en | fr
Alaska Quarterly

Cashflow, veelgebruikt maar niet altijd begrepen (deel II)

portefeuilleAansluitend op onze eerdere bijdrage mbt. de cashflow, volgen nu de verschillende benaderingen en definities van cashflow.

1. De operationele cashflow
De meest belangrijke. Geeft de cashflow vanuit de bedrijfsvoering weer.

1.a. De enge visie

Speelt op veilig: er wordt enkel rekening gehouden met de werkelijk geïnde en betaalde inkomsten en uitgaven.

1.b. De ruime visie

Krijgt de voorkeur. In tegenstelling tot het voorgaande wordt eveneens rekening gehouden met de nog niet ontvangen verkopen en de nog niet betaalde aankopen.

1.c. Angelsaksische variant : EBITDA

De afkorting EBIT staat voor de Engelse term voor bedrijfsresultaat: Earnings before intrest and taxes.
Er wordt dus geen rekening gehouden met het financieel resultaat en belastingen. Uitzonderlijke resultaten worden eveneens buiten beschouwing gelaten.

De afkorting EBITDA staat voor Earnings before intrest, taxes, depreciation (afschrijving) and amortization (waardevermindering). De EBITDA staat dus voor cashflow in de ruimste zin.

1.d. Operationele cashflow als waardemeter voor het functioneren van een bedrijf

Als men de cashflow van een onderneming beschouwt of interpreteert, gaat men meestal uit van de operationele cashflow. De cash die een onderneming uit haar exploitatie genereert, is immers van cruciaal belang. Het gaat hier intrinsiek over het functioneren van het bedrijf.

De operationele cashflow stelt de onderneming in staat om in de toekomst blijvend cash te genereren. Men gaat de gekende operationele cashflow in het licht van de toekomst grondig analyseren :
o Welke inkomsten/uitgaven zijn recurrent?
o Welke inkomsten/uitgaven zullen aan verandering onderhevig zijn ?
Een regelmatige analyse van de operationele cashflow is van primordiaal belang voor de gezondheid van de onderneming.
LET WEL: bij de operationele cashflow wordt geen rekening gehouden met bron 1: extern geld aantrekken; het heeft immers niets te maken met de operationele gezondheid van het bedrijf en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.

2. De courante cashflow

In tegenstelling tot het voorgaande, wordt het financieel resultaat wél in de berekening opgenomen. Men houdt opnieuw geen rekening met het aantrekken van gelden, evenmin met de terugbetaling ervan.

De courante cashflow geeft weer hoeveel geld de onderneming uit haar exploitatie overhoudt na betaling van de interesten.

Als men beide voorgaande cashflows naast elkaar legt, kan het zijn dat de operationele cashflow mooie resultaten oplevert terwijl de courante cashflow negatief is. Dit kan alleen te wijten zijn aan een slechte financieringsstructuur (te veel vreemde middelen, waardoor er te veel interesten moeten worden betaald).

3. De totale cashflow

Een bijkomende uitbreiding is de totale cashflow. Hierbij bekijkt men de totale resultatenrekening. Men vertrekt van de courante cashflow en voegt er het uitzonderlijke resultaat/de uitzonderlijke kost en de belastingen aan toe. De totale cashflow wordt meestal als volgt berekend :

Cashflow = resultaat + afschrijvingen + waardeverminderingen + voorzieningen

4. De vrije cashflow

Deze benadering wordt veel gebruikt bij de beoordeling van de terugbetalingscapaciteit bij financieringsaanvragen. Waar de vorige twee cashflowbenaderingen geen rekening hielden met de mogelijke terugbetalingsverplichtingen m.b.t. het aangetrokken externe geld, wordt er in de vrijecashflow-benadering wel rekening mee gehouden.

De periodieke terugbetalingen van een lening bestaan uit twee componenten : een kapitaalgedeelte en een interestgedeelte. De rentebetaling zit reeds in de courante cashflow, de kapitaalbetalingen niet. Deze betalingen hebben wel degelijk impact op de kasstromen binnen de onderneming.

Vrije cashflow = totale cashflow – kapitaalsaflossingen van de leningen

Wordt in de onderneming een dividendpolitiek gevolgd, dan moeten die nog bijkomend in mindering worden gebracht. LET WEL: dividenden hebben in tegenstelling tot kapitaalsaflossingen, geen verplichtend karakter.

In de meeste kleinere ondernemingen wordt een dividendpolitiek niet toegepast en is het dus beter om dividenden niet in de berekening op te nemen. In grote (beursgenoteerde) bedrijven daarentegen zal de leiding moreel ‘verplicht’ zijn een dividend uit te keren. In dat geval neemt men ze beter op in de berekening.

Wat hebben we geleerd ?

De vrije cashflow geeft weer hoeveel cash er van de exploitatie resteert na betaling van de leningen (en eventuele dividenden). In feite is dit het bedrag dat vrij besteed kan worden aan nieuwe investeringen. Men spreekt in dat geval over de ‘autofinancieringsgraad van de onderneming’.

Het spreekt vanzelf dat de vrije cashflow niet enkel gebruikt mag worden voor investeringen; hij kan ook aangewend worden voor bijkomende terugbetalingen van leningen. Naast waarborgen, looptijden, marktrisico’s, is de vrije cashflow derhalve een van de sleutels voor het verkrijgen van bankfinancieringen.

 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Dendermonde | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm