Begrotingsakkoord: stijging roerende voorheffing bij liquidatiereserve en VVPR-bis
![]()
De kogel is door de kerk… De federale regering heeft uiteindelijk een akkoord bereikt omtrent een resem fiscale en sociale maatregelen die ervoor moeten zorgen dat er extra inkomsten gegenereerd worden teneinde het begrotingstekort te dichten. Ook uw vennootschap zal hiertoe moeten bijdragen nu beslist werd om de roerende voorheffing (rv) bij een dividenduitkering via VVPR-bis en uitkeringen uit liquidatiereserves te verhogen.
1. VVPR-bis: van 15% naar 18% rv
Zoals u weet dient uw kmo-vennootschap bij een dividenduitkering in principe 30% rv in te houden bij een dividenduitkering. Eén van de uitzonderingen op die regel is de toepassing van het VVPR-bis regime waarbij onder bepaalde voorwaarden ‘slechts’ 15% rv van toepassing is bij dividenduitkeringen die voortkomen uit de winst vanaf het derde boekjaar volgend op dat van de geldinbreng.
In het begrotingsakkoord staat te lezen dat het 15%-tarief zal verhoogd worden naar 18%. Concreet komt dit erop neer dat de totale belastingdruk in uw vennootschap resp. zal stijgen van 32% naar 34,40% of van 36,25% naar 38,50% naargelang uw vennootschap al dan niet toepassing maakt van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting (nl. 20% i.p.v. 25% VB). Onderstaand voorbeeld maakt dit duidelijk voor een vennootschap die het verlaagd 20%-tarief in de VB geniet en uitgaat van een boekhoudkundige winst van 100:
|
VVPR-bis |
15% rv |
18% rv |
|
Boekhoudkundige winst |
100 |
100 |
|
20% vennootschapsbelasting (VB) |
80 = 100 – 20 VB |
80 = 100 – 20 VB |
|
rv op winst na vennootschapsbelasting |
12 = 80 x 15% |
14,40 = 80 x 18% |
|
Netto |
68 = 100 – 20 - 12 |
65,60 = 100 – 20- 14,40 |
|
Belastingdruk |
32% (100 - 68) |
34,40% (100 – 65,60) |
Wanneer zal het scharniermoment plaats hebben voor deze rv-verhoging? Het valt nog af te wachten wat de regering hier gaat beslissen. In principe zou de verhoging gelden voor uitkeringen vanaf 01.01.2026, maar mogelijks wordt er alsnog een overgangsregeling voorzien waarbij de opgepotte winsten tot 31.12.2025 onderworpen blijven aan de 15% rv.
2. Liquidatiereserve: van 6,5% naar 9,8% rv
Een andere manier om geld uit uw vennootschap te halen verloopt via de uitbetaling van een liquidatiereserve. Zo’n reserve heeft uw vennootschap mogelijks in het verleden reeds aangelegd tegen betaling van een éénmalige anticipatieve heffing van 10%.
Hier blijft het evenwel niet bij…. Op moment van uitkering uit die reserve, moet u nog een laatste maal langs de fiscale kassa passeren in de vorm van een rv die uw vennootschap inhoudt. In principe bedraagt die rv 5% zo u een wachttermijn van 5 jaar heeft gerespecteerd, maar voor reserves aangelegd vanaf boekjaar 2026 is de wachttermijn korter, nl. 3 jaar, maar dan moet uw vennootschap dieper in de buidel tasten vermits ze dan 6,5% rv moet inhouden. Voor reserves aangelegd vóór boekjaar 2026 kunt u er echter voor opteren om die 5 jaar niet uit te doen (5% rv) en reeds na 3 jaar uit te keren tegen dan weliswaar 6,5% rv. Hierover staat meer te lezen in één van onze vorige blogartikels.
Het begrotingsakkoord gaat ook hier de belastingdruk van 15% naar 18% laten stijgen bij uitkering van de liquidatiereserves na de wachttermijn van 3 jaar. Zonder in detail te treden betekent dit concreet dat de rv van 6,5% zal stijgen naar 9,8%. Bedoeling van de federale regering is immers om de totale belastingdruk bij VVPR-bis en liquidatiereserve bij uitkering na 3 jaar op gelijke voet te brengen (in ons gegeven voorbeeld 34,40%).
Ook van toepassing op uw reeds aangelegde reserves? Zoals de kaarten nu op tafel liggen zou de rv-verhoging enkel gelden voor ‘nieuwe’ liquidatiereserves die vanaf een nog nader te bepalen datum (wellicht 01.01.2026) worden aangelegd. Zoals u kon lezen in ons vorig blogartikel is de 6,5% rv van toepassing op liquidatiereserves die vanaf 01.01.2026 worden aangelegd. De ‘oude’ liquidatiereserves aangelegd vóór 01.01.2026 en waarbij een wachttermijn van 5 jaar gerespecteerd wordt (5% rv) zouden buiten schot blijven.
Het valt natuurlijk nog af te wachten wat de regering gaat doen met de ‘oude’ aangelegde reserves vóór 01.01.2026 en waarbij geopteerd kan worden om die vervroegd uit te keren, nl. na 3 jaar, tegen betaling van 6,5% rv. Zo kan u bv. beslissen om uw aangelegde reserve over boekjaar 2022 vanaf 01.01.2026 reeds uit te keren tegen 6,5% rv (i.p.v. tegen 5% rv vanaf 01.01.2028). Gaat ook de uitkering tegen 6,5% rv opgetrokken worden naar 9,8%, of gaat de wetgever die onaangeroerd laten? Zodra de definitieve wetteksten op tafel liggen, hebben we hierover meer duidelijkheid. Uiteraard volgen we dit zeer nauw op en zal uw relatiebeheerder met u overleggen wat fiscaal de beste piste is.