Wie ervoor kiest om samen te wonen met zijn partner maar niet samen in het huwelijksbootje wil stappen, schuift vaak argumenten naar voren in de aard van: “ik wil mijn vrijheid behouden” of nog “ik wil geen gedoe wanneer de relatie stopt”.
Maar blijft het motto “no strings attached” wel degelijk ten alle tijde overeind?
Bij het aangaan van de samenwoning worden vaak mondelinge afspraken gemaakt over de verdeling van “de kosten”. In eerste instantie wordt hierbij gedacht aan de wekelijkse aankopen in de supermarkt, waarvoor veelal een gemeenschappelijke rekening wordt aangelegd. Maar het gaat veel verder dan dat. Wat met de afbetaling van de hypothecaire lening van de gezinswoning? Wie koopt de inboedel? Wie betaalt de electriciteits- en gasfacturen? Wat als één partner part-time of niet buitenshuis gaat werken?
Allemaal praktische zaken van belang tijdens de samenleving. Maar wat als de samenleving wordt verbroken? Wat is dan de positie van de samenwonende partners? Vaak is een bezoekje aan de rechtbank de enige uitweg.
Net zoals bij een huwelijk is het daarom opportuun om hierbij stil te staan vóór men gaat samenwonen en de gemaakte afspraken op papier worden gezet. Dit kan in een zogenaamde samenlevingsovereenkomst, waarin diverse aspecten aan bod kunnen komen: vastleggen van de bijdrage in de kosten, het lot van de gezinswoning (wat zijn de rechten van de samenwonenden ingeval van huur of ingeval slechts één partner eigenaar is, wat met de gemaakte kosten voor renovatie enz.), aan wie komen de gezamenlijk aangekochte goederen toe, zelfs alimentatie is mogelijk.
Door het afsluiten van een samenlevingsovereenkomst blijft men wel “feitelijk samenwonend” en krijgt men niet het statuut van “wettelijke samenwoning”. Voor dit laatste is een uitdrukkelijke verklaring voor de burgerlijke stand vereist. Omgekeerd dienen ook wettelijk samenwonenden nog een samenlevingsovereenkomst op te maken, bij gebrek aan wettelijke regeling.
Het inboeten aan persoonlijke vrijheid door het opstellen van een samenlevingsovereenkomst kan veel problemen vermijden achteraf, zodat men daadwerkelijk “in alle vrijheid” de relatie kan beëindigen. Het overwegen waard dus …


