Kan een appartement worden ingebracht in een vennootschap zonder betaling van registratierechten ?
Wanneer men een onroerend goed in een vennootschap inbrengt, moet de vennootschap rekening houden met de (mogelijke) heffing van registratierechten.
Als basis kan men stellen dat de inbreng van een onroerend goed in een Belgische vennootschap met vergoeding door aandelen, aan 0% registratierechten kan gebeuren. Voor een beperkt aantal onroerende inbrengen, met name
- door natuurlijke personen
- van goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn,
is, het mutatierecht of ‘verkooprecht’ van toepassing (in de regel 10% in Vlaanderen en 12,5% elders in het land).
Wanneer men een onroerend goed in een vennootschap inbrengt, moet de vennootschap rekening houden met de (mogelijke) heffing van registratierechten.
Als basis kan men stellen dat de inbreng van een onroerend goed in een Belgische vennootschap met vergoeding door aandelen, aan 0% registratierechten kan gebeuren. Voor een beperkt aantal onroerende inbrengen, met name
- door natuurlijke personen
- van goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn,
is, het mutatierecht of ‘verkooprecht’ van toepassing (in de regel 10% in Vlaanderen en 12,5% elders in het land).
In een vorige bijdrage, mn.
Wanneer een buitenlandse vennootschap een bijkantoor in België opricht is zij gehouden een aantal stukken en gegevens openbaar te maken.
Een gewone commanditaire vennootschap bestaat minstens uit één werkende en één stille vennoot.
Bij de oprichting van een vennootschap stelt zich de vraag hoeveel oprichters er wettelijk vereist zijn. Een NV dient immers door minstens twee personen opgericht te worden, terwijl een BVBA door slechts één persoon kan opgericht worden.
Dat de fiscus de inbreng van onroerend goed in een vennootschap, gevolgd door een verkoop van de aandelen van deze vennootschap, met argusogen bekijkt, voornamelijk op het vlak van de registratierechten, is niets nieuw onder de zon.
In haar arrest van 26 november 2009 (nr. 191/2009) heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat de fiscus de aftrekbaarheid van kosten die losstaan van de activiteit of het maatschappelijk doel van de vennootschap mag weigeren.
Bij een VOF (vennootschap onder firma) zijn de vennoten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor alle verbintenissen die namens de vennootschap zijn aangegaan, zelfs al heeft een enkele vennoot getekend.
Gelijktijdig met de invoering van het btw-pakket op 1 januari 2010, werd tevens voorzien in een nieuwe procedure tot teruggaaf van buitenlandse btw. In de admnistratieve circulaire nr. 20 van 22 december 2009 wordt de procedure uitvoerig toegelicht.
Minderwaarde en waardeverminderingen op aandelen worden als aftrekbare beroepskosten aanvaard op voorwaarde dat ze worden geleden n.a.v. de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van de vennootschap waarvan de aandelen worden aangehouden en tot ten hoogste het bedrag van het gestort kapitaal dat door deze aandelen wordt vertegenwoordigd. (artikel 198, 7° WIB/92)