Gedeeltelijke vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in de bouwsector

Accountancy
16 maart 2020 - Benedikt Torney

Gedeeltelijke vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in de bouwsector

Onder bepaalde voorwaarden geldt voor ploegenarbeid in de  bouwsector een gedeeltelijk vrijstelling om bedrijfsvoorheffing door te storten. Onlangs heeft de fiscus daarover een circulaire gepubliceerd die toelichting geeft over de toepassingsvoorwaarden en meer bepaald wanneer er juist sprake is van ploegenarbeid.

Ploegen

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing geldt enkel voor (bouw)bedrijven die met ploegen werken. De vrijstelling is sinds 1 januari 2020 gelijk aan 18% van de belastbare bezoldigingen van de werknemers die ervoor in aanmerking komen. De vrijstelling geldt immers niet zomaar en is gebonden aan voorwaarden. Zo moet het o.m gaan om ploegenarbeid. De vraag is dan uiteraard wat onder ploegenarbeid moet worden verstaan. De onlangs verschenen circulaire 2020/C/38 geeft daar een antwoord op. De vrijstelling is enkel van toepassing wanneer er gewerkt wordt met één of meerdere ploegen die hetzelfde of complementair werk doen. Gaat het om één ploeg dan moeten alle personen daarvan wel hetzelfde uurrooster hebben. Vermits er sprake is van personen en niet van werknemers volstaat het dus ook dat bv. een zelfstandige met zijn werknemer samen werkt, of nog een bedrijfsleider die met zijn werknemer in teamverband werkt.

Wetboek BTW

Een tweede voorwaarde voor de vrijstelling is dat er werken in onroerende staat in kader van het Wetboek Btw worden verricht. Het gaat daarbij zowel om eigenlijke werken in onroerende staat zoals bouwen, verbouwen, enz. als ‘oneigenlijke’ werken in onroerende staat waarbij een roerend goed zodanig wordt aangebracht dat het als het werk in onroerende staat te beschouwen is vanuit btw-oogpunt, zoals levering met plaatsing van een centrale verwarming of sanitaire installatie. Deze werken in onroerende staat moeten tenslotte op locatie worden verricht. Het moet dus gaan om werken die op de werf van een klant worden uitgevoerd. Werken die worden uitgevoerd op de hoofdzetel van de werkgever komen dus niet in aanmerking.

Bruto uurloon

Een andere voorwaarde voor de vrijstelling betreft het bruto uurloon van de werknemers in kwestie. Hun brutoloon moet voor 2020 minstens 14,19 euro per uur bedragen. Als brutoloon komt het loon voor de inhouding van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen zonder rekening te houden met eventuele premies en toeslagen die de werkgever zou betalen of toekennen, in aanmerking. Een lager loon dat eventueel aangevuld wordt met een ploegenpremie volstaat niet. Het is evenwel niet vereist dat alle werknemers die deel uitmaken van de betrokken ploeg een dergelijk brutoloon hebben, maar voor de vrijstelling wordt enkel rekening gehouden met het loon van die werknemers van wie het brutoloon de gestelde grens bereikt.

terug naar overzicht

Benedikt Torney

Vennoot Alaska Brugge
+32 (0)50 38 80 04

Deel deze pagina op:

Gerelateerde artikels

Accountancy
4 mei 2020 - Marnix Veracx

Nieuwe circulaire over dagontvangstenboek

Op papier of digitaal

Lees meer
Accountancy
16 maart 2020 - Benedikt Torney

Gedeeltelijke vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing in de bouwsector

Wanneer ploegenarbeid?

Lees meer
Accountancy
9 maart 2020 - Lieve Nelissen

Voorafbetalen in 2020

Wat zijn de data?

Lees meer

Nieuwsbrief

Wenst u op de hoogte te blijven, dan kan u zich hier inschrijven voor onze nieuwsbrief.