<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Alaska: more than you know, more than you think. &#187; Personenbelasting</title>
	<atom:link href="http://www.alaska-group.eu/tag/personenbelasting/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.alaska-group.eu</link>
	<description>Bij Alaska zijn we gepassioneerd door accountancy, audit en advies. Dat zijn we vanuit verschillende kantoren in België (Antwerpen, Hamme, Kortrijk, Ieper en Oudenaarde).</description>
	<lastBuildDate>Tue, 07 Feb 2012 18:38:36 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Steunmaatregelen voor landbouwers verlengd</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/12/29/steunmaatregelen-voor-landbouwers-verlengd/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/12/29/steunmaatregelen-voor-landbouwers-verlengd/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Dec 2011 08:52:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jaimie Wilms</dc:creator>
				<category><![CDATA[Economie & Financiën]]></category>
		<category><![CDATA[Onderneming]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Subsidies]]></category>
		<category><![CDATA[Vennootschap]]></category>
		<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://test.alaska-group.eu/?p=10242</guid>
		<description><![CDATA[De landbouwsector werd in 2009 bijzonder zwaar getroffen door de wereldcrisis die de voedselprijzen zwaar onder druk zette. De programmawet van 23 december 2009 voorzag daarom enkele specifieke steunmaatregelen voor de landbouwers. Omdat...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/12/hoefijzer.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/12/hoefijzer.jpg" alt="" title="hoefijzer" width="200" height="150" class="alignright size-full wp-image-9076" /></a>De landbouwsector werd in 2009 bijzonder zwaar getroffen door de wereldcrisis die de voedselprijzen zwaar onder druk zette. De programmawet van 23 december 2009 voorzag daarom enkele specifieke steunmaatregelen voor de landbouwers.</p>
<p>Omdat de problemen in de landbouwsector aanhouden, komt er een verlenging van de “tijdelijke” crisismaatregelen tot 2012 bij wet van 7 november 2011.</p>
<p>Hierna volgt een overzicht van de maatregelen. </p>
<p><span id="more-10242"></span></p>
<p>In de vennootschapsbelasting geldt thans een speciaal, gunsttarief van 5% voor gewestelijke kapitaal- en interestsubsidies die in tijdens de jaren 2008 tot 2012 aan landbouwers worden betaald om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen. </p>
<p>Voorwaarde is dat de activa die met de subsidies gekocht worden, drie jaar in de onderneming blijven en afschrijfbaar zijn.</p>
<p>In de personenbelasting zijn de voornoemde subsidies vrijgesteld van belasting. </p>
<p>Bovendien worden zoogkoeienpremies en premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechtenregeling belast aan een voordelig tarief van 12,5% (in plaats van 16,5%), tenzij samenvoeging met andere inkomsten voordeliger is. Deze maatregel geldt nu ook voor de premies die zijn toegekend tijdens de jaren 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012. Let er wel op dat dit gunstregime alleen van toepassing is in de personenbelasting. </p>
<p>De wet van 7 november 2011 is in werking getreden op 26 november 2011.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/12/29/steunmaatregelen-voor-landbouwers-verlengd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Begrotingsakkoord 2012: vennootschapsbelasting (1/4)</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/12/12/begrotingsakkoord-2012-vennootschapsbelasting-14/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/12/12/begrotingsakkoord-2012-vennootschapsbelasting-14/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Dec 2011 18:36:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jaimie Wilms</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Overeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Vennootschap]]></category>
		<category><![CDATA[Vennootschapsbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Verbintenissen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://test.alaska-group.eu/?p=10230</guid>
		<description><![CDATA[Het begrotingsakkoord en de nieuwe regering zijn een feit. Vanaf 1 januari 2012 zullen nieuwe fiscale regels in het leven worden geroepen. Thans bestaat er onzekerheid of en hoe al deze maatregelen effectief...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/12/koe.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/12/koe-e1323714287630.jpg" alt="" title="Koe" width="200" height="133" class="alignleft size-full wp-image-8972" /></a>Het begrotingsakkoord en de nieuwe regering zijn een feit. Vanaf 1 januari 2012 zullen nieuwe fiscale regels in het leven worden geroepen. Thans bestaat er onzekerheid of en hoe al deze maatregelen effectief in wettekst zullen worden omgezet. </p>
<p>In een viertal artikels kan u een overzicht vinden wat de impact van deze maatregelen is op de vennootschapsbelasting, personenbelasting en de indirecte belastingen. Tenslotte bespreken we kort de gevolgen voor wat betreft het deel diverse andere fiscale inkomsten. </p>
<p><a href="http://m.deredactie.be/polopoly_fs/1.1167838!file/regeerakkoord%20Di%20RUPO%201%20december%202011%20.pdf">Hier</a> kan u het volledige begrotingsakkoord terugvinden. Lees bladzijden 78 en 79 van het akkoord en u zal begrijpen dat het &#8216;werkstuk&#8217; uitblinkt in vaagheid.</p>
<p><span id="more-10230"></span></p>
<p><em><strong>Notionele interestaftrek</strong></em><br />
Het tarief van de notionele interest wordt vastgelegd op 3%, voor KMO’s op 3,5%. De huidige verhoging met 0,5% blijft dus gelden.</p>
<p>Naar de toekomst toe wordt de overdraagbaarheid afgeschaft. De notionele intrestaftrek die in het belastbaar tijdperk niet kan worden toegepast is dus verloren.</p>
<p>De notionele interestaftrek die bedrijven tot en met 2011 hebben opgebouwd door de overdraagbaarheid van niet-toegepaste aftrek, zal wel verder in aftrek kunnen worden gebracht. </p>
<p>Deze aftrek wordt weliswaar beperkt  in die zin dat het bedrag aan aftrek maximum 60% van de belastbare basis. Deze beperking geldt dan weer niet voor het eerste miljoen van de belastbare basis. Het bedrag dat door deze beperking niet kan worden afgetrokken wordt overgedragen naar het volgende belastbaar tijdperk zodat de ‘stock’ volledig kan worden uitgeput.</p>
<p>Er werden geen wijzigingen aangebracht aan de berekeningswijze van de belastbare basis. </p>
<p><em><strong>Meerwaarden op aandelen</strong></em><br />
Meerwaarden gerealiseerd op aandelen die de vennootschap minder dan een jaar in bezit houdt worden belast tegen 25%. Deze meerwaardebelasting geldt enkel in de vennootschapsbelasting en niet voor natuurlijke personen. De minderwaarden blijven niet aftrekbaar.</p>
<p><em><strong>IPT</strong></em><br />
Momenteel kunnen bedrijfsleiders een aanvullend pensioen opbouwen via een pensioenfonds of groepsverzekering maar ook binnen de vennootschap via een interne pensioenvoorziening.</p>
<p>Deze interne pensioenvoorziening (provisie in de vennootschap) wordt niet meer toegelaten. De individuele pensioenverbintenissen ten gunste van de onafhankelijke bedrijfsleiders zullen moeten worden veruitwendigd via een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds. </p>
<p>De taks van 4,4% op de verzekeringsovereenkomsten zal van toepassing zijn op deze verzekeringspremies. Voor bestaande interne provisies wordt in een overgangsperiode voorzien. Deze moeten worden veruitwendigd binnen een termijn van 3 jaar. Voor deze provisies zal ook een gunstiger belastingtarief, zijnde 1,75% op de verzekeringspremies van toepassing zijn.</p>
<p><em><strong>Thin capitalization</strong></em><br />
Er wordt een nieuwe thin cap regel ingevoerd voor intragroepsleningen die een rem zet op de aftrekbaarheid van interesten voor leningen. </p>
<p>Momenteel zijn interesten niet aftrekbaar indien en in de mate het totale bedrag van de leningen hoger is dan 7 maal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk. </p>
<p>Deze ratio eigen vermogen/vreemd vermogen zal worden teruggebracht naar 1/5.</p>
<p><em><strong>Groene wagens</strong></em><br />
De korting op de factuur van 3% of 15% voor de aankoop van een milieuvriendelijke wagen wordt geschrapt. Wagens geleverd en ingeschreven voor het einde van 2011 kunnen nog genieten van de korting. Er zal overgangsmaatregel worden voorzien voor lopende bestellingen. </p>
<p><a href="http://www.alaska-group.eu/2011/12/12/begrotingsakkoord-2012-indirecte-belastingen-24/" title="Begrotingsakkoord 2012: indirecte belastingen (2/4)"></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/12/12/begrotingsakkoord-2012-vennootschapsbelasting-14/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Begrotingsakkoord 2012: personenbelasting (3/4)</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/12/12/begrotingsakkoord-2012-personenbelasting-34/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/12/12/begrotingsakkoord-2012-personenbelasting-34/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Dec 2011 18:30:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jaimie Wilms</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[BTW]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Vennootschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://test.alaska-group.eu/?p=10226</guid>
		<description><![CDATA[Roerende voorheffing Interesten en dividenden die momenteel aan 15% worden belast zullen onderworpen worden aan een tarief van 21% RV. Dus ook op de interesten uit de rekening-courant geldt voortaan 21%. Dividenden en...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/12/koe-e1323714287630.jpg"><img class="alignleft size-full wp-image-8972" title="Koe" src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/12/koe-e1323714287630.jpg" alt="" width="200" height="133" /></a><em><strong>Roerende voorheffing</strong></em><br />
Interesten en dividenden die momenteel aan 15% worden belast zullen onderworpen worden aan een tarief van 21% RV. Dus ook op de interesten uit de rekening-courant geldt voortaan 21%.</p>
<p>Dividenden en interesten die vandaag aan 25% worden belast blijven aan RV van 25% onderworpen.</p>
<p>Voor spaarboekjes blijft de huidige vrijstelling, zowel naar bedrag (aj. 2012: 1.770 Euro) als manier van toekenning, behouden. Voor de interesten boven het vrijgestelde bedrag blijft het tarief van 15% RV gelden.</p>
<p>De RV op de recent uitgegeven Staatsbon (inschrijvingsperiode tussen 24 november en 2 december 2011) blijft eveneens 15%.</p>
<p>Ook liquidatieboni blijven belast aan het huidige tarief van 10% RV. De 10% zou niet gelden wanneer het inkoopboni bij inkoop eigen aandelen betreft.</p>
<p><span id="more-10226"></span></p>
<p><em><strong>Bijkomende bijdragen op hoge vermogensinkomsten</strong></em><br />
Een belastingplichtige die voor meer dan 20.000 Euro aan roerende inkomsten, interesten en dividenden ontvangt per jaar is een bijkomende bijdrage van 4% verschuldigd op het deel boven de 20.000 Euro.</p>
<p>Liquidatieboni en het vrijgestelde deel van de interesten op de spaarboekjes tellen niet mee voor de berekening van de drempel van 20.000 Euro. Deze inkomsten zijn bovendien zelf niet onderworpen aan de bijkomende bijdrage van 4% op de hoge inkomens. Ook de interesten uit de huidige Staatsbon worden niet mee genomen voor deze bijkomende bijdrage.</p>
<p>Naar de manier van heffing van de belasting op de roerende inkomsten zijn er twee opties:</p>
<p>- Ofwel wordt er toestemming gegeven aan de financiële tussenpersoon/betaler van het inkomen om het ontvangen bedrag aan roerende inkomsten mee te delen aan een centraal meldpunt. Wanneer de inkomsten hoger zijn dan 20.000 Euro geeft het centraal meldpunt het bedrag door aan de taxatiediensten die de bijkomende bijdrage inkohieren. In deze optie zal de betalende instantie het gewone tarief van roerende voorheffing inhouden (21%/25%).</p>
<p>- Ofwel wordt dergelijke toestemming niet gegeven en wordt ook de bijkomende bijdrage aan de bron ingehouden, dus de hogere roerende voorheffing (25%) wordt volledig ingehouden. Indien de inkomsten de drempel van 20.000 euro niet bereiken kan de belastingplichtige de roerende inkomsten in de aangifte opnemen om zo een terugbetaling van de aan de bron geheven bijkomende bijdrage te krijgen.</p>
<p><em><strong>Bedrijfswagens</strong></em><br />
<em>Wat is de situatie vandaag?</em><br />
Het voordeel van alle aard dat een werknemer ontvangt door de (gratis) terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen waarmee privé mag worden gereden, is een belastbaar beroepsinkomen.<br />
Dit inkomen wordt forfaitair gewaardeerd op basis van het aantal kilometers woon-werkverkeer (forfaitair bepaald op 5.000 en 7.500 km naargelang de afstand tussen de woon-en werkplaats) en de CO2-uitstoot van de wagen.</p>
<p><em>Wat werd beslist?</em><br />
Het voordeel van alle aard zal niet langer rekening houden met het aantal kilometers maar zal worden berekend op basis van de cataloguswaarde en de CO2-uitstoot van de wagen. De cataloguswaarde is de gefactureerde waarde met inbegrip van de BTW en de opties maar zonder rekening te houden met kortingen, verminderingen, afslagen en ristorno’s.</p>
<p>VAA = cataloguswaarde x C02-coëfficient x 6/7</p>
<p>De basis-CO2-coëfficiënt bedraagt 5,5 % voor een CO2-uitstoot van 95 g/km voor de dieselvoertuigen en 115 g/km voor benzinevoertuigen. Wanneer de uitstoot hoger ligt zal de coëfficiënt verhogen met 0,1 % per CO2-gram, met een maximum percentage van 18%. Ligt de uitstoot lager dan wordt de coëfficiënt verminderd met 0,1% per CO2-gram met een minimum percentage van 4%. Het belastbaar voordeel bedraagt minstens 1.200 euro per jaar (aj. 2012).</p>
<p><em><strong>Terbeschikkingstelling privé-woning door vennootschap</strong></em><br />
<em>Wat is de situatie vandaag?</em><br />
Het voordeel van alle aard dat een bedrijfsleider ontvangt doordat hij gratis in de woning van de vennootschap mag wonen wordt momenteel forfaitair bepaald op 100/60 van het Kadastraal Inkomen (KI) x 1,25 wanneer KI 745 euro.<br />
Het voordeel voor de gratis verwarming en elektriciteit wordt forfaitair gewaardeerd op respectievelijk 1.640 euro per jaar en 820 Euro per jaar.</p>
<p><em>Wat werd beslist?</em><br />
Voor woningen met een kadastraal inkomen hoger dan 745 Euro wordt het voordeel van alle aard voor de terbeschikkingstelling van de privéwoning verhoogd tot 100/60 KI x 3,8.</p>
<p>De bedragen voor verwarming en elektriciteit worden verhoogd tot 1.820 Euro per jaar voor verwarming en 910 Euro per jaar voor elektriciteit.</p>
<p><a href="http://netto.tijd.be/geld_en_gezin/belastingen/Gratis_wonen_90_zwaarder_belast.9138356-1624.art">Hier</a> kan u een rekenvoorbeeld terugvinden over de impact van deze maatregel.</p>
<p><em><strong>Aandelenopties</strong></em><br />
Het voordeel dat een werknemer verkrijgt door de al dan niet volledig kosteloze toekenning van een aandelenoptie uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid vormt een belastbaar beroepsinkomen (voordeel van alle aard) dat belastbaar is op het ogenblik van de toekenning.</p>
<p>Het belastbare bedrag van het voordeel wordt bepaald door rekening te houden met de slotkoers van de optie wanneer het om beursgenoteerde opties gaat of op basis van een forfaitaire waardering bij andere aandelenopties. Deze forfaitaire waardering bedraagt thans 15% van de waarde van de optie.</p>
<p>Het percentage van 15% wordt opgetrokken naar 18% voor opties toegekend vanaf 1 januari 2012.</p>
<p><em><strong>Pensioenvorming</strong></em><br />
<em>Wat is de situatie vandaag? </em><br />
Bijdragen in de 2de pijler zijn aftrekbaar voor zover wordt voldaan aan de 80%-grens, d.w.z. het bedrag van het aanvullend pensioen en het wettelijk pensioen samen mag niet meer bedragen dan 80% van de laatste brutojaarbezoldiging.</p>
<p>Zowel voor deze bijdragen als voor de 3de pijler (pensioensparen) zijn de premies aftrekbaar volgens de bijzonder gemiddelde aanslagvoet (tussen 30 en 40%).</p>
<p>Aanvullende pensioenen opgebouwd op basis van werkgeversbijdragen worden bij opneming tussen 60 en 64 jaar belast aan 16,5% en aan 10% bij opneming op 65 jaar.</p>
<p><em>Wat werd beslist?</em><br />
De 80%-grens wordt gekoppeld aan een loonplafond. De voor de 2de pijler gestorte bedragen zullen binnen deze 80%-grens maar aftrekbaar zijn indien ze recht geven op een aanvullend pensioen dat samengevoegd met het wettelijk pensioen het niveau van het hoogste overheidspensioen niet overschrijdt.</p>
<p>De belastingverminderingen voor de persoonlijke pensioenbijdragen (2de en 3de pijler) zullen aan een percentage van 30% worden berekend.<br />
Tenslotte worden ook de belastingtarieven bij opneming van het aanvullend pensioen opgebouwd op basis van werkgeversbijdragen verhoogd tot 20% bij opneming op 60 jaar, 18% op 61 jaar, 16,5% op 62 tot 64 jaar en blijft op 10% bij opneming op 65 jaar.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/12/12/begrotingsakkoord-2012-personenbelasting-34/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een keerpunt in de aanslag geheime commissielonen?</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/11/15/een-keerpunt-in-de-aanslag-geheime-commissielonen/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/11/15/een-keerpunt-in-de-aanslag-geheime-commissielonen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Nov 2011 14:02:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jaimie Wilms</dc:creator>
				<category><![CDATA[Accountancy & Audit]]></category>
		<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Vennootschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://test.alaska-group.eu/?p=10129</guid>
		<description><![CDATA[Dat de bijzondere aanslag geheime commissielonen à rato van 309% niet op gejuich werd onthaald, blijkt uit de overvloedige kritiek in de fiscale rechtsliteratuur. Toch heeft de Minister van Financiën deze kritiek niet...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/11/Aanslag_commissielonen.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/11/Aanslag_commissielonen-150x150.jpg" alt="" title="Aanslag_commissielonen" width="150" height="150" class="alignleft size-thumbnail wp-image-8662" /></a>Dat de bijzondere aanslag geheime commissielonen à rato van 309% niet op gejuich werd onthaald, blijkt uit de overvloedige kritiek in de fiscale rechtsliteratuur. Toch heeft de Minister van Financiën deze kritiek niet aan zijn neus laten voorbijgaan en een addendum aangekondigd dat de toepassing van de bijzondere aanslag zal milderen.</p>
<p>Als er geen fiscale fiche opgemaakt wordt voor lonen, commissielonen, voordelen van alle aard, enz., dan kan de fiscus conform artikel 219 WIB 1992 een aanslag geheime commissielonen opleggen aan de schuldenaar van die inkomsten. Deze bedraagt 309%.</p>
<p>Eind 2010 heeft de Administratie een circulaire gepubliceerd over de aanslag geheime commissielonen. Daarin laat de fiscus onder meer niet meer toe dat een vennootschap aan de aanslag geheime commissielonen ontsnapt door de niet op fiches vermelde betalingen nog snel bij de bedrijfsleiders in de personenbelasting te laten belasten (Circulaire van 1 december 2010, AOIF 71/2010). De jacht op niet-aangegeven voordelen was gestart. </p>
<p><span id="more-10129"></span></p>
<p>In de Commissie voor de Financiën en de Begroting lijkt de Minister zijn geweer van schouder te hebben veranderd en aanslagambtenaren toe te laten rekening te houden met het feit dat een voordeel van alle aard nog wel kan worden belast in de personenbelasting.</p>
<p>De Minister is daarenboven van oordeel dat een blinde toepassing van de bijzondere aanslag overdreven en onrechtvaardige gevolgen kan hebben, met een toename aan administratieve en gerechtelijke geschillen. Er dient, aldus de Minister, rekening te worden gehouden met de goede trouw van de vennootschap, met het uitzonderlijke karakter van de overtreding en met de relatieve belangrijkheid ervan ten opzichte van zijn andere fiscale verplichtingen.</p>
<p>In dit licht zal de Minister aan de fiscale administratie vragen een addendum op te stellen bij de voormelde circulaire die retroactief zal toegepast worden. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/11/15/een-keerpunt-in-de-aanslag-geheime-commissielonen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Berekening verworpen autokosten: doorgerekende voordelen alle aard toch in mindering ?</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/10/31/berekening-verworpen-autokosten-doorgerekende-voordelen-alle-aard-toch-in-mindering/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/10/31/berekening-verworpen-autokosten-doorgerekende-voordelen-alle-aard-toch-in-mindering/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 Oct 2011 05:00:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stefaan Kindt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[Vennootschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.alaska-group.eu/?p=8495</guid>
		<description><![CDATA[De aftrek van beroepskosten met betrekking tot personenwagens dient beperkt te worden ten belope van een bepaald percentage in functie van de CO2-uitstoot of tot 75 % indien het brandstofkosten betreft. Autokosten die...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/10/auto.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/10/auto.jpg" alt="" title="Auto" width="200" height="133" class="alignleft size-full wp-image-8503" /></a>De aftrek van beroepskosten met betrekking tot personenwagens dient beperkt te worden ten belope van een bepaald percentage in functie van de CO2-uitstoot of tot 75 % indien het brandstofkosten betreft. </p>
<p>Autokosten die betrekking hebben op een personenwagen van de firma die door een werknemer of een bedrijfsleider gebruikt wordt, zijn in weze niet onderworpen aan de aftrekbeperking voor autokosten op voorwaarde dat er in hoofde van de betrokkene een voordeel in natura weerhouden wordt. </p>
<p>Dit principe blijkt uit een antwoord van de Minister van Financiën op een parlementaire vraag van 1 september 2002 en werd ook zo ingeschreven in nr. 195/109 van de Commentaar op het Wetboek Inkomstenbelastingen. De reden was dat autokosten, in de mate dat ze corresponderen met een voordeel in natura, het karakter krijgen van een loon. Lonen zijn niet aan de aftrekbeperking voor autokosten onderworpen.</p>
<p>De Administratie, hierin gevolgd door het merendeel van de rechtspraak, oordeelde dat slechts het gedeelte van het voordeel van alle aard dat effectief in de personenbelastingen belast werd, mocht afgetrokken worden bij de berekening van de verworpen autokosten. </p>
<p><span id="more-8495"></span></p>
<p>Met andere woorden, als er een eigen bijdrage gevraagd wordt van de werknemer of de bedrijfsleider, mag enkel het netto voordeel (het voordeel van alle aard verminderd met de eigen bijdrage) in mindering gebracht worden bij de berekening van de verworpen autokosten. </p>
<p>Een inschrijving van het voordeel op het debet van de rekening courant in een vennootschap is in deze gelijk aan de betaling van een eigen bijdrage. Dit betekent dat een doorgerekend voordeel in natura voor het gebruik van een firmawagen niet mocht afgetrokken worden. De Administratie stelt dat de eigen bijdragen van werknemers of bedrijfsleiders moeten opgenomen worden onder de bedrijfsopbrengsten en dat er geen enkele wettelijke bepaling is die toelaat deze opbrengsten te herleiden in functie van de aftrekbeperking. </p>
<p>Als het voordeel in natura even groot is als de terugbetaalde vergoeding, dan is er evenmin een te belasten voordeel en dan mag de betaalde vergoeding niet afgetrokken worden bij de berekening van de verworpen autokosten <em>dixit</em> de fiscale administratie.</p>
<p>In een arrest van 17 mei 2011 oordeelde het Hof van beroep te Antwerpen toch anders en argumenteerde dat de bijdrage betaald voor het persoonlijk voordeel van de wagen wel degelijk in mindering mag worden gebracht van de verworpen uitgaven op autokosten.</p>
<p>Of deze stelling het zal halen is nog maar de vraag en we zullen moeten zien of de zienswijze van het Hof van beroep van Antwerpen wordt bevestigd door andere rechtbanken en hoven.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/10/31/berekening-verworpen-autokosten-doorgerekende-voordelen-alle-aard-toch-in-mindering/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het voorleggen van bankuittreksels is zich een beetje uitkleden.</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/09/12/het-voorleggen-van-bankuittreksels-is-zich-een-beetje-uitkleden/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/09/12/het-voorleggen-van-bankuittreksels-is-zich-een-beetje-uitkleden/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Sep 2011 05:00:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Johan Lemmens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Boekhouding]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.alaska-group.eu/?p=7996</guid>
		<description><![CDATA[Wat een vijgenblad niet verbergen kan &#8230; Om de juistheid van de fiscale aangifte in de personenbelasting na te gaan beschikt de fiscus over diverse onderzoeks- en controlemogelijkheden. Zo heeft zij het recht...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/09/adameva.jpeg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/09/adameva-e1315733164298.jpeg" alt="" title="adam&amp;eva" width="175" height="175" class="alignleft size-full wp-image-7999" /></a><em>Wat een vijgenblad niet verbergen kan &#8230;</em></p>
<p>Om de juistheid van de fiscale aangifte in de personenbelasting na te gaan beschikt de fiscus over diverse onderzoeks- en controlemogelijkheden. Zo heeft zij het recht om bij een belastingplichtige de boekhouding te onderzoeken en inzage te nemen van de stukken die noodzakelijk zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.</p>
<p>Dat de fiscus de bankuittreksels van beroepsmatig gebruikte bankrekeningen mag controleren is evident. Net zoals aan- en verkoopfacturen maken zij immers deel uit van de boekhouding.</p>
<p>Naar documenten van loutere privé-aard, zonder enig verband met geldbeleggingen of inkomsten, zoals boeken en bescheiden betreffende huishoudelijke uitgaven, mag echter niet worden gevraagd. M.a.w. bankuittreksels opvorderen van rekeningen die niets met de beroepsactiviteit te maken hebben kan in principe niet. Maar …</p>
<p><span id="more-7996"></span></p>
<p>Wanneer een belastingplichtige een bankrekening zowel voor privé-doeleinden als voor professionele doeleinden gebruikt, dan mag de fiscus deze bankuittreksels wel inzien wanneer daarom wordt gevraagd. Dit geldt eveneens wanneer er stortingen gebeuren van een privé-rekening (bv. een spaarrekening) naar een professioneel gebruikte bankrekening of omgekeerd. Door dergelijke transferten krijgt de privé-bankrekening <strong>een gemengd karakter</strong> en kan de fiscus de voorlegging eisen van de bankuittreksels van de privé-rekening.</p>
<p>De bewering van een belastingplichtige dat dergelijke privé-rekening alleen privé wordt gebruikt volstaat niet. Het is vaste rechtspraak dat in zo’n situatie de fiscus dit enkel kan controleren door de uittreksels in te kijken. </p>
<p>Om dergelijke scenario te vermijden is het raadzaam de privé rekening(en) en de professionele rekening(en) duidelijk van elkaar te scheiden en dus geen bankoverschrijvingen te doen van de ene naar de andere rekening. </p>
<p>Wel opletten wanneer een onderzoek wordt gevoerd in het kader van een indiciaire taxatie, i.e. een onderzoek op basis van <strong>tekenen en indiciën</strong> die doen vermoeden dat de belastingplichtige een hogere levensstandaard heeft dan zijn inkomsten laten uitschijnen. De fiscus kan dan vragen naar privé-rekeningen zonder dat er sprake is van omkering van de bewijslast. </p>
<p>Wordt niet overgegaan tot het vrijwillig verschaffen van financiële informatie dan kan de fiscale administratie sinds 1 juli 2011 de informatie opvragen bij de financiële instellingen. Dergelijke opheffing van het bankgeheim geldt niet alleen bij een voorgenomen aanslag op tekenen en indiciën maar ook wanneer er sprake is van één of meer aanwijzingen van belastingontduiking.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/09/12/het-voorleggen-van-bankuittreksels-is-zich-een-beetje-uitkleden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wat met de &#8216;inkomsten&#8217; van een tweede verblijf in het buitenland?</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/09/10/wat-met-de-huurwaarde-van-een-tweede-verblijf-in-het-buitenland/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/09/10/wat-met-de-huurwaarde-van-een-tweede-verblijf-in-het-buitenland/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 10 Sep 2011 07:07:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Johan Lemmens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.alaska-group.eu/?p=7974</guid>
		<description><![CDATA[Een Belgisch rijksinwoner die een buitenverblijf in het buitenland bezit, dient de inkomsten van dit onroerend goed aan te geven in de jaarlijkse aangifte personenbelastingen. Een rijksinwoner wordt immers op zijn wereldwijd inkomen...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/09/tweede-verblijf.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/09/tweede-verblijf-e1315638110205.jpg" alt="" title="tweede verblijf" width="200" height="108" class="alignleft size-full wp-image-7988" /></a>Een Belgisch rijksinwoner die een buitenverblijf in het buitenland bezit, dient de inkomsten van dit onroerend goed aan te geven in de jaarlijkse aangifte personenbelastingen. Een rijksinwoner wordt immers op zijn wereldwijd inkomen belast. </p>
<p>De buitenlandse inkomsten worden in België niet effectief belast als het goed gelegen is in een land waarmee België een dubbel belastingverdrag heeft afgesloten. Deze inkomsten worden dan enkel in ogenschouw genomen om het belastingtarief te bepalen dat van toepassing is op de andere in België belastbare inkomsten (het zogenaamde “progressievoorbehoud”). </p>
<p>Hoe bepaal je nu de inkomsten van een buitenlands onroerend goed ?</p>
<p>Indien het onroerend goed verhuurd is, moet de eigenaar de werkelijke huurinkomsten aangeven. Zo niet is de belastingplichtige verplicht de brutohuurwaarde op te nemen in zijn fiscale aangifte. In beide situaties mag de eventueel reeds in het buitenland betaalde belasting in rekening worden gebracht. Vooral het bepalen van de brutohuurwaarde leidt niet zelden tot discussie.</p>
<p><span id="more-7974"></span></p>
<p>Volgens een uitspraak eind vorig jaar van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen is niet  het buitenlands kadastraal inkomen determinerend, maar dient gekeken te worden naar de gemiddelde jaarlijkse brutohuur die men in geval van verhuring zou kunnen krijgen, rekening houdend met het land en de ligging van het gebouw. </p>
<p>Om de huurwaarde van het onroerend goed te schatten maakte de fiscale administratie namelijk een vergelijk met de huurprijs van vier gelijkaardige panden in dezelfde streek, hierbij rekening houdend met de verschillen tijdens en buiten het vakantieseizoen. </p>
<p>De belastingplichtige was het hiermee niet eens en argumenteerde dat de huurwaarde, rekening houdend met zijn kadastraal inkomen, een stuk lager lag en onderbouwde zijn stelling met een verklaring van de burgemeester en een immobiliënkantoor.<br />
De rechter volgde echter het standpunt van de administratie en stelde dat de huurwaarde zoals bepaald door de fiscus voldoende onderbouwd en niet willekeurig vastgesteld was.</p>
<p>Conclusie: het buitenlands kadastraal inkomen is niet richtinggevend voor het bepalen van de brutohuurwaarde. Lokale vergelijkingspunten, rekening houdende met de aard en de ligging van het onroerend goed, zijn dit wel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/09/10/wat-met-de-huurwaarde-van-een-tweede-verblijf-in-het-buitenland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vormen schadevergoedingen betaald naar aanleiding van beroepsfouten een aftrekbare beroepskost ?</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/08/03/vormen-schadevergoedingen-betaald-naar-aanleiding-van-beroepsfouten-een-aftrekbare-beroepskost/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/08/03/vormen-schadevergoedingen-betaald-naar-aanleiding-van-beroepsfouten-een-aftrekbare-beroepskost/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 03 Aug 2011 07:03:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stefaan Kindt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Accountancy & Audit]]></category>
		<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>
		<category><![CDATA[Wetgeving]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.alaska-group.eu/?p=7594</guid>
		<description><![CDATA[De vraag of schadevergoedingen die betaald worden naar aanleiding van beroepsfouten fiscaal aftrekbaar zijn wordt beantwoord aan de hand van een casus. Een aantal vennoten van een advocatenassociatie wenst een verregaande samenwerking door...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/07/dobbelstenen.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/07/dobbelstenen.jpg" alt="" title="Red ready to roll dice" width="200" height="173" class="alignleft size-full wp-image-7709" /></a>De vraag of schadevergoedingen die betaald worden naar aanleiding van beroepsfouten fiscaal aftrekbaar zijn wordt beantwoord aan de hand van een casus. </p>
<p>Een aantal vennoten van een advocatenassociatie wenst een verregaande samenwerking door te voeren met een bedrijfsrevisorenkantoor. Eén van de vennoten is het met deze gang van zaken niet eens en wordt uit de associatie gesloten. Uiteindelijk wordt de discussie voorgelegd aan de stafhouder van de balie waarbij de advocaten aangesloten zijn.</p>
<p>De advocaten die een samenwerking met het bedrijfsrevisorenkantoor voorstonden worden bij arbitrale beslissing in het ongelijk gesteld omdat een dergelijke samenwerking in strijd zou zijn met de deontologische regels voor advocaten. Zij worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de uitgesloten advocaat wegens beroepsfouten. </p>
<p>Eén van de advocaten brengt zijn gedeelte van de schadevergoeding als beroepskost in mindering op zijn aangifte in de personenbelastingen. De aftrek wordt hem door de fiscus geweigerd. Handelingen die indruisen tegen de deontologische regels zijn volgens de taxatieambtenaar, hierin gevolgd door zijn gewestelijk directeur, niet inherent aan de uitoefening van het beroep van advocaat. Uitgaven die met deze handelingen verband houden zijn dan ook niet als beroepskost aftrekbaar.</p>
<p>Wat zegt de wetgeving en de rechtspraak ?</p>
<p><span id="more-7594"></span></p>
<p>De betrokken advocaat is het met dit standpunt niet eens en legt het geschil voor aan de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel. Volgens de rechter is de betaalde schadevergoeding wel aftrekbaar als beroepskost. De Administratie legt zich niet bij de situatie neer, maar het Hof van Beroep te Brussel bevestigt het vonnis van de eerste rechter. De Administratie volhardt echter in de boosheid en brengt het geschil voor het Hof van Cassatie. De vraag die het Hof van Cassatie moet beantwoorden is of een schadevergoeding die het gevolg is van een arbitrale beslissing al dan niet als een aftrekbare beroepskost in de zin van artikel 49 WIB 92 kan kwalificeren.</p>
<p>Krachtens artikel 49 WIB 92 zijn als beroepskost aftrekbaar, de kosten die een belastingplichtige tijdens het belastbaar tijdperk heeft gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, indien zulks niet mogelijk is, door middel van alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.</p>
<p>Voor het Hof van Cassatie houdt de fiscus vol dat de betaalde schadevergoeding geen noodzakelijk verband vertoont met de uitgeoefende beroepsactiviteit. Maar ook deze keer wordt het standpunt van de Administratie van de hand gewezen. Om aftrekbaar te zijn als beroepskost is het voldoende dat de uitgaven inherent zijn aan de uitoefening van het beroep. Het oorzakelijk verband tussen de uitgave waarvan de aftrek gevraagd wordt en de door de advocaat uitgeoefende beroepsactiviteit is volgens het Hof voldoende aangetoond. Het feit dat de schadevergoeding het gevolg is van een arbitrale beslissing waaruit blijkt dat de advocaat inbreuken begaan heeft tegen de deontologie, is geen beletsel om de betaalde schadevergoeding als beroepskost te mogen aftrekken.</p>
<p>Het is wel zo dat uit eerdere rechtspraak blijkt dat kosten die het gevolg zijn van vrijwillig begane onrechtmatige handelingen, niet aftrekbaar zijn als beroepskosten, ook al werden ze gemaakt in het kader van de beroepswerkzaamheid. Het onderscheid tussen vrijwillig begane inbreuken en onvrijwillig gemaakte inbreuken is echter niet steeds eenvoudig te maken en zal veelal een feitenkwestie zijn. Recente rechtspraak stelt dat de voorwaarden voor aftrekbaarheid van beroepskosten niet afhankelijk gesteld mag worden van de voorwaarde dat aan de basis van de beroepskosten geen onwettige handelingen mogen liggen.</p>
<p>Tot slot dient ook opgemerkt dat schadeloosstellingen, die betaald moeten worden naar aanleiding van een beroepsfout, eveneens aftrekbaar zijn als beroepskosten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/08/03/vormen-schadevergoedingen-betaald-naar-aanleiding-van-beroepsfouten-een-aftrekbare-beroepskost/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Onderhoudsgeld voor studerende kinderen: nog een never ending story (2/2)</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/07/04/onderhoudsgeld-voor-studerende-kinderen-nog-een-never-ending-story-22/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/07/04/onderhoudsgeld-voor-studerende-kinderen-nog-een-never-ending-story-22/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Jul 2011 05:00:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stefaan Kindt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Accountancy & Audit]]></category>
		<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Financieel]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.alaska-group.eu/?p=7538</guid>
		<description><![CDATA[Opdat een kind geen deel meer zou uitmaken van het ouderlijk gezin is vereist dat het verlaten van de ouderlijke woonst een “bestendig” karakter heeft. Kinderen die tijdens hun hogere studies in een...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/06/caravan.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/06/caravan.jpg" alt="" title="caravan" width="200" height="134" class="alignleft size-full wp-image-7551" /></a>Opdat een kind geen deel meer zou uitmaken van het ouderlijk gezin is vereist dat het verlaten van de ouderlijke woonst een “bestendig” karakter heeft. Kinderen die tijdens hun hogere studies in een universiteitsstad verblijven of “op kot” gaan, blijven in de regel deel uitmaken van het ouderlijk gezin. </p>
<p>Onderhoudsuitkeringen aan deze kinderen kunnen enkel afgetrokken worden in de personenbelastingen als kan aangetoond worden dat zij de bedoeling hadden het gezin definitief te verlaten om elders een eigen gezin te stichten of om een andere woonplaats te betrekken. </p>
<p>De bewijslast hiervoor ligt in het kamp van de belastingplichtige. </p>
<p><span id="more-7538"></span></p>
<p>Zo kan het element dat een kind na zijn studies niet meer terugkeert naar de ouderlijke woning een aanwijzing zijn dat het kind reeds tijdens zijn studieperiode de intentie had de gezinswoonst definitief te verlaten en dat het kind de keuze gemaakt had om <strong>een onafhankelijk leven</strong> te leiden buiten het gezinsverband. De fiscus weigert echter rekening te houden met elementen die dateren van na de betrokken belastbare tijdperken. De aftrekvoorwaarden moeten beoordeeld worden op het ogenblik dat de aftrek gevraagd wordt, en niet nadien. Dit lijkt ons echter een te enge interpretatie van het éénjarigheidsbeginsel in fiscale zaken. </p>
<p>De rechtspraak is het er nagenoeg unaniem over eens dat het enkele feit dat een kind op een ander adres gedomicilieerd is dan het adres van de ouderlijke woning, geen bewijs is dat het kind de ouderlijke woonst definitief verlaten heeft. <strong>Een afzonderlijk domicilie</strong> vormt enkel een vermoeden. Bij een tijdelijke verwijdering uit de ouderlijke woning dient het domicilie trouwens niet gewijzigd te worden. Toch kan het zijn belang hebben. </p>
<p>Veel universiteitssteden weigeren immers studenten in te schrijven in hun bevolkingsregisters als ze niet kunnen aantonen dat ze financieel onafhankelijk zijn en op relationeel vlak geen banden meer hebben met hun familie. Een afzonderlijk domicilie kan, samen met een aantal andere elementen, wel een bewijskrachtig gegeven vormen dat het kind de bedoeling had het gezin definitief te verlaten. </p>
<p>Er moet met een intentioneel element kunnen aangetoond worden dat het kind in het kader van een bestendige verwijdering uit het gezin streeft naar <strong>financiële, psychologische en sociale onafhankelijkheid</strong>. In de rechtspraak zijn de elementen die kunnen wijzen op een streven naar zelfstandigheid zeer uiteenlopend. </p>
<p>Zo kan een gespannen relatie tussen de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige er op wijzen dat het kind de ouderlijke woonst definitief heeft verlaten. Een andere reden kan zijn dat de onderhoudsgerechtigde een relatie heeft. Het is hierbij niet noodzakelijk dat hij in het huwelijk treedt. Duurzaam samenwonen, een gezamenlijk kind hebben, … kan reeds volstaan. </p>
<p>De <strong>aard van het verblijf </strong>van de onderhoudsgerechtigde is eveneens een appreciatie-element. Het is veel geloofwaardiger dat een kind een onafhankelijk bestaan wil leiden als het een volwaardige woning gaat betrekken dan wanneer het kind in een “studentenkot” gaat wonen. De duur van het huurcontract kan ook een rol spelen. </p>
<p>Het streven naar <strong>financiële onafhankelijkheid </strong>is een element dat bij studerende kinderen moeilijk kan weerhouden worden. Een universitaire studie is immers moeilijk te combineren met een job als werknemer. Volgens bepaalde rechtspraak kan een streven naar financiële onafhankelijkheid moeilijk in overeenstemming gebracht worden met de voorwaarde dat de onderhoudsgerechtigde behoeftig moet zijn opdat de onderhoudsgelden aftrekbaar zouden zijn. Er mag in het kader van de financiële onafhankelijkheid wel verwacht worden dat het kind de onderhoudsgelden die het ontvangt zelf beheert. </p>
<p>Het antwoord op de vraag of een studerend kind al dan niet nog deel uitmaakt van het ouderlijk gezin blijft een zuivere feitenkwestie en zal altijd een discussiepunt met de fiscus blijven. Eén enkel element op zich volstaat nooit om te oordelen of een student het ouderlijk huis al dan niet definitief verlaten heeft.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/07/04/onderhoudsgeld-voor-studerende-kinderen-nog-een-never-ending-story-22/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Onderhoudsgeld voor studerende kinderen: nog een fiscale never ending story (1/2)</title>
		<link>http://www.alaska-group.eu/2011/06/30/onderhoudsgeld-voor-studerende-kinderen-nog-een-fiscale-never-ending-story-12/</link>
		<comments>http://www.alaska-group.eu/2011/06/30/onderhoudsgeld-voor-studerende-kinderen-nog-een-fiscale-never-ending-story-12/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 30 Jun 2011 05:00:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stefaan Kindt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Accountancy & Audit]]></category>
		<category><![CDATA[Belastingen]]></category>
		<category><![CDATA[Personenbelasting]]></category>
		<category><![CDATA[Rechtspraak]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.alaska-group.eu/?p=7526</guid>
		<description><![CDATA[De aftrek van onderhoudsgelden betaald aan studerende kinderen blijft voor discussies zorgen ussen de belastingplichtigen en de fiscus, getuige het arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 30 september 2010. Een...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/06/student.jpg"><img src="http://www.alaska-group.eu/wp-content/uploads/2011/06/student.jpg" alt="" title="student" width="200" height="133" class="alignleft size-full wp-image-7546" /></a>De aftrek van onderhoudsgelden betaald aan studerende kinderen blijft voor discussies  zorgen ussen de belastingplichtigen en de fiscus, getuige het arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 30 september 2010.  </p>
<p>Een universiteitsstudent was voor de duur van zijn studies gedomicilieerd bij zijn broer. Na beëindiging van zijn studies keerde de student terug naar de ouderlijke woning. Gedurende de studieperiode betaalden de ouders onderhoudsgeld aan hun studerende zoon en trokken deze betalingen af onder de “aftrekbare bestedingen” in hun aangifte in de personenbelastingen. </p>
<p>Dit werd door de fiscus geweigerd. Volgens de fiscus blijven kinderen die enkel voor hun studies buiten de ouderlijke woning verblijven deel uitmaken van het gezin. </p>
<p>De ouders waren het hiermee niet eens en legden de betwisting voor aan het Hof van Beroep te Brussel. </p>
<p><span id="more-7526"></span></p>
<p>Als bewijs dat de zoon de bedoeling had de ouderlijke woning te verlaten en een eigen gezin te starten haalden zij aan dat de zoon op een adres ging wonen dat ongeveer 20 kilometer verder verwijderd was van de universiteit. Volgens het Hof is dit echter geen afdoende bewijs. Het Hof hecht meer belang aan het feit dat de zoon na zijn studies terug bij zijn ouders is gaan wonen. De aftrek van de onderhoudsgelden werd aldus geweigerd.</p>
<p>Wat zijn de spelregels ?</p>
<p>In toepassing van artikel 104, § 1 WIB 92 zijn onderhoudsgelden voor 80 % aftrekbaar als ze betaald worden ter uitvoering van een verplichting die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek of de Wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning. De genieter van de onderhoudsgelden mag geen deel uitmaken van het gezin en hij dient “behoeftig” te zijn. Tot slot moeten de onderhoudsuitkeringen met een zekere regelmaat betaald worden. </p>
<p>Bij studerende kinderen is het feit dat ze geen deel meer mogen uitmaken van het gezin vaak het struikelblok. De Administratie gaat er van uit dat studerende kinderen deel blijven uitmaken van het gezin. Sommige rechtspraak aanvaardt dat studerende kinderen ook soms om andere redenen dan hun studies het ouderlijk gezin verlaten. Andere rechtspraak is het daar dan weer niet mee eens, soms zelfs om zuiver principiële redenen. Deze voorwaarde is bij studerende kinderen dan ook de bron van de meeste betwistingen met de fiscus. </p>
<p>Volgens het Hof van Cassatie (Cass., 05.05.1977 – Cass., 17.09.1982 – Cass., 25.06.1990 – Cass. 19.11.2001) wijst het begrip “gezin” op een feitelijke toestand die gekenmerkt wordt door een huiselijk samenleven –en wonen, zonder tijdelijke onderbrekingen uit te sluiten. Het niet deel uitmaken van het (ouderlijk) gezin vereist dat de kinderen de gezinswoning op een bestendige wijze hebben verlaten. </p>
<p>Hoe dit dient bekeken bij &#8216;kotstudenten&#8217; wordt belicht in een volgende bijdrage.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.alaska-group.eu/2011/06/30/onderhoudsgeld-voor-studerende-kinderen-nog-een-fiscale-never-ending-story-12/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

