en | fr
Alaska Quarterly

Kosten eigen aan de werkgever: een jacht op heksen ?

De laatste maanden duiken meer en meer geruchten op dat de RSZ (en allicht in haar spoor ook de fiscus) werk zal maken van het bestrijden van het oneigenlijk gebruik van het uitbetalen van kosten eigen aan de werkgever.

Het is inderdaad algemeen geweten dat die terugbetaling vaak forfaitair gebeurt en in vele gevallen voor talloze werknemers een welgekomen aanvulling was op hun klassieke bezoldiging. De werkgever was blij dat te kunnen opnemen in zijn loonpakket. Het klonk als een mantra in advertenties en jobaanbiedingen : “wie bieden U aan : een concurrentiële bezoldiging, maaltijdcheques, een groepsverzekering, een bedrijfswagen en een onkostenvergoeding”.

Gezien het in principe een terugbetaling van kosten betrof was het eigenlijk verkeerd te spreken over een bestandeel van het loon.

Kosten die worden terugbetaald, het zou in principe netto (niks) niets mogen opleveren. Doch mits wat creativiteit aan de dag te leggen kon een werknemer wel wat kosten bedenken die hij maakte voor zijn werkgever en waarvan het forfait de kost overtrof.

Sommigen kosten daarentegen waren ook reeël. Denk maar aan een auto die privé eigendom was en werd gebruikt voor verplaatsingen van en naar het werk en voor klantenbezoeken. Voor dergelijke verplaatsingen mag aan de werkgever 0,3352 € worden aangerekend. Die mag dat op zijn beurt aftrekken als beroepskost. Iemand die zuinig rijdt dan wel met een budgetwagen rijdt kan aan dat forfait misschien zelf iets overhouden. Een fietsverplaatsing kan 0,21 € / km opbrengen. Andere kosten die forfaitair worden bepaald zijn dan eerder gebonden aan het gebruik van een bureel thuis maar is voorbehouden aan werknemer met een hoger profiel. Die forfait kon gaan tot 114,97 € per maand.

Het was niet ongebruikelijk forfaits te zien opduiken tussen de 250 en 500 € per maand. Voorzichtiger forfaits bedroegen tussen de 75 en 200 € per maand. Iedereen – tot de meer administratieve krachten of puur uitvoerende krachten – kreeg ze aangeboden. Terwijl het min of meer vaststond dat veel van die medewerkers eigenlijk geen kosten hadden.

Gedaan dus met dat liedje. De controleurs beginnen overal op te duiken, vragen een onderbouw van de kosten die er vaak niet is en gaan naar buiten maar torenhoge boeten en intresten.

Hoewel zij in theorie gelijk hebben toch drie kritische bemerkingen in stijgende volgorde van de mate waarin ze ergernis of woede opwekken:
– De RSZ en de fiscus hanteren totaal principes voor het benaderen van die kosten. Voor de RSZ ligt de bewijslast dat het om kosten gaat bij de werkgever. Voor de belastingen erop moet de fiscus bewijzen dat het om verdoken loon gaat. Wanneer gaat de overheid nu eens orde op zaken stellen en deze absurditeiten een halt toe roepen. Of heeft het hanteren van verschillende standpunten te maken met het in standhouden van ambtenarenposten ?
- In veel gevallen vormt de terugbetaling van de kost een welkome aanvulling op het klassieke inkomen. De totale fiscale en para-fiscale druk op een klassieke wedde ligt veel te hoog. Van iedere 100 € die een werkgever budgetteert voor zijn werknemers blijft voor deze laatste amper 33 over.
- Tot slot : Ministers en volksvertegenwoordigers strijken tot 3000 € per maand op aan kostenvergoedingen. Benieuwd welke kosten daar tegenstaan en bovendien nog meer benieuwd of de RSZ-controleurs evenveel zorg en vlijt aan de dag zullen leggen om de waarachtigheid van die kosten te controleren. Het antwoord laat zich raden.

In deze bijdrage wordt slechts de mening van de auteur weergegeven.

Over de auteur
 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Dendermonde | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm