Naast een verlenging van de drie bestaande crisismaatregelen (arbeidsduurvermindering, tijdskrediet en tijdelijke werkloosheid voor bedienden) heeft de regering een nieuwe maatregel in het leven geroepen.
De crisispremie moet arbeiders beschermen als zij tijdens de crisis worden ontslagen.
- Wie heeft recht op de premie?
Elke arbeider uit de privésector wiens arbeidsovereenkomst zonder dringende reden wordt beëindigd door de werkgever.
- Bedrag van de premie
De arbeiders die worden ontslagen zonder dringende reden hebben recht op een bijkomende forfaitaire vergoeding van 1.666 euro. Bij deeltijdse arbeiders wordt deze premie geproratiseerd in verhouding tot de contractuele arbeidsprestaties. Deze vergoeding wordt fiscaal niet belast en is vrijgesteld van sociale bijdragen.
De RVA zal een deel van deze crisispremie ten laste nemen. De RVA betaalt 1.111 euro en de betrokken firma 555 euro.
- Vrijstelling voor werkgever
In sommige gevallen zal de RVA de gehele premie ten laste nemen. De werkgever moet zijn deel van 555 euro niet betalen als hij gebruik heeft gemaakt van één van de drie maatregelen ten aanzien van de betrokken arbeider:
• de collectieve crisisarbeidsduurvermindering
• het crisistijdskrediet
• het stelsel van de economische werkloosheid voor arbeiders, en dit gedurende:
– 4 weken voor arbeiders met een anciënniteit van minder dan 20 jaar
– 8 weken voor arbeiders met een anciënniteit van meer dan 20 jaar
Daarenboven kan de Commissie Ondernemingsplannen toestaan dat firma’s met minder dan 10 werknemers hun deel van de premie niet moeten betalen op voorwaarde dat ze dit aanvragen en hun onderneming in economische moeilijkheden verkeert.
- Volledige betaling door de werkgever
De beëindiging, met of zonder opzegging, van de arbeidsovereenkomst moet via aangetekende brief (uitwerking derde werkdag na verzending) of bij deurwaardersexploot aan de betrokken werknemer kenbaar worden gemaakt. Als de werkgever dit niet doet, moet hij de gehele premie van 1.666 euro zelf betalen.
- Inwerkingtreding
Deze maatregel is slechts van toepassing op beëindigingen van arbeidsovereenkomsten die worden betekend tussen 1 januari 2010 en 30 juni 2010.


