Pensioenvereenkomst Zelfstandigen

Fiscaal advies
6 september 2021 - Stefan Ghijsen

Pensioenvereenkomst Zelfstandigen

Verduidelijking omtrent referentie-inkomen bij POZ

Zelfstandigen die zonder een vennootschap werken kunnen bovenop hun Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) een extra pensioenkapitaal opbouwen onder vorm van een Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ). Daarbij wordt er wel een grens gesteld in die zin dat de totale pensioenopbouw (wettelijk en aanvullend) niet meer mag bedragen dan 80% van het referentie-inkomen van de zelfstandige in kwestie. De belastingadministratie heeft begin augustus 2021 gepreciseerd welke inkomsten nu wel en niet meetellen om dat referentie-inkomen juist te bepalen.

POZ als extra pensioenopbouw

Een zelfstandige-natuurlijke persoon kan niet enkel via een VAPZ aan extra pensioenopbouw doen, maar ook via de POZ. Beide kunnen zelfs gecombineerd worden. Als terzake aan alle voorwaarden voldaan is, kan een belastingvermindering van 30% op die POZ-premies genoten worden in de personenbelasting, te verhogen met gemeentebelasting. Eén van die voorwaarden is de zgn. 80%-regel welke niet mag verward worden met de 80% grens in kader van IPT- en groepsverzekering van bedrijfsleiders. Dat komt er op neer dat het totale pensioen (de som van wettelijk pensioen en eventuele aanvullende pensioenen) niet meer mag bedragen dan 80 % van het referentie-inkomen. Het referentie-inkomen is het gemiddelde van de gecorrigeerde inkomsten van de 3 vorige belastbare periodes. Voor een zelfstandige die dan bijvoorbeeld dit jaar een POZ zou afsluiten, wordt de 80%-grens berekend op het gemiddelde inkomen van 2018 tot en met 2020.

Welke inkomsten voor referentie-inkomen?

Over die vraag heeft de belastingadministratie duidelijkheid verschaft. De Administratie doet dat door te verwijzen naar de codes op het aangifteformulier van de personenbelasting. Zonder daarbij in detail te treden, wordt in de eerste plaats verwezen naar de codes met betrekking tot de wettelijke en aanvullende invaliditeitsuitkeringen. We kunnen daaruit afleiden dat ook het zgn. overbrugginsrecht voor zelfstandigen meetelt om het referentie-inkomen te betalen. Het feit dat het bv. het crisisoverbruggingsrecht afzonderlijk zou belast worden aan 16,5% bij gedwongen onderbreking van de zelfstandige activiteit door de Coronacrisis, doet daaraan geen afbreuk.

Aftrekbare beroepskosten in mindering van referentie-inkomen?

Van het referentie-inkomen moeten bepaalde, maar dus zeker niet alle, beroepskosten in mindering gebracht worden. Het moet in de eerste plaats fiscaal gezien gaan om beroepskosten. De zgn. investeringsaftrek is eigenlijk geen beroepskost en komt dus niet in aanmerking voor mindering van het referentie-inkomen. Sociale bijdragen en VAPZ-premies zijn wettelijk sowieso uitgesloten en komen niet in mindering.

Zo een zelfstandige aan zijn meewerkende echtgenote/partner met zgn. maxi-statuut een meewerkinkomen toekent, dan moet het referentie-inkomen van die meewerkende echtgenote verminderd worden met voormeld meewerkinkomen. Bij een meewerkende echtgenote of partner onder het zgn. mini-statuut is dat niet het geval vermits zij sowieso geen gebruik kunnen maken van een POZ.

terug naar overzicht

Stefan Ghijsen

Vennoot Alaska Kortrijk-Ieper
+32 (0)56 22 26 02
+32 (0)477 34 93 42

Gerelateerde artikels

Fiscaal advies
26 januari 2021 - Serge Mesotten

Bijkomende voorwaarden laadstations

Welke extra voorwaarden?

Lees meer
BTW, Fiscaal advies
29 september 2021 - Stefaan Kindt

Afstandsverkopen voor micro-ondernemingen

Micro-ondernemingen: verkoopdrempel van € 10.000! 

Lees meer
Fiscaal advies
29 september 2021 - Ronny Veys

Aftrek autokosten verder aan banden gelegd

De vergroening deel II

Lees meer

Nieuwsbrief

Altijd up-to-date blijven met Alaska

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws. Schrijf je meteen in voor de Alaska nieuwsbrief!