Sedert 1 januari 2010 zijn een aantal nieuwe sociale maatregelen van kracht voor zelfstandigen of meewerkende echtgenoten met maxistatuut, die palliatieve zorgen willen verlenen aan een kind of aan hun partner.
Daarnaast is sedert dit jaar ook een gunstregel voorzien in het sociaal statuut voor zelfstandigen, die een zorgverlof willen nemen voor een kind met een ernstige maar niet terminale aandoening.
Wat deze maatregels concreet inhouden voor de zelfstandige wordt in deze en in een volgende bijdrage uit de doeken gedaan.
We nemen het palliatief verlof voor een kind of partner als eerste onder de loep.
1. Waarop heeft u recht ?
Ingeval u een zelfstandige of meewerkende echtgenote in maxi-statuut bent die voor minstens 4 opeenvolgende weken persoonlijk uw beroepsactiviteit stopt om uw kind of dat van uw partner palliatieve zorgen te verlenen, heeft u onder voorwaarden recht op:
* een forfaitaire uitkering, gelijk aan het bedrag dat overeenstemt met 2 maanden minimumpensioen van een zelfstandige, hetzij momenteel 1.841, 24 EUR voor een alleenstaande en 2.426,88 EUR voor een gezinshoofd.
Deze bedragen worden vanaf 1 augustus 2010 verhoogd met respectievelijk 50 euro en 40 euro.
* een vrijstelling van het betalen van sociale bijdrage voor 1 kwartaal, (namelijk het kwartaal volgend op het begin van de onderbreking van de beroepsactiviteit), en dit zonder negatieve gevolgen voor de pensioenopbouw. De periode van tijdelijke onderbreking wordt gelijkgesteld met een periode van bezigheid.
2. Voorwaarden:
* u bent zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot met maxistatuut,
* u bent in orde met de betaling van bijdragen gedurende minstens 2 kwartalen die de tijdelijke stopzetting voorafgaan
* de palliatieve zorg betreft :
- uw partner, zijnde uw echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner die werkelijk deel uitmaakt van uw gezin
- een kind van u of uw partner, dat rechtgevend is op kinderbijslag en daadwerkelijk deel uitmaakt van het gezin.
Ingeval de ouders niet samenwonen en gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, dan maakt de zelfstandige waarbij het kind daadwerkelijk woont gedurende de aandoening aanspraak op de uitkering.
Ingeval het kind is opgenomen in een ziekenhuis wordt gekeken naar de hoofdzakelijke huisvestiging, of ingeval van co-ouderschap, naar de domicilie volgens de gegevens opgenomen in het Rijksregister; in dit geval kan de zelfstandige wel het bewijs leveren dat de feitelijke situatie niet overeenstemt met de gegevens van het Rijksregister en alsnog op deze wijze aanspraak maken op de uitkering.
* de onderbreking van de persoonlijke activiteit moet minstens 4 opeenvolgende weken duren.
* u moet een aanvraag indienen bij uw sociaal verzekeringsfonds binnen de 4 weken na onderbreking van de activiteit, door ter plaatse het verzoek neer te leggen tegen ontvangstbewijs, of door middel van een aangetekende brief.
* deze aanvraag moet vergezeld zijn van een attest uitgereikt door de behandelende geneesheer van de patiënt die palliatieve zorg behoeft, en waaruit blijkt dat de zelfstandige zich bereid heeft verklaard om deze palliatieve zorgen te geven.
3. Bijzonderheden inzake de uitkering:
* De uitkering wordt in 3 schijven betaald, en voor de eerste keer op het einde van de maand volgend op de maand waarin u het voormeld attest aan het sociaal verzekeringsfonds hebt overhandigd.
* De uitbetaling van deze uitkering neemt een einde:
- de maand die volgt op het overlijden van de persoon die de palliatieve zorgen nodig had
- indien de zelfstandige in eigen naam zijn activiteit gedurende het betrokken kwartaal verderzet.
* Het RSVZ kan in een beperkt aantal gevallen beslissen om volledig of gedeeltelijk te verzaken aan de terugvordering van de uitkering in voormelde gevallen waar de uitbetaling een einde heeft genomen en nog een onverschuldigd uitbetaling is gebeurd. Dit kan met name wanneer er sprake is van behoeftigheid van de schuldenaar, wanneer de terugvordering maar een gering bedrag betreft die niet verantwoordt dat er kosten worden gemaakt, en wanneer de terugvordering voortvloeit uit het herstel van een fout begaan door het bevoegde sociaal verzekeringsfonds.


