De gewijzigde woninghuurwetgeving in Vlaanderen sinds 1 januari 2019

Juridisch advies
12 augustus 2019 - Stefan Ghijsen

De gewijzigde woninghuurwetgeving in Vlaanderen sinds 1 januari 2019

Verhuurt u een privéwoning, dan zijn de regels inzake woninghuur van toepassing. De regels daaromtrent zijn in de drie gewesten verschillend en als criterium voor de toepasselijke huurwetgeving is de ligging van de woning daarbij bepalend. In Vlaanderen zijn er nieuwe regels van toepassing voor huurcontracten die sinds 1 januari 2019 werden gesloten. We bekijken de voornaamste aandachtspunten.

Sinds 1 januari 2019 is er een nieuwe Woninghuurdecreet van toepassing voor huurcontracten in Vlaanderen die sinds die datum werden gesloten. Contracten die vóór 1 januari 2019 werden afgesloten in Vlaanderen blijven onder de federale Woninghuurwet vallen. De eerste grote wijziging die het Vlaamse Woninghuurdecreet heeft aangebracht is het optrekken van de huurwaarborg van twee naar drie maanden. In Brussel en Wallonië blijft dit maximaal twee maanden. De huurder mag bepalen hoe hij de waarborg samenstelt. Hij kan daarbij kiezen tussen het storten van een geldsom op een geblokkeerde rekening, een zakelijke zekerheidsstelling bij een financiële instelling of een bankwaarborg met tussenkomst van het OCMW. Als de verhuurder ermee instemt, kan de waarborg ook via een persoonlijke borgstelling.  

Een ander punt betreft de opzeg van contracten van korte duur, nl. huurcontracten van 3 jaar of minder. Daarbij geldt een opzegtermijn van 3 maanden voor de huurder, maar de huurder is dan wel gehouden om een opzegvergoeding te betalen. De grootte van die opzegvergoeding hangt af naargelang wanneer de huurder opzegt. Is dat in het eerste jaar van de woninghuur, dan bedraagt de opzegvergoeding anderhalve maand. In het tweede of derde jaar opzeggen, staat gelijk met een opzegvergoeding van respectievelijk één maand en een halve maand. De verhuurder kan een contract van korte duur sowieso niet vroegtijdig beëindigen.

Tenslotte heeft Vlaanderen ook de spelregels gewijzigd inzake wie welke kosten moet betalen. Het is nog wel steeds zo dat de verhuurder nog altijd instaat voor de grote herstellingen en de herstellingen die noodzakelijk zijn door o.m. normale slijtage. De huurder moet ook nog steeds alle kleine herstellingen dragen, alsook de herstellingen die nodig zijn door o.m. slecht onderhoud. De huurder moet ook de herstellingen uitvoeren die noodzakelijk geworden zijn doordat hij gebreken niet tijdig meldde aan de verhuurder. Het algemeen principe blijft dus gelden. Nieuw is wel dat Vlaanderen een (niet-beperkende) lijst heeft opgesteld die bepaalt wie welke herstelling moet betalen. In Vlaanderen gaat het meer bepaald om een lijst van kleine herstelling die ten laste van de huurder vallen. Van die lijst kan afgeweken worden, maar dan enkel in het voordeel van de huurder. Voor herstellingen die niet op de lijst voorkomen, blijft het algemeen principe van toepassing.

terug naar overzicht

Stefan Ghijsen

Vennoot Alaska Kortrijk-Ieper
+32 (0)56 22 26 02
+32 (0)477 34 93 42

Deel deze pagina op:

Gerelateerde artikels

Juridisch advies
13 september 2019 - Alexander Colaert

Alarmbelprocedure in het nieuwe vennootschapsrecht

Hoe toepassen?

Lees meer
Juridisch advies
13 augustus 2019 - Dirk van Collie

Het financieel plan in het nieuwe vennootschapsrecht

Strengere eisen!

Lees meer
Juridisch advies
12 augustus 2019 - Stefan Ghijsen

De gewijzigde woninghuurwetgeving in Vlaanderen sinds 1 januari 2019

De voornaamste aandachtspunten.

Lees meer

Nieuwsbrief

Wenst u op de hoogte te blijven, dan kan u zich hier inschrijven voor onze nieuwsbrief.