en | fr
Alaska

Nieuwe opleiding : Master in de Roerende voorheffing

De fiscale wetgeving in België kan best worden vergeleken met een bouwwerf die nooit afgewerkt raakt. Altijd wordt er wel ergens iets aan veranderd, wordt een verdieping bijgebouwd om dan nadien weer te worden afgebroken.

Een zeer treffend voorbeeld is hetgeen men uitspookt met de roerende voorheffing. Als men zo verder gaat mogen ze daar aan universiteiten nog een apart vak van maken of godbetert “Master in de Roerende Voorheffing”

Meer bepaald aan de roerende voorheffing die wordt geheven op de reserves van een onderneming werd al duchtig verbouwd. Reserves zijn voor heel wat bedrijfsleiders hun spaarpot. Het zijn winsten die niet uitgekeerd werden aan henzelf maar in de vennootschap werden opgepot nadat de winsten weliswaar eerst aan 34 pct werden belast. De “oppotters” rekenen erop dat ze deze reserves bij het opdoeken (liquideren) van hun vennootschap fiscaalvriendelijk aan zichzelf konden uitkeren.
De schets van de tarief- en wetswijzigingen rond de roerende voorheffing op deze reserves maar ook op gewone dividenden leest als een sneltrein

1. tarief 0 %

Tot en met 2001 bedroeg het tarief 0 %. Dat waren nog eens tijden.

2. 10 % vanaf 2002

3. 25 % vanaf 2013 + tijdelijk nog 10 %

10 % werd 25 % vanaf 1 oktober 2013. 150 % belastingverhoging dus. Als je de belasting wil verhogen doet het dan van de eerste keer goed. Een uppercut.
Om dat toch wat verteerbaar te maken werd er een overgangsregeling ingevoerd die voorzag in de mogelijkheid om, mits de betaling van 10 pct, de bestaande reserves over te boeken naar de kapitaalrekening m.a.w. te verankeren in de vennootschap. In ruil zou men dan later die reserves aan 0 % kunnen uitkeren. Vennootschappen die weliswaar reserves op hun balans hadden staan maar niet de middelen om die 10 % te betalen werden voor het blok gezet. Betalen of later bij ontbinding van de vennootschap 25 % roerende voorheffing ophoesten.

4. wederinvoering van het tarief van 15 %

In één beweging werd het oude tarief van 15 % op sommige dividenden weer ingevoerd (oprichtingen vanaf 1 juli 2013). Eerst de opbouw van middelen binnen een vennootschap ontmoedigen en dan – in dezelfde wet nota bene – de kapitaalvorming aanmoedigen. Je moet het maar doen en durven.
Dat interessante tarief bestond sedert 1992, werd afgeschaft onder Di Rupo en weer ingevoerd onder Di Rupo. Weliswaar met andere voorwaarden waarop we hier nu niet ingaan kwestie van het nog allemaal leesbaar te houden. Als U de grote lijnen onthoudt zijn we al tevreden

5. De tijdelijke 10 % regel (zie punt 3) wordt definitief

De capriolen rond de liquidatie stoppen inderdaad niet. Onder Michel 1 wordt de 10 % eindbelasting op de reserves terug ingevoerd op voorwaarde dat u de winsten reserveert, op een speciale rekening in uw balans boekt en de 10 % onmiddellijk betaalt. Vroeger mocht U wachten tot U de vennootschap daadwerkelijk de nek omwrong. Nu wordt U verzocht van direct te “dokken”

6. De 10 % regel uitgebreid naar twee extra boekjaren

Om het hoofdstuk “roerende voorheffing” helemaal rijp te maken voor een masteropleiding werd recent dan maar besloten om de overgangsmaatregel nu wel toe te laten voor twee extra aanslagjaren nl. 2013 en 2014.

Wie vaart hier wel bij ?
- de ondernemers
- de organisatoren van seminaries
- de uitgevers van boeken

Wie is hier de peaneut ?
- de ambtenaren die dat allemaal maar moeten bijhouden
- de accountants die dat allemaal niet meer uitgelegd krijgen
- en wie weet diezelfde ondernemers als de volgende regering dat alles weer ongedaan maakt

 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Gent | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm