In een eerdere bijdrage werd de nieuwe regeling voor overdracht van familiale vennootschap via schenking uiteengezet.
Het tweede luik van het verhaal, met name de overdracht langs erfrechtelijke weg, mag niet achterblijven.
Voor de jaarwisseling naar 2012 gold voor de familiale vennootschap of onderneming een vrijstelling in de successierechten (artikel 60bis Vlaams Wetboek Successierechten).
De grootste en meest ingrijpende wijziging sedert 1 januari 2012 is dan ook de totale switch van de successie- en schenkingsrechten. Daar waar voorheen verlaagde tarieven (3% en 7%) mogelijk waren voor schenkingen, komen deze nu aan bod in de successierechten. De “vertrouwde” regeling van artikel 60bis W.Succ. is niet meer… De respectievelijke artikels in het (Vlaams) Wetboek Successierechten, dan wel het (Vlaams) Wetboek Registratierechten werden bijgevolg volledig en grondig herschreven.
De nieuwe regeling in extenso
a) Successierechten – principes
Artikel 7 van het (Vlaams) Wetboek Successierechten voorziet in een fictiebepaling. Het stelt dat er successierechten verschuldigd zullen zijn op de goederen waarover de overledene gedurende drie jaar voor diens overlijden kosteloos (lees: via schenking) beschikte, zonder voldoening van de nodige schenkingsrechten. Deze goederen worden geacht integraal deel uit te maken van de nalatenschap.
Deze driejarige termijn wordt evenwel op 7 jaar gebracht, indien het gaat om de schenking (zonder voldoening van registratierechten) van aandelen en/of activa van de familiale vennootschap/onderneming. Deze nieuwe regeling geldt vanaf 1 januari 2012.
Sedert het Vlaams Decreet van 21 december 2011 gelden er verlaagde successierechtelijke tarieven voor de vererving van de familiale vennootschap / onderneming:
- 3% voor de verkrijging in rechte lijn en tussen echtgenoten of samenwonenden
- 7% voor de verkrijgen tussen andere personen
b) Successierechten – curiosa
Toepassingsgebied
De verlaagde tarieven gelden voor de nettowaarde van de aandelen van een familiale vennootschap, dan wel voor de activa die door de erflater, diens echtgeno(o)t(e) of de met hem/haar samenwonende partner beroepsmatig werden geïnvesteerd in een familiale vennootschap of ondernemingen, en dit voor zowel:
- de volle eigendom;
- de blote eigendom;
- dan wel het vruchtgebruik.
Onder voormelde activa vallen echter niet de onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd.
Indien het een verkrijging van aandelen betreft, dient benadrukt te worden dat de familiale vennootschap haar zetel van werkelijke leiding in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) dient te hebben.
De verlaagde tarieven voor verkrijging van aandelen gelden enkel op voorwaarde dat minimaal 50% van de aandelen in volle eigendom toebehoren aan de erflater en/of diens familie.
Voormeld percentage wordt verlaagd tot 30% in volle eigendom in een aantal specifieke gevallen, namelijk:
- indien er samen met 1 andere aandeelhouder/vennoot (en/of diens familie) 70% in volle eigendom wordt aangehouden; of
- indien er samen met 2 andere aandeelhouders/vennoten (en/of diens familie) minstens 90% in volle eigendom wordt gehouden.
Holdingstructuren
Ook holding-vennootschappen kunnen genieten van de verlaagde tarieven, zelfs wanneer zij an sich niet als een familiale vennootschap kunnen worden beschouwd.
Voorwaarde is dat zij houdster zijn van minimaal 30% van de aandelen van minstens 1 directe dochtervennootschap die aan de voorwaarden (en met zetel binnen de EER) voldoet om een familiale vennootschap/onderneming te zijn. Het verlaagd tarief wordt echter wel beperkt tot de netto-waarden: de waarden van de participatie aan aandelen in de kwalificerende dochtervennootschap.
Patrimoniumvennootschappen
Voor de zogenaamde vennootschappen zonder reële economische activiteit (vb. patrimoniumvennootschappen) geldt een uitsluiting van voormelde gunsttarieven.
Hoe worden deze uit de overige vennootschappen gedistilleerd?
De uitsluiting geldt, behoudens tegenbewijs, indien uit de (geconsolideerde) jaarrekening van minimaal 1 van de 3 boekjaren voorafgaand aan de datum van overlijden van de erflater cumulatief blijkt dat:
- de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage gelijk aan of lager dan 1,50% van de totale activa uitmaken;
en
- de terreinen en gebouwen meer dan 50% van de totale activa uitmaken.
c) Hoe genieten van de nieuwe tarieven ?
De verlaagde successierechten van artikel 60/1 W.Succ. zijn slechts toepasselijk bij cumulatieve toepassing van de volgende voorwaarden:
- in de aangifte dienen de verkrijgers (1) te bevestigen dat zij aanspraak willen maken op de vermindering van successierechten, en (2) dat de voorwaarden hiervoor vervuld zijn; en
- bij de aangifte wordt een origineel attest gevoegd, uitgereikt door de ambtenaren van de Vlaamse Belastingdienst, waaruit blijkt dat de voorwaarden van artikel 60/1 W.Succ. vervuld zijn.
d) Gevolgen voor de toekomst?
De verminderde tarieven kunnen enkel behouden blijven, indien gedurende een driejarige termijn, cumulatief een aantal voorwaarden voldaan worden:
- de vennootschap (of directe dochtervennootschap) moet gedurende een termijn van drie jaar een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit of een vrij beroep blijven uitoefenen;
- voor elk van de drie “geviseerde” jaren een (geconsolideerde) jaarrekening wordt opgemaakt en deze wordt gepubliceerd in overeenstemming met de toepasselijke boekhoudwetgeving;
- er mag geen daling van het kapitaal gebeuren, noch door uitkeringen, noch door terugbetalingen;
- tenslotte mag er geen zetelverplaatsing gebeuren naar een land buiten de Europees Economische Ruimte.


