De wijzigingen in het vennootschapsrecht

Juridisch advies
6 maart 2019 - Lisa Deschaeck

De wijzigingen in het vennootschapsrecht

Het nieuwe vennootschapsrecht is op 28/02/2019  gestemd in de Kamer.

De wet treedt in werking op 1 mei 2019.

Voor de bestaande vennootschappen is de wet voor het eerst van toepassing op 1 januari 2020. De bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen moeten hun statuten in overeenstemming brengen met de bepalingen van het WVV ter gelegenheid van de eerstvolgende statutenwijziging na 1 januari 2020, tenzij deze statutenwijziging voortvloeit uit de toepassing van het toegestane kapitaal, de uitoefening van inschrijvingsrechten of de conversie van converteerbare obligaties. In ieder geval moeten de statuten uiterlijk op 1 januari 2024 met de bepalingen van hetzelfde Wetboek in overeenstemming worden gebracht.

Na de hervorming zullen er nog maar vier vennootschapsvormen overblijven:

  • de BV (besloten vennootschap)
  • de NV (naamloze vennootschap)
  • de CV (coöperatieve vennootschap)
  • de maatschap

Deze vormen werden gekozen omdat alle andere bestaande vormen juridisch tot deze kunnen worden herleid, weliswaar met varianten.

De BV, de NV en de CV zijn de drie vormen van kapitaalvennootschappen. Zij hebben een beperkte aansprakelijkheid en worden elk in hun eigenheid versterkt.

De BV zal nog meer dan nu de geprefereerde vennootschapsvorm zijn voor de kleine en (middel)grote ondernemingen. De aantrekkelijkheid van de BV wordt verhoogd door een eenvoudig standaardmodel in te voeren, met wettelijke standaardstatuten die kunnen worden aangevuld met allerhande opties die een zekere flexibiliteit moeten garanderen. De huidige kapitaal- en kapitaalbeschermingsregels voor de BVBA worden vervangen door andere beschermingsmechanismen.

Het betreft een kapitaalloze BV. De BV zal geen kapitaal meer hebben maar wel eigen vermogen. Voortaan is er geen minimumkapitaal vereist, maar wordt deze vervangen door de vereiste van toereikend aanvangsvermogen. Het aanvangsvermogen moet toereikend zijn voor de voorgenomen bedrijvigheid. Er wordt daarbij ook rekening gehouden met vreemd vermogen (leningen, bankfinancieringen) maar niet het gehele vermogen mag vreemd zijn.

Afschaffing kapitaalvereiste in BV

Vanaf de inwerkingtreding van het WVV zullen nieuw opgerichte BV’s dus geen kapitaal meer hebben. Indien zij zich oncomfortabel voelen bij de afwezigheid van een kapitaal, dan kan hieraan verholpen worden door de inbreng van de aandeelhouders op statutaire basis onbeschikbaar te stellen. Van zodra het WVV via de overgangsmaatregelen van toepassing wordt op de bestaande BVBA’s, wordt hun kapitaal van rechtswege omgezet in een onbeschikbare reserve die in de toekomst ook niet zal kunnen worden uitgekeerd.

In de toekomst kan de BV opgericht worden, niet enkel door een inbreng in geld of in natura, maar ook door een inbreng van nijverheid (mist toelating van de overige aandeelhouders). Dit betekent dat de vennootschap aandelen kan uitgeven in ruil voor te leveren arbeid.

Omdat er geen kapitaal meer is hoeft er niet meer gewerkt te worden met een uitgiftepremie om bij een kapitaalverhoging de waarde van nieuwe aandelen in overeenstemming te brengen met de waarde van de bestaande aandelen. Van zodra de BV en de inbrenger het eens zijn over het aantal aandelen en de daarvoor te betalen inbreng, is de kwestie afgehandeld.

De oprichting van de BV gebeurt onder het nieuwe recht ook door middel van een authentieke akte. Ook de latere inbrengen van aandeelhouders in het eigen vermogen van de vennootschap vereisen de opmaak van een authentieke akte.

Door de afschaffing van het kapitaalbegrip zullen de schuldeisers niet minder bescherming genieten.  Immers, de minimale inhoud van het verplicht op te stellen financieel plan wordt aangescherpt. Daarnaast zijn de regels inzake bestuurdersaansprakelijkheid voor kennelijk grove fout na faillissement voortaan ook onverkort van toepassing op de BV.  Verder blijft ook het regime van de oprichtersaansprakelijkheid nagenoeg integraal behouden.

