Nieuwe voucherregeling vanaf 1 januari 2019

Accountancy
9 januari 2019 - Serge Mesotten

Nieuwe voucherregeling vanaf 1 januari 2019

In 2016 is de nieuwe richtlijnen omtrent vouchers verschenen die door alle EU-lidstaten diende te worden opgenomen in hun nationale wetgeving vóór 1 januari 2019. In september 2018 heeft de ministerraad nog een wetsontwerp ingediend bij de Kamer waarin de btw behandeling van vouchers aan bod komt om zo to voldoen aan die omzettingsplicht. 

In de eerste plaats maakt het wetsontwerp duidelijk wat onder een voucher dient te worden verstaan. Het moet nl. gaan om een bon verkregen tegen betaling. In minstens één fase van het distributieproces is de bon aangekocht door de een of andere partij. Daarnaast moet de houder van de bon een geheel of gedeeltelijk recht op een bepaalde goederenlevering of dienstprestatie hebben. Tenslotte moet de voucher zelf of in de bijbehorende documentatie vermelden wat de voorwaarden zijn voor het gebruik ervan en op welke goederenleveringen of dienstprestaties de voucher recht geeft en in het voorkomende geval ook, bij welke potentiële dienstverrichters of leveranciers men terecht kan met die voucher. Een voucher mag dus niet verward worden met een kortingsbon die gewoonweg recht geeft op een prijskorting of een terugbetaling in verband met een levering van goederen of een dienstprestatie.

In het wetsontwerp is sprake van twee types vouchers, nl. enkelvoudige (SPV) en meervoudige vouchers (MPV). In het eerste geval is op het moment van uitgifte reeds geweten waar de voucher gebruikt kan worden (België of buitenland), alsook het bedrag van de betrokken goederenlevering of dienstverrichting. Een klassiek voorbeeld is bv. een voucher die toegang geeft tot een cinemavertoning in België. De plaats en de verschuldigdheid van de btw (6%) liggen daarvan immers vast op moment dat de voucher wordt aangekocht. Een MPV is simpelweg voucher die niet als SPV kan gekwalificeerd worden. Een voorbeeld is een voucher die recht geen op een hotelovernachting in het binnen- of buitenland. De plaats van de uiteindelijke dienstverrichting ligt dan immers nog niet vast op moment dat de voucher wordt aangekocht.

Bij een enkelvoudig voucher moet de btw betaald worden op het moment van aankoop. De btw moet dan ook worden doorgestort door diegene die de voucher uitreikt. De btw moet berekend worden over de vergoeding die door de verkoper van de SPV ontvangen wordt, zelfs al ligt de nominale waarde van de voucher lager. Is de vervaltermijn verstreken, dan kan in principe de afgedragen btw door de verkoper niet teruggevraagd worden. Dat is wel het geval indien de waarde van de vervallen voucher wordt terugbetaald aan de klant. Bij een MPV is de btw pas verschuldigd op het moment dat de voucher wordt ingewisseld. Op dat moment is geweten waarvoor de voucher concreet gebruikt zal worden en ligt ook het btw-tarief vast. Er is dan btw verschuldigd over de het bedrag dat de klant heeft betaald voor de voucher. Vervalt een MPV, dan moet de verkoper ervan zich geen zorgen maken over een teruggaaf van de btw vermits er ook geen btw is afgedragen op moment van uitgifte. Bovenstaande regeling geldt in principe voor vouchers die vanaf 1 januari 2019 uitgegeven worden, nl. op moment van verkoop door de uitgever aan een klant.

terug naar overzicht

Serge Mesotten

Vennoot Alaska Hasselt
+32 (0)11 22 62 67

Deel deze pagina op:

Gerelateerde artikels

Accountancy
21 januari 2019 - Stefan Ghijsen

Hoeveel sociale bijdragen in 2019?

Lichte stijging.

Lees meer
Accountancy
16 januari 2019 - Veerle Slagmeulder

Meer verplichtingen voor Intrastat-aangifte vanaf 2019

Extra vermelding vanaf 2019!

Lees meer
Accountancy
9 januari 2019 - Serge Mesotten

Nieuwe voucherregeling vanaf 1 januari 2019

Wat is een voucher?

Lees meer

Nieuwsbrief

Wenst u op de hoogte te blijven, dan kan u zich hier inschrijven voor onze nieuwsbrief.