Regeling omtrent zgn. 45.000 euro-regeling wat versoepeld

Accountancy
3 januari 2018 - Laurens Snauwaert

Regeling omtrent zgn. 45.000 euro-regeling wat versoepeld

Nieuw sinds dit jaar is dat het tarief in de inkomstenbelasting is gedaald. Kmo’s kunnen echter nog meer voordeel doen door van een verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten, maar daar staat dan wel tegenover dat de zaakvoerder minstens 45.000 euro loont opneemt uit zijn vennootschap. Op de valreep heeft de regering die regeling nog wat bijgestuurd. Even kijken wat er dan veranderd is.

Eén van de grote wijzigingen die vorig jaar in het zgn. Zomerakkoord werden bekendgemaakt is de verlaging van de vennootschapsbelasting. Voor inkomstenjaar 2018 wordt het tarief verlaagd naar 29,58% waarvan elke vennootschap gebruik kan maken. Kmo’s kunnen voor hun belastbare winst tot 100.000 euro zelfs nog van een verlaagd tarief van 20,40% genieten, maar daar dienen net zoals vroeger een aantal voorwaarden voor vervuld te zijn, zij het wel dat de voorwaarde dat er niet meer dan 13% van het gestort kapitaal mag uitgekeerd worden komt te vervallen. Eén van die voorwaarde heeft betrekking op hoeveel loon u als zaakvoerder uit uw kmo moet opnemen. Vroeger stond die grens op 36.000 euro, maar dat is nu opgetrokken naar 45.000 euro. Doet u dat niet, dan moet uw vennootschap een afzonderlijke heffing betaling, die weliswaar fiscaal aftrekbaar is. Kleine vennootschappen blijven de eerste vier jaar van hun oprichting wel bespaard van die afzonderlijke heffing.

Aanvankelijk mochten verbonden vennootschappen die één en dezelfde bedrijfsleider hebben, de bezoldiging die aan de gemeenschappelijke zaakvoerder betaald werd gezamenlijk in aanmerking nemen en aftoetsen aan een verhoogde drempel van maximaal 75.000 euro. Behaalt het totaal van de bezoldigingen dat drempelbedrag niet, dan dient de vennootschap die individueel niet voldoet aan de 45.000 euro-grens, met het hoogste belastbaar resultaat de afzonderlijke heffing te betalen. Die uitzondering is versoepeld in de zin dat voortaan gekeken wordt naar minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen in een verbonden ondernemingen zijn. Stel dat bijvoorbeeld A, B en C verbonden vennootschappen zijn in de zin van artikel 11 Wetboek vennootschappen (X heeft bv. de meerderheid van de aandelen in elke vennootschap) en dat A twee zaakvoerders X en Y heeft, vennootschap B zaakvoerders X en Z, en vennootschap C zaakvoerder X. Aanvankelijk zou de uitzondering dan niet van toepassing zijn vermits vennootschap A en B niet één en dezelfde zaakvoerder hebben, maar nu dus wel vermits zaakvoerder X in de verbonden ondernemingen A, B en C meer dan de helft van het bestuurdersmandaat bekleedt.

Het totaal van de bezoldigingen van X kan dan getoetst worden aan het drempelbedrag van € 75.000. Wordt dat bedrag dan niet behaald, dan moet de verbonden vennootschap die individueel niet voldoet aan de 45.000 euro-grens, met het hoogste belastbaar resultaat een bijkomende heffing betalen. Het gaat hierbij echter om een optie. Indien blijkt dat de aftoetsing aan de grens van € 45.000 per individuele vennootschap fiscaal voordeliger blijkt te zijn, dan kunnen de verbonden ondernemingen ervoor opteren om terug te vallen op de basisvereiste van 45.000 euro waarbij elke vennootschap desgevallend dan wel een bijkomende heffing dient te betalen.

 

terug naar overzicht

Laurens Snauwaert

Vennoot Alaska Brugge
+32 (0)50 38 80 04

Deel deze pagina op:

Gerelateerde artikels

Accountancy
3 december 2018 - Serge Mesotten

Zondagswerk versoepeld

Zondag rustdag...

Lees meer
Accountancy
25 oktober 2018 - Serge Mesotten

Binnenlandse dagvergoeding dienstreizen geïndexeerd

Forfaits verhoogd!

Lees meer
Accountancy
1 oktober 2018 - Dominique Berteloot

UBO-register uitgesteld

nieuwe datum is 31 maart 2019

Lees meer

Nieuwsbrief

Wenst u op de hoogte te blijven, dan kan u zich hier inschrijven voor onze nieuwsbrief.