Rechtsvorderingen wegens niet aangegeven inkomsten
Het Hof van Cassatie heeft recent een opmerkelijke uitspraak gedaan betreffende de toepassing van het artikel 358 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.
Volgens het artikel 358 van het WIB 1992 kan de fiscus een aanvullende belasting heffen wanneer o.a.:
- een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet aangegeven zijn in één van de vijf jaren voor het jaar waarin de vordering is ingesteld
- bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven.
De aanvullende aanslag moet worden gevestigd binnen de twaalf maanden vanaf de datum dat tegen de beslissing over de rechtsvordering geen beroep of verzet meer mogelijk is of vanaf de dag dat de fiscus de bewijskrachtige gegevens ontvangt.
In het geval van bewijskrachtige gegevens is de bijzondere aanslagtermijn enkel van toepassing op inkomsten daterend van voor de kennisname van de bewijskrachtige gegevens. Tot nu toe werd aangenomen dat in het geval van een rechtsvordering ook enkel inkomsten van één van de vijf jaren voor het jaar van het instellen van de rechtsvordering, konden worden belast.
Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 11 februari 2010 echter beslist dat de fiscus ook inkomsten kan belasten die niet werden aangegeven na het instellen van de rechtsvordering (dus in de periode van de instelling van de rechtsvordering tot aan de datum van de definitieve uitspraak over de rechtsvordering). Op voorwaarde echter dat rechtsvordering tevens uitwijst dat deze inkomsten ook in latere jaren (na het instellen van de rechtsvordering) niet werden aangegeven.
Tags: aangeven, belastbaar, inkomsten, rechtsvordering