Er is eindelijk een einde gekomen aan lange discussie omtrent de problematiek van het gemengd gebruik van een onroerend goed door een BTW-plichtige.
Volgens het befaamde Seeling-arrest van het Europees Hof van Justitie uit 2003 heeft een belastingplichtige voor een goed dat hij in zijn bedrijfsvermogen opneemt, initieel recht op de volledige aftrek van de betaalde BTW. M.a.w. wie bvb. een gemengd gebruikt gebouw volledig opneemt in zijn onderneming, moet recht hebben op een onmiddellijke en volledige aftrek van de BTW. Het privé-gebruik moet dan naderhand gecorrigeerd worden via herzieningen in het voordeel van de Staat.
De Administratie heeft via een wetswijziging het Seeling-arrest proberen te beperken tot het gebruik van roerende goederen, maar dit was in strijd met de visie van het Europees Hof van Justitie.
Een nieuwe Europese richtlijn komt de Administratie nu ter hulp waardoor de volledige initiële BTW-aftrek niet meer mogelijk is voor onroerende (en bij uitbreiding eventueel roerende) goederen.
Om het Seeling-arrest toch buitenspel te zetten, werkte de Europese Commissie aan een aanpassing van de BTW-richtlijn. Dit is nu uitgemond in de Richtlijn van 22 december 2009. Volgens deze nieuwe richtlijn kan de BTW op een gemengd gebruikt onroerend goed, voortaan slechts aftrekbaar zijn naar evenredigheid van het gebruik voor de bedrijfsactiviteiten van de belastingplichtige. De volledige initiële BTW-aftrek is dus niet meer mogelijk.
De lidstaten moeten hun wetgeving tegen 1 januari 2011 in deze zin hebben aangepast.
Hiernaast krijgen de lidstaten de mogelijkheid om dezelfde principes van onmiddellijke beperking van aftrek toe te passen op roerende goederen.


