Een gewone commanditaire vennootschap bestaat minstens uit één werkende en één stille vennoot.
De werkende vennoot kan de vennootschap verbinden en is onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk. De stille vennoot daarentegen mag geen daden van bestuur stellen, maar is slechts beperkt aansprakelijk tot het bedrag van zijn inbreng.
De gewone commanditaire vennootschap kan interessant zijn als vennootschapsvorm.
Er is oa. geen notariële oprichtingsakte vereist, evenmin als een minimumkapitaal, geen revisoraal verslag bij inbreng in natura. In sommige gevallen is het mogelijk dat geen volledige boekhouding moet gevoerd worden, noch een jaarrekening moet gepubliceerd worden.
Tegenhanger is wel dat de werkende vennoot hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk is.
De stille vennoot daarentegen ziet zijn aansprakelijkheid beperkt tot het bedrag van zijn inbreng. Voorwaarde is evenwel dat deze stille vennoot zich echt stil houdt, dwz geen enkele daad van bestuur verricht.
Daarenboven kan de stille vennoot uit beeld blijven, in die zin dat zijn naam, niet in het Belgisch Staatsblad moet verschijnen wanneer zijn inbreng reeds volstort is.
Net zoals voor de vennootschappen onder firma, in tegenstelling tot de “meer klassieke” vennootschappen, moet de oprichtingsakte evenmin neergelegd worden op de griffie van de rechtbank van koophandel.
Op die manier kan de stille vennoot echt stil blijven (d.i. niet bekend), tenminste wanneer hij zich stil houdt, d.i. geen daden van bestuur stelt.