De afschaffing van het kapitaal brengt een dubbele uitkeringstest met zich mee:

  1. Balanstest: Bij de balanstest gaat men het eigen vermogen berekenen aan de hand van de nettoactieftest. Nettoactief = totaalbedrag van activa, na aftrek van de voorzieningen, de schulden, niet-afgeschreven kosten van oprichting en uitbreiding en kosten van onderzoek en ontwikkeling. Aan de passiefzijde is dit gelijk aan de inbrengen (voor zover niet terug uitgekeerd) , de reserves en de overgedragen winsten. Eventuele wettelijke onbeschikbare reserves zijn niet voor uitkering vatbaar en moeten dus in de BV gehouden worden. Daarnaast wordt het niet-afgeschreven gedeelte van herwaarderingsmeerwaarden ook als onbeschikbaar beschouwd. Er mag niet uitgekeerd worden als het eigen vermogen negatief is of zou worden ten gevolge van de uitkering.
  2. Liquiditeitstest verplicht het bestuursorgaan na te gaan of de vennootschap gedurende een periode van 12 maanden na de uitkering nog in staat zal zijn haar opeisbare schulden te voldoen, rekening houdende met de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen. Wanneer het bestuursorgaan zou vaststellen dat er na de uitkering onvoldoende liquide middelen overblijven, dient zij in te gaan tegen de beslissing van de aandeelhouders en kan de vennootschap de onrechtmatige uitkeringen van alle aandeelhouders (zonder onderscheid) terugvorderen.  De bestuurders zullen aansprakelijk zijn in geval van fouten bij de uitvoering van deze liquiditeitstest.

Aandelen

De overdraagbaarheid van aandelen kan door de statuten vrij worden geregeld.

Een BV zal ook een publiek beroep op het spaarwezen kunnen doen zodat zij zich kan financieren via een openbare uitgifte van effecten.

De NV wordt de aangewezen rechtsvorm voor de grootste en beursgenoteerde ondernemingen (alhoewel het WVV een notering voor een BV toelaat). De NV beoogt het bijeenbrengen van voldoende kapitaal om een onderneming van een zekere omvang uit te bouwen. Een eenhoofdige NV wordt mogelijk.

De CV krijgt haar eigenheid terug en zal enkel nog openstaan voor ondernemingen die daadwerkelijk het coöperatieve gedachtengoed nastreven. Het voornaamste doel van de CV moet bestaan in het voldoen aan de behoeften van haar aandeelhouders en/of in de ontwikkeling van hun economische en sociale activiteiten.  De CV kan zich laten erkennen als sociale onderneming.

De maatschap is de basisvorm van de personenvennootschap en de enige vennootschapsvorm zonder rechtspersoonlijkheid, zij het  met de VOF of de Comm.V. als varianten met rechtspersoonlijkheid.

De vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (Comm.V.) worden in het WVV dus niet afgeschaft maar worden behandeld als een maatschap met rechtspersoonlijkheid. Als er enkel onbeperkt en hoofdelijke aansprakelijke vennoten zijn, dan is er sprake van een VOF.

Heeft de vennootschap vennoten die niet deelnemen aan het beheer dan kwalificeert zij als een Comm. V.

Invoering van de statutaire zetelleer

In de toekomst zullen vennootschappen dus onderworpen zijn aan het Belgische vennootschapsrecht als hun statutaire zetel zich in België bevindt, ook al oefenen zij niet daadwerkelijk activiteiten uit in België of worden ze niet effectief vanuit België geleid.  

terug naar overzicht

Lisa Deschaeck

Legal Advisor
+32 (0)56 222 602

Deel deze pagina op:

Gerelateerde artikels

Fiscaal advies, Juridisch advies
20 mei 2019 - Dirk van Collie

Belastingvermindering voor rechtsbijstandverzekering

Welke toepassingsvoorwaarden?

Lees meer
Juridisch advies
6 mei 2019 - Dirk van Collie

Als bedrijfsleider meer huur vragen aan uw vennootschap?

Nieuwe publicatie.

Lees meer
Juridisch advies
25 april 2019 - Alexander Colaert

Het nieuwe vennootschapsrecht: een copernicaanse revolutie

De BV, de NV, de CV en de maatschap!

Lees meer

Nieuwsbrief

Wenst u op de hoogte te blijven, dan kan u zich hier inschrijven voor onze nieuwsbrief.