en | fr
Alaska

Samenwerking Alaska – Artsenkrant van start: Eenpersoonszaak of vennootschap?

Moet ik een vennootschap oprichten of niet? Het is waarschijnlijk een van de meest prangende vragen die een soloarts zich stelt… en die niet in één artikel kan beantwoord worden. Een eerste aanzet.

Ook wie een solopraktijk heeft, kan volgens de Belgische wet een vennootschap oprichten, de eenpersoons-bvba of ebvba. U bent dan de enige vennoot. Er zijn verschillende redenen om dat te doen, zegt Dirk Van Collie, fiscaal jurist en vennoot bij accountant- en advieskantoor Alaska: “Wanneer een vennootschap overkop gaat, kan het privépatrimonium niet worden aangeslagen. In geval van een éénpersoonszaak, met een zaakvoerder-natuurlijke persoon, kan dat wel.”
Voor een arts is dit minder relevant. De persoonlijke beroepsaansprakelijkheid blijft immers bestaan. Vooral het tweede voordeel telt: een vennootschap is bijzonder interessant wat betreft fiscaliteit en sociale bijdragen: “Via een vennootschap kan je beroepsinkomsten omzetten in afzonderlijk belaste beroepsinkomsten en roerende en onroerende inkomsten en zo ontsnappen aan de progressieve tarieven van de personenbelasting en oplopende sociale bijdragen.”

Extra kosten terugverdienen
Dirk Van Collie licht verder toe: “Een vennootschap wordt maximaal belast aan 33,99%, ongeacht de hoogte van de inkomsten. Bovendien is het mogelijk om de eerste schijf winst, tot 25.000 euro, slechts te laten belasten aan 25%. Voor de tweede schijf, tot 90.000 euro, is dat 32,5%.” Een vennootschap brengt natuurlijk ook meer kosten en papierwerk met zich mee. Loont het altijd de moeite? Volgens Van Collie zijn de extra kosten terugverdiend zodra je inkomsten meer dan 10.000 euro boven het bedrag liggen dat je nodig hebt voor je levensonderhoud: “Wie een bruto inkomen nodig heeft van 45.000 – ongeveer 2.250 netto per maand – ziet de vennootschap vanaf een winst van 55.000 euro – vóór bezoldiging – rendabel worden.”

Jezelf een dividend uitkeren
Van Collie noemt een vennootschap ‘een schot tussen arts en fiscus’, omdat alle inkomsten naar de vennootschap gaan. Maar hoe krijg je die inkomsten er vervolgens weer uit? “Dat kan door jezelf de vennootschapswinst uit te keren, een dividend. Daarop is roerende voorheffing verschuldigd: 25%, en vanaf volgend jaar 27%. Voor nieuwe vennootschappen (opgericht na 1 juli 2013) is dat echter slechts 15%. Maar ook oudere vennootschappen kunnen genieten van een dergelijk laag tarief, via het regime van de liquidatiereserve. Van Collie legt uit: “Daarbij betaalt de vennootschap een heffing ten beloop van 10% van de geboekte liquidatiereserve. Deze reserve kan je laten staan tot de vennootschap wordt opgeheven om aan jezelf als pensioenkapitaal uit te keren. Op dat moment hoef je niets meer bij te betalen.”

Een andere mogelijkheid bestaat erin om vijf jaar te wachten en dan 5% roerende voorheffing bij te betalen.” Zo kan de fiscale kost van een dividenduitkering de facto voor vrijwel alle vennootschappen beperkt blijven tot ongeveer 15%. Samen met de voorheen betaalde vennootschapsbelasting die schommelt tussen 25 en 34% betekent dit een totale belastingdruk van slechts 36,25% tot 44%. U houdt met andere woorden 63,75 tot 56% over.” Ter vergelijking: een arts wiens beroepsinkomen volledig in de personenbelasting belast wordt valt reeds vanaf 37.870 euro in de hoogste schijf van 50%. Inclusief sociale bijdragen – tot 55.576,94 euro inkomsten is dat 22%, tot 81.902,81 euro inkomsten 14,16% – kan de belastingdruk oplopen tot 60%.Om de personenbelasting zo beperkt mogelijk te houden, is het zaak uzelf slechts een beperkte wedde uit te keren. Van Collie noemt als richtgetal 45.000 euro, vóór de afhouding van de sociale bijdragen: “De rest van de inkomsten wordt gespaard in de vennootschap om uit te keren als dividend.”

