieve bestuurder wordt aangewreven te weinig toezicht te hebben uitgeoefend op het dagelijkse bestuur want dat zou inderdaad een bestuursfout kunnen zijn.

Ook voor RSZ-schulden dienen bedrijfsleiders, ook gewezen bedrijfsleiders, alert te te zijn. Persoonlijk en hoofdelijke aansprakelijkheid is ook hun deel ingeval van een faillissement waarbij een grove fout kan worden aangetoond die aan de basis van het faillissement lag én indien de bedrijfsleider minstens twee keer failliet is gegaan met RSZ-schulden. Een grove fout wordt zeer objectief gedefinieerd als volgt : ernstige en georganiseerde fiscale fraude of als bedrijfsleider betrokken geweest zijn in de periode van 5 jaar voorafgaande aan het faillissement bij minstens twee andere faillissementen of vereffeningen met RSZ – schulden.

Wat was er gebeurd in de zaak in Tongeren ? De bedrijfsleider in kwestie was inderdaad betrokken geweest bij – in casu – vier faillissementen maar wou zich vrijpleiten met het argument dat hij ontslag had genomen een aantal maanden vóór de faillissementen. De rechtbank had daar geen oren naar en constateerde gewoon dat de voorwaarde vervuld was nl twee faillissementen in de voorbije vijf jaar. Deze vorm van objectieve aansprakelijkheid kost de man in kwestie een bedrag van 133.175 euro.

Het besturen van vennootschappen worden dus meer en meer een zaak van professionals.

Over de auteur
 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Dendermonde | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm