Verbod aftrekbaarheid van privé-gerelateerde investeringen en kosten: bevestigd door Grondwettelijk Hof
In haar arrest van 26 november 2009 (nr. 191/2009) heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat de fiscus de aftrekbaarheid van kosten die losstaan van de activiteit of het maatschappelijk doel van de vennootschap mag weigeren.
Het ligt derhalve in de lijn van de verwachtingen dat bij een fiscale controle de aftrek van privé-investeringen of -kosten nog meer de aandacht van de controleur zal krijgen. De bewijslast van aftrekbaarheid ligt immers bij de belastingplichtige vennootschap.
In haar arrest van 26 november 2009 (nr. 191/2009) heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat de fiscus de aftrekbaarheid van kosten die losstaan van de activiteit of het maatschappelijk doel van de vennootschap mag weigeren.
Het ligt derhalve in de lijn van de verwachtingen dat bij een fiscale controle de aftrek van privé-investeringen of -kosten nog meer de aandacht van de controleur zal krijgen. De bewijslast van aftrekbaarheid ligt immers bij de belastingplichtige vennootschap.
Volgens het artikel 444 van het WIB 92 wordt een belastingverhoging berekend op het niet aangegeven inkomstengedeelte. Volgens de fiscus is een verhoging bijgevolg mogelijk telkens wanneer de verschuldigde belasting hoger is dan wat uit de aangifte blijkt. De fiscus is hierbij reeds bijgetreden door het Hof van Cassatie in een arrest van 10 mei 2002.
Ingevolge artikel 53, 8° WIB ‘92 zijn restaurantkosten slechts voor 69 % aftrekbaar. Toch kan in sommige gevallen een volledige aftrekbaarheid bekomen worden. Het principe van ‘bijzaak volgt hoofdzaak’ kan hier namelijk soelaas bieden.