Overdracht doen
Er zijn nog mogelijkheden om de belastingdruk te ‘optimaliseren’, zowel bij het begin als bij het einde van uw carrière. Van Collie: “In het begin kan je je praktijk te gelde maken door je uitrusting, een deel van de praktijkruimte, je wagen… over te dragen aan de vennootschap, die ze opnieuw afschrijft. Een dergelijke overdracht is zeer interessant, want de vergoeding die de vennootschap aan de arts betaalt, wordt belast als stopzettingsmeerwaarde, aan 16,5%. Ook het cliënteel kan worden overgedragen, de zogenaamde goodwill – vaak voor zeer hoge bedragen, al legt de fiscus de grens op de belastbare winst van de laatste vier jaar.”
Die overdracht wordt belast aan 33%. Nog steeds de moeite waard om te overwegen, aldus Van Collie: “Door te werken met een lening kan men desgewenst op deze manier een groot bedrag onmiddellijk privé ontvangen.” Er zijn op de stopzettingsmeerwaarde wel sociale bijdragen verschuldigd, zodat voor het jaar van overdracht veelal het plafond van ongeveer 16.000 euro plus administratiekosten zal worden bereikt. Ook richting einde loopbaan is er een piste voor fiscale optimalisatie: “Via de vennootschap kan een aanzienlijk hoger fiscaalvriendelijk pensioen worden opgebouwd.” Dat zal uitgebreid aan bod komen in een latere bijdrage over vennootschap en pensioen.

Onroerende inkomsten
Van Collie benadrukt hoe je met een vennootschap veel meer zelf ‘aan het stuur zit’ wat fiscaliteit betreft: “Je beslist zelf hoeveel sociale bijdragen je betaalt, of je met de vennootschap belegt of niet, wanneer dividenden worden uitgekeerd, wanneer en hoeveel pensioenpremies je betaalt.” Beroepsinkomsten kunnen via de vennootschap ook worden omgezet in onroerende inkomsten: “De praktijkruimte kan je verhuren aan de vennootschap. Deze huurinkomsten worden bij de overige inkomsten met een kostenforfait van 40%. Op deze 60% wordt maximaal 50% belasting geheven. Zo hou je netto tot 70% over. Ook het meubilair kan mee worden verhuurd, wat nog gunstiger belast wordt.”

Interest opeisen
Van Collie noemt nog een aantal interessante mogelijkheden om het maximale uit uw vennootschap te halen: “Wanneer de vennootschap u als vennoot geld verschuldigd is – huur, wedde, goodwill, dividenden… – kan u interest opeisen. Dat is een volledig aftrekbare kost waarop slechts 25% – vanaf volgend jaar 27% – roerende voorheffing wordt afgehouden.
De optelsom van al deze mogelijkheden, die elk wel hun beperkingen hebben maar maximaal mogen worden aangewend, maakt dat de belastingdruk flink naar beneden kan worden gebracht. We spreken hier van 15 tot 20% méér netto overhouden, aldus Dirk Van Collie. Een mooie dertiende maand…!

Ine Van Houdenhove

 
Submit your comment

Please enter your name

Your name is required

Please enter a valid email address

An email address is required

Please enter your message

Alaska: more than you know, more than you think. © Alaska 2012, Alaska esv - BTW BE 0893.640.115 - RPR Gent | All Rights Reserved sitemap

2012 - transvorm